<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:21574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T10:10:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 23 _ 6970</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21574">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T10:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21574 Rechtbank Den Haag , 26-09-2025 / AWB - 23 _ 6970</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21574:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bpm</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21574:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 23/6970</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie).</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen (Bpm) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 11 oktober 2023 de naheffingsaanslag gehandhaafd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2025. </para>
      <para>Namens eiser is mr. M.U. Sahin, kantoorgenoot van gemachtigde, verschenen, Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [medewerker belastingdienst 1] en mr. [medewerker belastingdienst 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser heeft op 9 mei 2022 op aangifte een bedrag van € 2.230 aan Bpm voldaan ter zake van de inschrijving in het kentekenregister van een Landrover Range Rover Evoque (de auto). De datum van eerste toelating van de auto is 13 april 2021.</para>
    <para />
    <para>2. In de aangifte is de te betalen belasting voor de auto berekend op basis van een taxatierapport van [taxatiebureau] (het taxatierapport). De taxatie van de auto heeft op 30 september 2021 plaatsgevonden en het taxatierapport is op 26 april 2022 opgesteld. In het taxatierapport is de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op € 91.418 en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 45.500 (gemiddelde referentievoertuigen -/- 25% marge). De taxateur heeft een bedrag van € 35.500 (96,65% van de gecalculeerde reparatiekosten van € 36.730,54) als schade aangemerkt en de handelsinkoopwaarde na schade op € 10.000 vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>3. De auto is op 5 mei 2022 door de RDW gekeurd. De RDW heeft na de keuring de auto een WOK-status gegeven. Op 3 juni 2022 is de WOK-status opgeheven.</para>
    <para />
    <para>4. Naar aanleiding van een controle van de aangifte heeft verweerder met dagtekening 14 oktober 2022 aan eiser de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd. Verweerder heeft daarbij een bedrag van € 11.286 (€ 13.516 verschuldigde Bpm -/- € 2.230 voldane Bpm) nageheven. De naheffingsaanslag is vastgesteld aan de hand van de forfaitaire afschrijvingstabel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geschil</emphasis>
        <?linebreak?>5.	In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot een juist bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil:</para>
    </parablock>
    <para>- of gebruik kan worden gemaakt van de door eiser in zijn nadere stuk ingediende koerslijst van [bedrijfsnaam] ;</para>
    <para>- of eiser in aanmerking komt voor een vergoeding van immateriële schade.</para>
    <para>Eiser heeft ter zitting zijn beroep op toepassing van de taxatiemethode ingetrokken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Koerslijst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De rechtbank stelt voorop dat voor de hoogte van de afschrijving de bewijslast op eiser rust. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat in dit geval van de koerslijst van [bedrijfsnaam] kan worden uitgegaan. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat, naar verweerder ter zitting terecht heeft aangevoerd, in dit geval twee deskundigen een verschillend bedrag aan opties in aanmerking hebben genomen. In de koerslijst bij het taxatierapport is een bedrag van € 4.762 aan opties in aanmerking genomen, terwijl in de koerslijst van [bedrijfsnaam] van een veel hoger bedrag aan opties, namelijk van € 11.404, is uitgegaan. Eiser heeft voor dit verschil geen verklaring gegeven. Nu verder ook het zogenoemde geboortekaartje van de auto ontbreekt, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat in de nieuwe koerslijst van [bedrijfsnaam] van een juist bedrag aan opties is uitgegaan. De enkele stelling van eiser ter zitting dat de koerslijstprovider de koerslijst heeft opgemaakt en dat reeds hierom van de juistheid van de koerslijst dient uit te gaan, volgt de rechtbank niet. Het is immers aan eiser, die een beroep doet op de koerslijst, om een juiste koerslijst te overleggen en dit, indien dit door verweerder wordt betwist, aannemelijk te maken. Het is, anders dan eiser ter zitting heeft gesteld, dan ook niet de taak van verweerder dan wel de rechtbank om zelf aan de hand van openbare gegevens een onderzoek te doen naar mogelijke fouten in de door eiser overgelegde koerslijst van [bedrijfsnaam] .</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op het vorenstaande slaagt het beroep van eiser op de koerslijst van [bedrijfsnaam] niet. Dit betekent dat verweerder terecht de afschrijving van de auto heeft bepaald aan de hand van de forfaitaire tabel. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is daarom ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. Eiser heeft in zijn beroepschrift van 24 oktober 2023 verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Een vergoeding van immateriële schade wordt op verzoek toegekend als een procedure over een belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk als redelijk wordt beschouwd. De termijn hiervoor vangt aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt. Verweerder heeft het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag op 18 oktober 2022 ontvangen. De rechtbank doet op 23 september 2025 uitspraak. De redelijke termijn is derhalve overschreden met bijna twaalf maanden. Nu eiser een financieel belang heeft van meer dan € 1.000, heeft eiser recht op een vergoeding van immateriële schade van € 1.000.<footnote-ref linkend="_e9e46849-f0b8-4a78-aca5-076d307ab425" /> Aangezien verweerder op 11 oktober 2023 uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is de termijnoverschrijding voor de helft, ofwel € 500, toe te rekenen aan verweerder en voor de helft, ook € 500, aan de Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. De rechtbank ziet in de overschrijding van de redelijke termijn reden om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op (afgerond) € 227 (1 procespunt voor het verzoek om vergoeding van immateriële schade met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 0,25).<footnote-ref linkend="_f76a0512-33c1-4570-b243-421b4bd7c6b4" />Nu de overschrijding van de redelijke beslistermijn aan zowel verweerder als de rechtbank is toe te rekenen, dienen de proceskosten door verweerder en de Staat ieder voor de helft te worden voldaan.<footnote-ref linkend="_d72d3a48-c5a6-4ee6-ac17-a5d302e5eb67" /></para>
    <para />
    <para>10. Eiser heeft reeds vóór het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024<footnote-ref linkend="_a6d50ce0-9ac8-4951-a18c-1f645785447b" /> verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Nu de redelijke termijn voor bezwaar en beroep op de datum van dat arrest nog niet was overschreden, ziet de rechtbank geen aanleiding om het betaalde griffierecht aan eiser te laten vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade toe;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 113,50;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 113,50.</para>
    <para>- draagt de Staat en verweerder op om de toegekende vergoedingen te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiser.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. de Wit, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. U.A. Salomons, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>26 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).</para>
      <para>Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. </para>
    <para>Verder vermeldt u ten minste het volgende:</para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. de datum van verzending;</para>
    <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
  </section>
  <footnote id="_e9e46849-f0b8-4a78-aca5-076d307ab425" label="1">
    <para> Vgl. Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f76a0512-33c1-4570-b243-421b4bd7c6b4" label="2">
    <para> Vgl. Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d72d3a48-c5a6-4ee6-ac17-a5d302e5eb67" label="3">
    <para> Vgl. Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.14.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6d50ce0-9ac8-4951-a18c-1f645785447b" label="4">
    <para> ECLI:NL:HR:2024:567.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>