<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:21252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T17:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.43372</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21252">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-12T10:10:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21252 Rechtbank Den Haag , 11-11-2025 / NL25.43372</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21252:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin; Bulgarije; AIDA-rapport; 17 Dvo; ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21252:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.43372</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in datum de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 8 september 2025 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL25.43373, op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_c1b6b876-e2f1-4bb9-9d01-39abfbc62da9" /> In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het besluit onzorgvuldig omdat de minister een standaardvoornemen heeft gebruikt?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eiser betoogt dat de minister het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid door een voornemen met standaardteksten uit te brengen. Het voornemen is daardoor niet specifiek toegespitst op de situatie van eiser en houdt onvoldoende rekening met de door eiser aangevoerde omstandigheden. De minister is in Dublinzaken verplicht om de verklaringen van de vreemdeling zorgvuldig te onderzoeken, toe te zien op de naleving van procedurele waarborgen en de individuele omstandigheden van de vreemdeling expliciet te betrekken bij de motivering van het voornemen.<footnote-ref linkend="_9637f0bd-aad7-49d0-b5fa-a8fd81db26d0" /> Nu eisers verklaringen in het voornemen onvoldoende in onderlinge samenhang zijn bezien, heeft de minister hier niet aan voldaan.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het gebruik van een voornemen met standaardteksten niet maakt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. De minister heeft er namelijk terecht op gewezen dat de dragende overwegingen voor het besluit in het voornemen staan. In die overwegingen heeft de minister voldoende duidelijk uiteengezet dat, en op grond van welke redenen, Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Daarin staat ook vermeld dat er geen reden wordt gezien om eisers asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, Dublinverordening in behandeling te nemen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat het niet onzorgvuldig is dat de minister in het besluit voor het eerst meer specifiek ingaat op de individuele omstandigheden van een vreemdeling.<footnote-ref linkend="_e0ec71a9-079e-4739-817e-c3a5f7690399" /> De door eiser aangehaalde uitspraak van de zittingsplaats Roermond van deze rechtbank leidt, gelet op deze rechtspraak van de Afdeling, niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mag de minister voor Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?</emphasis>
        </para>
        <para>6.	Eiser betoogt dat de minister voor Bulgarije niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat het asielsysteem in Bulgarije systeemfouten bevat. Eiser vreest in Bulgarije in de gevangenis of op straat te belanden zonder eten en drinken. Eiser wijst hierbij op zijn verklaring dat hij is onderworpen aan zinloos geweld, dat hij is verhongerd en dat de opvangomstandigheden slecht waren.<footnote-ref linkend="_d5f3be19-f434-418b-ae11-6899030c490e" /> De opvangvoorzieningen in Bulgarije verslechteren alleen maar en de aanpak van de Bulgaarse (grens)politie is onrechtmatig. Verder verwijst eiser naar de AIDA-rapporten over Bulgarije van 30 maart 2023 (het updaterapport over het jaar 2022) en 27 maart 2025 (het updaterapport over het jaar 2024).<footnote-ref linkend="_7856811e-8771-46ff-b5c6-637895e24803" /> In deze rapporten staat dat pas rechtsbijstand wordt verleend als beroep is ingesteld. Hierdoor zijn vreemdelingen voor het instellen van beroep volledig afhankelijk van non-gouvernementele organisaties. Er is dus niet voorzien in rechtsbijstand in de beroepsprocedure zoals bedoeld in artikel 20 van de Procedurerichtlijn. Hierdoor is het maar de vraag of eiser gebruik kan maken van een effectief rechtsmiddel om verdragsverplichtingen aan de orde te kunnen stellen.<footnote-ref linkend="_a1c9e8b8-49e3-4a9e-b722-9d02559a94e2" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich, onder verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling,<footnote-ref linkend="_15212a37-3e50-4161-9547-87c9da4b8a80" /> terecht op het standpunt gesteld dat hij voor Bulgarije mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het AIDA-updaterapport over het jaar 2024 is weliswaar niet bij deze uitspraken betrokken, maar de minister heeft terecht gesteld dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Bulgarije schetst dan de situatie die al in die rechtspraak is betrokken. Verder heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de opvangomstandigheden niet aannemelijk maken dat sprake is van structurele problemen met het asielsysteem in Bulgarije. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt immers dat, hoewel er veel problemen zijn met de opvangvoorzieningen, de omstandigheden niet zo slecht zijn dat een persoon die volledig afhankelijk is van overheidssteun, buiten zijn wil en eigen keuzes om terechtkomt in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie.<footnote-ref linkend="_4dc53438-8189-4ba3-b580-12c4d78f27ee" /> Daar komt nog bij dat eiser zich bij voorkomende problemen zou kunnen beklagen bij de (hogere) Bulgaarse autoriteiten. Eiser heeft met zijn verklaringen geen nieuwe aanknopingspunten gegeven om tot een andere conclusie te komen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft de minister voldoende gemotiveerd dat hij de asielaanvraag niet onverplicht aan zich trekt?</emphasis>
        </para>
        <para>7.	Eiser betoogt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakt van de bevoegdheid om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. De minister heeft de door eiser aangevoerde persoonlijke ervaringen na aankomst in Bulgarije namelijk onvoldoende kenbaar betrokken bij de beoordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat hij de asielaanvraag niet aan zich hoeft te trekken. De minister mocht zich namelijk op het standpunt stellen dat de door eiser aangevoerde omstandigheden niet relevant zijn voor de beoordeling of sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden. De aangevoerde omstandigheden hebben immers betrekking op de vraag of er concrete aanwijzingen zijn dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt.<footnote-ref linkend="_1a30141a-ceb8-4619-906c-42ec0b42ab29" /> In het besluit heeft de minister al overwogen dat hiervoor geen concrete aanwijzingen zijn, zodat de minister niet gehouden was om daar in het kader van eisers beroep op artikel 17 van de Dublinverordening nogmaals op in te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus-Visschers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c1b6b876-e2f1-4bb9-9d01-39abfbc62da9" label="1">
    <para>Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9637f0bd-aad7-49d0-b5fa-a8fd81db26d0" label="2">
    <para> Eiser wijst ter onderbouwing op Rb. Den Haag, zp. Roermond 7 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19122.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0ec71a9-079e-4739-817e-c3a5f7690399" label="3">
    <para> ABRvS 11 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1642; ABRvS 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d5f3be19-f434-418b-ae11-6899030c490e" label="4">
    <para> Pagina 8 van het aanmeldgehoor Dublin van 13 juli 2025. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7856811e-8771-46ff-b5c6-637895e24803" label="5">
    <para> “Country Report: Bulgaria”, 2022 Update” en “Country Report: Bulgaria”, 2024 Update”.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1c9e8b8-49e3-4a9e-b722-9d02559a94e2" label="6">
    <para> Eiser wijst ter onderbouwing op ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3538.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15212a37-3e50-4161-9547-87c9da4b8a80" label="7">
    <para> ABRvS 29 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:303, ABRvS 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870 en ABRvS 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2647, ABRvS 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1080 en ABRvS 3 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1490.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4dc53438-8189-4ba3-b580-12c4d78f27ee" label="8">
    <para> Zie hiervoor met name ABRvS 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a30141a-ceb8-4619-906c-42ec0b42ab29" label="9">
    <para> Zie ABRvS 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1860 en ABRvS 2 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4941.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>