<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:20760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T11:26:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11825657 \ RL EXPL  25-14435</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2026/0331</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20760">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T14:46:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20760 Rechtbank Den Haag , 07-10-2025 / 11825657 \ RL EXPL  25-14435</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20760:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nietigverklaring van de dagvaarding. Kort geding. Mondelinge uitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20760:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11825657 \ RL EXPL  25-14435</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 7 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap THE HEALTH FACTORY NL DISTRIBUTIE B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Heemstede,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: The Health Factory,</para>
      <para>gemachtigde: [naam 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de publiekrechtelijke rechtspersoon BELASTINGDIENST/KANTOOR DEN HAAG, </title>
    <parablock>
      <para>zetelend te 's-Gravenhage,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.C.L. Rutten-Stichter,</para>
      <para>hierna: de Belastingdienst,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap ING BANK N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.E.G. Murris,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna: de ING. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak wordt behandeld door mr. O. van der Burg, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.E. Bijl als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting is voor The Health Factory verschenen [naam 2] , bijgestaan door zijn gemachtigde [naam 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de Belastingdienst is verschenen mr. F.J.B.A. Duijnstee, mr. C.C.L. Rutten-Stichter en [naam 3] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de ING is verschenen mr. M. Murris en [naam 4] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben op de zitting hun standpunten, al dan niet aan de hand van spreekaantekeningen, toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>The Health Factory vordert in dit kort geding: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>‘gedaagden te veroordelen tot onmiddellijke terugbetaling van € 933,08 vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW; Alle dwangbevelen die door de belastingdienst zijn opgelegd in te trekken, aangezien de belastingdienst geen mandaat kan overleggen die juist is met de wetgeving; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden te veroordelen tot nietigverklaring en buiten werking stellen van de overige door de Belastingdienst verzonden dwangbevelbrieven die niet door een bevoegde ambtenaar zijn ondertekend en dus geen enkele rechtsgeldige titel vormen; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden te verbieden om in de toekomst nog langer dwangbevelen of beslagmaatregelen te nemen zonder rechtsgeldige rechterlijke titel of bevoegd mandaat; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ING Bank te bevelen om elke toekomstige vordering van een derde partij te blokkeren indien deze derde partij niet voldoet aan de vereiste documentatie, alsmede de toekomstige blokkade van de rekening van eiseres per direct op te heffen en onbelemmerde toegang tot de rekening te verschaffen. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit kort geding.’</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De Belastingdienst en de ING hebben verweer gevoerd tegen deze vorderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In een kort geding procedure gaat het om een voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of The Health Factory ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de dagvaarding nietig verklaren. Het enige wat daaruit valt te destilleren is dat ING een bedrag van € 933,08 aan de (Ontvanger?) van de Belastingdienst heeft uitbetaald, nadat de laatste onder de ING beslag had gelegd. Waarom deze gang van zaken tot de gevraagde voorlopige voorziening zou moeten leiden, valt uit de dagvaarding niet op te maken. De dagvaarding bevat alinea’s van slechts één zin, zoals: “Eiseres heeft nimmer een overeenkomst gesloten met de Belastingdienst (art. 6:217 BW, art. 3:33 BW)”, of: “De Belastingdienst heeft geen mandaatbesluit, contraseign of volmacht overgelegd (productie 4 en 5)”. De genoemde producties zitten niet aan de dagvaarding gehecht. Welke overeenkomst The Health Factory voor ogen heeft, of wat de consequenties zijn van de stelling dat zij geen overeenkomst met de Belastingdienst heeft gesloten, wordt verder niet uitgelegd. Hetzelfde geldt voor het tweede citaat. Onder “juridische gronden” staan verwijzingen naar wetsartikelen. Het betreft een opsomming, zonder zinnen die duidelijk maken wat de gronden voor de gevraagde voorziening zijn. De dagvaarding is dan ook een onbegrijpelijk stuk (obscuur libel) en zal om die reden nietig worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat, ook al zou het voorgaande anders beoordeeld moeten worden, het vereiste spoedeisende belang bij de gevraagde voorziening ontbreekt, nu The Health Factory op geen enkele wijze heeft onderbouwd waarom haar voortbestaan afhankelijk zou zijn van de gevorderde terugbetaling van € 933,08. Voorts is, gelet op het door gedaagden gevoerde verweer, niet op voorhand aannemelijk te achten dat een bodemrechter de vordering zou toewijzen, zodat ook op die grond de vorderingen in dit kort geding niet zouden kunnen worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>The Health Factory is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van de Belastingdienst en de ING betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De proceskosten van de Belastingdienst worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>67,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>610,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De proceskosten van de ING worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>67,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>610,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart de dagvaarding nietig;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt The Health Factory in de proceskosten van de Belastingdienst van € 610,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als The Health Factory niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt The Health Factory in de proceskosten van de ING van € 610,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als The Health Factory niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. O. van der Burg, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>