<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:20554</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-07-17T10:05:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.50952</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2026:106" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2026:106, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20554">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20554</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T14:06:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20554 Rechtbank Den Haag , 05-11-2025 / NL25.50952</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20554:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring – non-refoulement – consulaire bijstand – lichter middel – voortvarend handelen - beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20554:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.50952</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E. Schoneveld),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Bruin).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_28bae736-425c-43a9-93db-4309faaf5116" /> opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1993 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Consulaire bijstand</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt dat zijn recht op consulaire bijstand is geschonden. Tijdens de ophouding heeft hij verklaard gebruik te willen maken van de mogelijkheid om contact op te nemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Marokko met het oog op consulaire bijstand. Niet is gebleken dat hij daadwerkelijk contact heeft kunnen leggen of daartoe in staat is gesteld. Ook blijkt niet of de Marokkaanse vertegenwoordiging in kennis is gesteld. Dit zijn twee verplichtingen van verweerder. Eiser wijst daarbij op artikel 5.5, tweede lid, van het Vb<footnote-ref linkend="_cc1af6dc-843b-4bcf-99ac-85b193b34c33" /> en de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_90186e9b-f614-4c8d-95d2-59c2442ce272" /> van 23 december 2010.<footnote-ref linkend="_ce9642aa-dbb3-4325-b33a-d2131aeb8997" /> Op verweerder rust de plicht om zo snel mogelijk kennisgeving te doen bij de diplomatieke vertegenwoordiging en de plicht om zich in te spannen om contact te bewerkstelligen. </para>
    <para />
    <para>3. Artikel 5.5, tweede lid, van het Vb bepaalt dat van de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op verzoek van de vreemdeling mededeling wordt gedaan aan verwanten of een diplomatieke vertegenwoordiging. Verder volgt uit paragraaf A2/4 van de Vc<footnote-ref linkend="_656c277f-2f83-49a6-bf17-d1197fcebed8" /> dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgehouden persoon op de hoogte moet stellen dat hij recht heeft op contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de opgehouden persoon in Nederland en dat de opgehouden persoon contact mag opnemen met hulpverlenende instanties en/of verwanten. </para>
    <para />
    <para>4. Blijkens het proces-verbaal ophouding en onderzoek (M105-A) is eiser om 12:37 uur erop gewezen dat hij contact kan laten opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Marokko met het oog op consulaire bijstand. Uit het proces-verbaal volgt verder dat eiser heeft aangegeven gebruik te willen maken van zijn recht op consulaire bijstand. Uit het proces-verbaal van het gehoor dat met eiser is gehouden vóór de oplegging van de maatregel van bewaring (M110) en dat plaatsvond tijdens de ophouding, blijkt dat eiser is gewezen op zijn recht om contact op te nemen met de consulaire vertegenwoordiging van Marokko. Eiser heeft op dat moment gezegd dat hij hier geen gebruik van wenst te maken. De rechtbank ziet in het enkele feit dat niet uit het dossier blijkt of is bewerkstelligd dat eiser contact heeft gekregen met de consulaire vertegenwoordiging dan wel dat die van de bewaring op de hoogte is gesteld geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Verweerder heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting door eiser op zijn recht op consulaire bijstand te wijzen. Eiser kon daarnaast ook zelf contact opnemen met de consulaire vertegenwoordiging als hij dat wenste, nadat hij op dat recht en dus die mogelijkheid was gewezen. Nergens blijkt uit dat hij dit nadien heeft gedaan of geprobeerd. Overigens is juist aannemelijk dat hij toch geen contact meer wenste, aangezien hij dat in het latere bewaringsgehoor verklaarde. Dat maakt dat verweerder ook niet gehouden was om de diplomatieke vertegenwoordiging van Marokko te informeren over eisers inbewaringstelling. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zodanig in zijn belangen is geschaad hierdoor dat de maatregel daardoor onrechtmatig moet worden geacht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Terugkeerbesluit en non-refoulement</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit niet ten grondslag mag liggen aan de maatregel van bewaring. Verweerder heeft geen onderzoek gedaan naar een mogelijke schending van het beginsel van non-refoulement. Hij wijst daarbij op uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond.<footnote-ref linkend="_92e387f5-50bb-454b-af0f-a60c32a793a0" /> Het terugkeerbesluit dateert van 28 november 2018 en de omstandigheden zijn gewijzigd. Daarnaast is het ook de vraag of de medische situatie van eiser terugkeer toelaat. In het terugkeerbesluit wordt ook geen land van terugkeer genoemd. Dit besluit kan dan ook niet dienen als basis voor de inbewaringstelling.</para>
    <para />
    <para>6. Uit de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021<footnote-ref linkend="_5ddab565-4393-48e3-ae3a-013750a0f151" /> volgt dat een besluit waarin geen land van terugkeer is vermeld, geen terugkeerbesluit is waarop een maatregel van bewaring kan worden gebaseerd. Het moet namelijk voor een vreemdeling kenbaar zijn naar welk derde land hij zal worden verwijderd als het op gedwongen terugkeer aankomt. In deze uitspraak heeft de Afdeling verder overwogen dat de rechtsbescherming van de vreemdeling op dit punt niet in gevaar is, indien uit de motivering van het besluit ondubbelzinnig blijkt naar welk land verweerder verwacht dat de vreemdeling terugkeert. De rechtbank constateert dat de maatregel van bewaring is gebaseerd op de meeromvattende beschikking van 28 november 2018, dat tevens een terugkeerbesluit is. De rechtbank stelt vast dat aan het slot van die beschikking geen land van terugkeer wordt benoemd, zoals dat in veel andere beschikkingen wel het geval is. Hoewel het land van terugkeer op die plek niet is genoemd blijkt uit het lichaam van dat besluit wel ondubbelzinnig dat verweerder ervan uitgaat dat eiser uit Marokko afkomstig is en dat hij verwacht dat eiser naar dat land terug zou keren. Bovendien heeft verweerder eisers aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw afgewezen bij besluit van 25 april 2025, waarbij Marokko als land van terugkeer nogmaals is benoemd.</para>
    <para />
    <para>7. Voor zover eiser betwijfelt of zijn medische situatie een uitzetting toelaat, wijst de rechtbank op het besluit van 25 april 2025. Daarin is geoordeeld dat bij het uitblijven van medische behandeling geen medische noodsituatie binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden wordt verwacht. Daarom is er geen sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_d361b397-af57-4eb9-bbb2-75ca18bb3fce" /> om medische redenen. In het dossier bevinden zich verder geen aanknopingspunten dat het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen verwijdering van eiser. Eiser heeft tijdens het gehoor voorafgaand aan de maatregel de vraag gekregen of hij veilig kan terugkeren naar Marokko. Hij heeft daarop geantwoord dat hij dat kan, maar dat er van alles gebeurt in Marokko en dat daar geen goede ziekenhuizen zijn. Gelet op eisers antwoorden in het gehoor inbewaringstelling en de algemene situatie in Marokko, heeft verweerder dan ook geen aanleiding hoeven zien om nader onderzoek te doen naar de vraag of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen de uitzetting van eiser. Het terugkeerbesluit van 28 november 2018 mag dan ook als grondslag dienen voor de maatregel van bewaring en verweerder mocht eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw in bewaring stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lichter middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eiser stelt dat een lichter middel ook kon worden toegepast. Het is voor verweerder duidelijk dat een alternatief voorhanden is. Eiser verblijft bij zijn moeder en heeft daar kost en inwoning. Daartoe is ook een verklaring van zijn moeder overgelegd. Het gaat al jaren niet goed met eisers medische situatie en hij heeft medicatie nodig, wat ook blijkt uit het BMA<footnote-ref linkend="_ff21f43e-8a1a-4cf2-9da7-e14cdf2069ba" />-advies. De medische dienst in het Detentiecentrum [plaats] geeft hem enkel slaapmiddelen. Andere medicatie krijgt hij niet. Verder heeft hij in bewaring weinig beweging en andere voeding. Dit is slecht voor zijn darmen en leidt tot obstipatie. Hij is daarom ook bang dat het litteken op zijn buik openscheurt. Eiser stelt dat hij ook bij zijn moeder kan verblijven met een meldplicht. Verder dient hij nog operaties te ondergaan. Dit is niet of onvoldoende betrokken bij het besluit.</para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware en lichte gronden niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend is om dit risico te ondervangen. Dit blijkt ook uit het feit dat eiser naar aanleiding van de beschikking van 28 november 2018 diende te vertrekken, maar dit niet (vrijwillig) heeft gedaan. Ook heeft hij meermaals verklaard niet te willen terugkeren en in Nederland te willen blijven. Het wordt verder ook niet betwist dat eiser bij zijn moeder kan verblijven, maar de kans dat hij vanuit die situatie zelfstandig zal terugkeren naar Marokko is zeer klein. Eiser verblijft immers al jaren bij zijn moeder en is nog niet vertrokken. Eisers medische omstandigheden zijn uitgebreid meegewogen in de maatregel van bewaring. Verweerder heeft daarbij terecht overwogen dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan de medische zorg in de vrije maatschappij. Indien eiser niet tevreden is met de zorg die hij daar ontvangt, is het aan hem om daarover zijn beklag te doen in het detentiecentrum. Niet is gesteld of gebleken dat het detentiecentrum niet bereid of in staat is om hem te helpen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voortvarend handelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. De lp<footnote-ref linkend="_edb45c77-0414-4b68-bb53-d989e45262a6" />-aanvraag is pas op 20 oktober verzonden. Dit zou komen omdat er nog vingerafdrukken nodig waren, maar deze waren al die tijd voorhanden.</para>
    <para />
    <para>11. Verweerder heeft toegelicht dat, nadat de maatregel is opgelegd op 6 oktober 2025, op 9 oktober een vertrekgesprek met eiser is gevoerd en de lp-aanvraag is ingevuld en verzonden naar de lp-kamer. De daaropvolgende dag werd bekend dat deze aanvraag aangevuld moest worden met vingerafdrukken. De vingerafdrukken zijn op 16 oktober 2025 ontvangen door het ILC<footnote-ref linkend="_03f24c31-9a95-4a0c-9f07-e5ab53141d95" /> en op 17 oktober door de DIA.<footnote-ref linkend="_8f993a4e-de59-4f91-a6ed-2f3ea502a868" /> Vervolgens is de lp-aanvraag op 20 oktober 2025 doorgezonden aan de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank ziet in het voorgaande geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Ambtshalve toets</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>12. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_28bae736-425c-43a9-93db-4309faaf5116" label="1">
    <para>Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc1af6dc-843b-4bcf-99ac-85b193b34c33" label="2">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90186e9b-f614-4c8d-95d2-59c2442ce272" label="3">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce9642aa-dbb3-4325-b33a-d2131aeb8997" label="4">
    <para> ECLI:NL:RVS:2010:BP0428.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_656c277f-2f83-49a6-bf17-d1197fcebed8" label="5">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92e387f5-50bb-454b-af0f-a60c32a793a0" label="6">
    <para> Uitspraken van 5 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:327,2 en 11 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6038.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ddab565-4393-48e3-ae3a-013750a0f151" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2021:1155.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d361b397-af57-4eb9-bbb2-75ca18bb3fce" label="8">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff21f43e-8a1a-4cf2-9da7-e14cdf2069ba" label="9">
    <para> Bureau Medische Advisering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_edb45c77-0414-4b68-bb53-d989e45262a6" label="10">
    <para> Laissez-passer.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03f24c31-9a95-4a0c-9f07-e5ab53141d95" label="11">
    <para> Informatie Logistiek Centrum.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f993a4e-de59-4f91-a6ed-2f3ea502a868" label="12">
    <para> Directie Internationale Aangelegenheden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>