<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:20461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T15:22:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.27024</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20461">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T15:18:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20461 Rechtbank Den Haag , 04-11-2025 / NL25.27024</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20461:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regulier. Aanvraag verblijfsvergunning met als verblijfsdoel 'arbeid als zelfstandige'. Beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20461:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.27024 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] ,</para>
      <para>van Britse nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [v-nummer] , </para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, de minister</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G. Dreijer).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag van eiser heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 juni 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak stond gepland op de zitting van 9 oktober 2025. Omdat er geen tolk bij deze zitting aanwezig kon zijn, is de behandeling van de zaak aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het onderzoek ter zitting is vervolgens op 22 oktober 2025 hervat. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Aan een vreemdeling die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten, kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend als daarmee een wezenlijk Nederlands belang is gediend.<footnote-ref linkend="_cf856dbd-e95c-485d-a148-ba13c1b19304" /> De minister bepaalt of daar sprake van is. Daarbij betrekt de minister het advies van de minister van Economische Zaken (EZ). De minister van EZ baseert zijn advies op een puntenstelsel die is opgenomen in het Voorschrift Vreemdelingen.<footnote-ref linkend="_9a71258c-ae57-4576-94a2-2e8f085608b2" /> Het puntenstelsel<footnote-ref linkend="_09d21e8f-0ffd-4556-9d2b-ec5a0688ac8e" /> omvat drie criteria:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>persoonlijke ervaring; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ondernemingsplan, en;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Met de arbeid als zelfstandige is een wezenlijk Nederlands belang gediend indien aan de vreemdeling met toepassing van het puntenstelsel ten minste 30 punten worden toegekend voor elk van de drie criteria. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Herhaling bezwaargronden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. De minister stelt zich primair op het standpunt het beroep van eiser niet kan slagen omdat de beroepsgronden identiek zijn aan de bezwaargronden. De minister meent dat hij in het bestreden besluit hier afdoende op heeft gereageerd. Eiser heeft in beroep niet onderbouwd waarom die motivering onjuist of onvoldoende zou zijn. De minister wijst in dit kader op de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_9427c653-1170-480d-8d3d-9bde199de121" /> van 19 oktober 2022.<footnote-ref linkend="_295f3528-87eb-494d-ae44-b4b07d52dd7c" /> Op de zitting heeft de minister aangegeven dat de aanvullende beroepsgronden wel inhoudelijk moeten worden besproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat uit het beroepsschrift van eiser voldoende duidelijk blijkt waarom hij het niet eens is met het bestreden besluit. Dit maakt de situatie in het geval van eiser anders dan in de Afdelingsuitspraak waar de minister naar verwijst. Bovendien heeft eiser in beroep aanvullende gronden ingediend waardoor er geen sprake meer is van een exacte herhaling van de bezwaargronden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de beroepsgronden van eiser niet inhoudelijk te behandelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft de minister terecht aan eiser tegengeworpen dat zijn onderneming niet staat inschreven bij de Kamer van Koophandel?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Eiser voert aan dat hem niet kan worden verweten dat hij niet staat ingeschreven in bij de Kamer van Koophandel (KvK). Als Brits onderdaan zonder een verblijfsrecht is het niet mogelijk om een burgerservicenummer (BSN) te verkrijgen en zonder BSN is het niet mogelijk om je in te schrijven bij de KvK. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser zijn onderneming niet heeft ingeschreven bij de KvK. De minister heeft op zitting gemotiveerd dat het voor eiser mogelijk is om een BSN te verkrijgen door zich eerst in te schrijven in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Eiser kan zich vervolgens met BSN inschrijven bij de KvK. Dat eiser zich niet kan inschrijven in de RNI is niet door hem betwist. De rechtbank gaat dan ook uit van deze mogelijkheid. Eiser heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Dat betekent ook niet dat hem kan worden tegengeworpen dat hij zich niet heeft ingeschreven bij de KvK. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Had de minister de aanvraag van eiser moeten doorsturen naar het ministerie van Economische Zaken?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. Eiser voert verder aan dat uit het uitdrukkelijk aan het ministerie van EZ is om te beoordelen of hij aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ voldoet. De aanvraag had dan ook moeten worden doorgestuurd door de minister. Door de aanvraag zonder door te sturen af te wijzen is de minister op de stoel van het ministerie van EZ gaan zitten. Daarnaast voert eiser aan dat hij zijn aanvraag wel voldoende heeft onderbouwd om aan hem een verblijfsvergunning te verlenen. In beroep heeft eiser nog een aantal aanvullende stukken overgelegd: mailberichten van mensen die gebruik willen maken van zijn hovenierswerkzaamheden, een lijst van het UWV met kansrijke beroepen Drenthe 2025-2026, een locatiescan, een sollicitatiebrief, een bevestiging van inschrijving voor de cursus Nederlands voor Anderstaligen en een aanvraag voor diplomawaardering.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het aan de minister is om te beoordelen of een aanvraag zodanig is onderbouwd dat deze ter advisering kan worden voorgelegd aan het minister van EZ. Anders dan eiser stelt gaat de minister daarmee niet op de stoel van de minister van EZ zitten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat de onderbouwing van de aanvraag van eiser op een aantal punten onvoldoende is. De minister heeft in het besluit van 24 maart 2025 duidelijk omschreven om welke punten het gaat. Kort gezegd gaat het om de onderbouwing van de persoonlijke ervaring, het ondernemingsplan en het innovatieve karakter van de onderneming. Ook tijdens de bezwaarprocedure heeft eiser de ontbrekende onderbouwing niet overgelegd, waardoor er ook op dat moment geen verplichting ontstond om de aanvraag van eiser door te zenden. De door eiser in beroep overgelegde aanvullende stukken maakt het oordeel van de rechtbank niet anders gelet op de ex tunc-toetsing in reguliere zaken.  Bovendien is met die stukken nog niet de onderbouwing gegeven die nodig is, zoals dat in het besluit van 24 maart 2025 is omschreven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Doordat de onderbouwing van de aanvraag onvoldoende is, bestond er voor de minister geen verplichting om de aanvraag van eiser ter advisering door te zenden aan het ministerie van EZ. Wat eiser heeft aangevoerd, slaagt dus niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cf856dbd-e95c-485d-a148-ba13c1b19304" label="1">
    <para> Zie artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit (Vb 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a71258c-ae57-4576-94a2-2e8f085608b2" label="2">
    <para> Zie artikel 3.30, tweede lid, van het Vb 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_09d21e8f-0ffd-4556-9d2b-ec5a0688ac8e" label="3">
    <para> Opgenomen in artikel 3.20a, eerste lid, in samenhang met bijlage 8a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV 2000). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9427c653-1170-480d-8d3d-9bde199de121" label="4">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_295f3528-87eb-494d-ae44-b4b07d52dd7c" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3029.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>