<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:20429</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T09:30:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL:TZ:2502463:R-RK en NL:TZ:2502468:R-RK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20429">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20429</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T09:41:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20429 Rechtbank Den Haag , 03-11-2025 / NL:TZ:2502463:R-RK en NL:TZ:2502468:R-RK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20429:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Als middels een voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw wordt verzocht de hypothecaire schuldeiser te verbieden de hypothecaire lening op te zeggen. Verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20429:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="df0c3102-811b-4660-ab54-60265fcc94f1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b05093f5-de31-4b65-bd61-4faed08cab1b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: NL:TZ:2502463:R-RK en NL:TZ:2502468:R-RK</para>
      <para>uitspraakdatum: 3 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: [gemeente] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>OBVION,</para>
      <para>met een postbus te Heerlen,</para>
      <para>verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft op 31 oktober 2025 gevraagd om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Daarbij heeft zij ook een WSNP-verzoek ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Namens [verzoekster] wordt verzocht “<emphasis role="italic">primair om Obvion te verbieden de hypothecaire geldlening op te zeggen, althans subsidiair om verzoekster een termijn van minimaal zes maanden te gunnen waarin zij, onder begeleiding van schuldhulpverlening en beschermingsbewind, kan werken aan een duurzame oplossing,</emphasis>” </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft op 3 november 2025 de schuldhulpverlener van de gemeente verzocht toe te lichten waarom zij meent dat het opzeggen van een hypothecaire lening als bedreigende situatie ex artikel 287b lid 1 juncto lid 4 Fw is aan te merken. Hierop is dezelfde dag als volgt geantwoord: </para>
        <para>“<emphasis role="bold italic">Hypothecaire opzegging kan leiden tot executieverkoop</emphasis><emphasis role="italic">: Het opzeggen van een hypothecaire lening kan in de praktijk leiden tot opeising van het volledige openstaande bedrag en vervolgens tot executieverkoop van de woning. Dit vormt een directe bedreiging voor het recht op huisvesting van de schuldenaar en kan resulteren in gedwongen woningontruiming — een situatie die wél expliciet wordt genoemd in lid 4. Daarmee is sprake van een feitelijk en juridisch verband tussen de opzegging van de lening en een bedreigende situatie zoals bedoeld in de wet. Dit vormt een directe bedreiging voor het recht op huisvesting. De dreiging van woningverlies is vergelijkbaar met gedwongen ontruiming en kan dus onder de reikwijdte van artikel 287b Fw worden gebracht. Graag hiermee het spoedeisende belang aantonen zodat de bank verboden wordt om een executieverkoop te plannen. De bank kan dit zonder tussenkomst van de rechtbank uitvoeren omdat recht van hypotheek belegd is bij Obvion.</emphasis>” </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] verzoekt – als voorlopige voorziening ex artikel </para>
        <para>287b Fw – een tot de hypothecaire schuldeiser gericht verbod om een hypothecaire lening op te zeggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In artikel 287b lid 4 Fw staat vermeld wat onder een in dat artikel bedoelde bedreigende situatie moet worden verstaan, namelijk gedwongen woningontrui-ming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Daarbij wordt het opzeggen van een hypothecaire lening (of het aanzeggen van een executieverkoop door de hypotheekhouder) (dus) niet aangemerkt als bedreigende situatie in de zin van artikel 287b Fw. Dit maakt dat [verzoekster] niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Dit temeer omdat het verzoek zich richt tegen “OBVION” zonder daarbij de volledige gegevens van deze partij te vermelden (zie 3.2.4.3 Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Indien [verzoekster] ontvankelijk zou zijn geweest in haar verzoek, of indien het verzoek zou zijn gebaseerd op artikel 287 lid 4 Fw, zou het verzoek zijn afgewezen. Er wordt verzocht iets te verbieden wat al heeft plaatsgevonden. Immers, de hypotheekhouder heeft reeds bij brief van 26 september 2025 de hypotheek opgezegd. Bovendien levert de opzegging van een hypotheek niet automatische een bedreigende situatie op, terwijl niet is gebleken dat met adequate hulp een (openbare) executieverkoop onafwendbaar is. Tevens lijkt sprake te zijn van miskenning van de positie van de hypothecaire schuldeiser die ook tijdens een schuldsaneringsregeling tot verkoop van de woning kan overgaan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om een voorlopige voorziening;</para>
      <para />
      <para>- verklaart dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gewezen door mr. R. Cats en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2025 in tegenwoordigheid van A. van Groningen Schinkel, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>