<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:20199</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T14:41:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.29579</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20199">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20199</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T14:37:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20199 Rechtbank Den Haag , 31-10-2025 / NL25.29579</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20199:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig, asiel. Hersteluitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20199:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.29579</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">
        [naam]
      </emphasis>, eiser, </para>
    <para>V-nummer: [nummer],</para>
    <para>(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, de minister. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Inleiding</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 23 december 2023. <emphasis role="bold">Dit beroep heeft van rechtswege ook betrekking op het alsnog genomen besluit. </emphasis></para>
  <parablock>
    <para>1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_6f7add49-127e-46e3-ad6c-1cb741e65f17" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond? </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken.<footnote-ref linkend="_51bd36de-bb81-46f5-990f-bc8da21dca81" />Eiser heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.<footnote-ref linkend="_e03346bc-b6bd-4602-9df0-35c59167d324" /><emphasis role="strike-through">De termijn van twee weken vangt aan één dag na ontvangst van de brief waarin eiser de minister heeft gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.</emphasis><footnote-ref linkend="_037162c9-c678-4071-9c3b-76a3ddc77ba0" /><emphasis role="strike-through"> In het geval van eiser begon deze termijn op 20 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken na 4 juli 2025. Eiser heeft het beroepschrift ingediend op 4 juli 2025. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.</emphasis><footnote-ref linkend="_41aaa768-a776-47d7-b9fe-fa2a4c491351" /><emphasis role="bold">Dat heeft de minister niet gedaan en eiser heeft vervolgens beroep ingesteld.</emphasis><footnote-ref linkend="_c2345803-e968-4122-bf17-0912a9136a95" /><?linebreak?></para>
  <para>
    <emphasis role="bold">3. Op 20 augustus 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister alsnog een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen.</emphasis>
    <footnote-ref linkend="_5390cf8d-215a-4bf4-9d16-f6b6a6287929" />
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">4.	Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk. </emphasis>
    <?linebreak?>
  </para>
  <section>
    <title>Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond? </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_bd309c0f-acf2-4f9b-bdfb-9cf9a682fce8" />
        <emphasis role="bold"> Eiser heeft geen gronden ingediend die zien op het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit kennelijk ongegrond is. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Welke dwangsom legt de rechtbank op?<?linebreak?></title>
    <para>
      <emphasis role="bold">6.	De minister hoeft geen bestuurlijke dwangsom te betalen.</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_96d43e30-209f-4124-8a5d-30f3371c0e88" />
      <emphasis role="bold"> Daarnaast bestaat er geen aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen, omdat de minister is tegemoet gekomen aan het verzoek van eiser en alsnog heeft beslist op zijn aanvraag.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusie en gevolgen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">7.</emphasis>	Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. <emphasis role="strike-through">De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden. </emphasis><emphasis role="bold">Het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond.</emphasis><?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">8. Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend, en moet de minister de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5a13be32-36ca-4e73-8b4d-f47cf1ab8659" />
      </para>
      <para />
      <para>9. Deze hersteluitspraak is gedaan omdat in de oorspronkelijke uitspraak een omissie is opgetreden. De oorspronkelijke uitspraak bevatte ten onrechte de overweging dat het beroep prematuur was ingediend. De rechtbank is hierop gewezen door de gemachtigde van eiser. Deze hersteluitspraak treedt in de plaats van de oorspronkelijke uitspraak die op 30 september 2025 is gedaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">verklaart het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="bold">€ 453,50.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
      </parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
        </para>
        <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
        <para />
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6f7add49-127e-46e3-ad6c-1cb741e65f17" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51bd36de-bb81-46f5-990f-bc8da21dca81" label="2">
    <para> Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e03346bc-b6bd-4602-9df0-35c59167d324" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_037162c9-c678-4071-9c3b-76a3ddc77ba0" label="4">
    <para>
      <emphasis role="strike-through"> Artikel 4:17, derde lid, van de Awb.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_41aaa768-a776-47d7-b9fe-fa2a4c491351" label="5">
    <para>
      <emphasis role="strike-through"> Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2345803-e968-4122-bf17-0912a9136a95" label="6">
    <para>
      <emphasis role="bold"> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5390cf8d-215a-4bf4-9d16-f6b6a6287929" label="7">
    <para>
      <emphasis role="bold"> Artikel 8:55d van de Awb. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd309c0f-acf2-4f9b-bdfb-9cf9a682fce8" label="8">
    <para>
      <emphasis role="bold"> Artikel 6:20, derde lid, van de Awb. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_96d43e30-209f-4124-8a5d-30f3371c0e88" label="9">
    <para>
      <emphasis role="bold"> ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a13be32-36ca-4e73-8b4d-f47cf1ab8659" label="10">
    <para>
      <emphasis role="bold"> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>