<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:20088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T17:00:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.50938</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20088">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:20088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T11:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20088 Rechtbank Den Haag , 31-10-2025 / NL25.50938</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20088:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring; beroep tegen het model M113; M113 is geen besluit en niet met een besluit gelijkgesteld, de rechtbank is daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:20088:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.50938</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Birrou),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De minister heeft op 4 september 2025 een maatregel van bewaring aan eiser opgelegd (de eerste maatregel).<footnote-ref linkend="_3a382147-0c1d-460d-aaff-d02a1a9bd4db" /> Vervolgens heeft de minister de eerste maatregel op 1 oktober 2025 opgeheven en aansluitend een nieuwe maatregel opgelegd (de tweede maatregel).<footnote-ref linkend="_f5d695d7-a862-4c7a-978a-c896af719636" /> Ten behoeve van de opheffing van de eerste maatregel heeft de minister een model M113 ‘Opheffing van maatregel als bedoeld in artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000’ opgemaakt (de M113).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft op 18 oktober 2025 beroep ingesteld tegen de M113.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.<footnote-ref linkend="_af7abd8f-2a57-4f00-a717-ebf2fa4754fd" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tegen welke handeling heeft eiser beroep ingesteld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser heeft in zijn beroepschrift en zijn beroepsgronden vermeld dat hij beroep heeft ingesteld tegen de M113 die ten behoeve van de opheffing van de eerste maatregel is opgemaakt. Eiser heeft echter ook beroepsgronden tegen de tweede maatregel zelf aangevoerd. Het was de rechtbank daarom niet duidelijk tegen welke handeling van de minister eiser beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft eiser daarom op 22 oktober 2025 verzocht om dat te verduidelijken. Op dezelfde dag heeft hij de rechtbank uitdrukkelijk laten weten dat hij beroep heeft ingesteld tegen de M113, en niet tegen de tweede maatregel. De rechtbank merkt het beroep van eiser dan ook aan als een beroep tegen de M113.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de rechtbank bevoegd om van dit beroep kennis te nemen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. De rechtbank is bevoegd kennis te nemen van een beroep als dit is gericht tegen een besluit.<footnote-ref linkend="_22979a87-4d58-417c-8a70-8a7eac99efaa" /> Omdat het beroep van eiser is gericht tegen de M113, is het (dus) de vraag of de M113 een besluit is. Dat is niet het geval. Volgens de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) is een M113 slechts bedoeld als interne kennisgeving om de betrokken ketenpartners van de minister op de hoogte te stellen van de opheffing van een maatregel van bewaring, zodat een M113 geen besluit is. Verder heeft de wetgever de rechtsbescherming tegen maatregelen van bewaring geregeld door de mogelijkheid om tegen een opgeheven maatregel van bewaring een vervolgberoep in te dienen en tegen een nieuwe maatregel van bewaring een eerste beroep in te dienen, zodat een M113 ook niet met een besluit gelijk moet worden gesteld.<footnote-ref linkend="_23538f33-dce5-4cc5-8c3b-6b2898290e73" /></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het voorgaande betekent dat de rechtbank onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3a382147-0c1d-460d-aaff-d02a1a9bd4db" label="1">
    <para> Deze maatregel is gebaseerd op artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5d695d7-a862-4c7a-978a-c896af719636" label="2">
    <para> Deze volgende maatregel is gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af7abd8f-2a57-4f00-a717-ebf2fa4754fd" label="3">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_22979a87-4d58-417c-8a70-8a7eac99efaa" label="4">
    <para> Dat staat in artikel 8:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23538f33-dce5-4cc5-8c3b-6b2898290e73" label="5">
    <para> ABRvS 28 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:232, r.o. 5-5.4.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>