<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T15:40:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.51085</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19996">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T15:39:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19996 Rechtbank Den Haag , 30-10-2025 / NL25.51085</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19996:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring – voorgaande maatregel te laat omgezet – huidige maatregel niet onrechtmatig – beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19996:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.51085</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b en onder c, van de Vw<footnote-ref linkend="_fcc8196b-7895-4e7b-b867-a7254246ad40" /> opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 22 oktober 2025 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 23 oktober 2025 een reactie op de beroepsgronden ingediend. De rechtbank heeft op 30 oktober 2025 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1986 en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt dat de voorgaande maatregel van bewaring onrechtmatig was. Hij wijst erop dat deze is omgezet naar de huidige maatregel, wat maakt dat deze ook onrechtmatig geacht dient te worden. Hij beroept zich op de tussenuitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 4 juni 2024<footnote-ref linkend="_651cfd06-9a80-49ee-81ff-284182a1aec1" /> waarbij is geoordeeld dat niet hoeft vast te staan dat bij de oplegging zeer grote fouten zijn gemaakt om te kunnen concluderen dat sprake is van onrechtmatigheid.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat aan eiser een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw is opgelegd op 16 oktober 2025, De rechtbank heeft geoordeeld dat deze maatregel sinds 20 oktober 2025 onrechtmatig is geworden en daarmee één dag onrechtmatig heeft voortgeduurd.<footnote-ref linkend="_e8362682-f2cb-4c52-83b1-14e8f8c58269" /> Deze maatregel is opgeheven op 20 oktober 2025, waarna aansluitend de onderhavige maatregel op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b en onder c, van de Vw opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. Uit het arrest Bouskoura van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 volgt dat indien de onrechtmatigheid van een maatregel is vastgesteld, dit niet reeds hierom inhoudt dat een direct aansluitende nieuwe maatregel ook onrechtmatig is, tenzij er sprake is van kwade trouw of misleiding van de zijde van het bestuursorgaan.<footnote-ref linkend="_38204f63-3c5d-4b6d-a0dd-e64467601ae0" /></para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft in zijn brief van 23 oktober 2025 erkend dat de voorgaande maatregel te laat is omgezet en verzoekt de rechtbank daarbij om, in het geval dit wordt gezien als een gebrek, rekening te houden met de belangen van verweerder. De belangen van verweerder om eiser in bewaring te houden wegen zwaarder dan het belang van eiser in vrijheid te worden gesteld, gezien het significante onttrekkingsgevaar</para>
    <para />
    <para>6. Voor zover eiser al aanvoert dat er sprake is van kwade trouw, wordt eiser daarin niet gevolgd. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het om een relatief korte overschrijding van de termijn gaat en dat uit de toelichting van verweerder is gebleken dat de overschrijding waarschijnlijk veroorzaakt is omdat de asielaanvraag op een vrijdag is gedaan. De maandag daarop is de maatregel direct omgezet.</para>
    <para />
    <para>7. Vervolgens ziet de rechtbank zich geplaatst voor de vraag of sprake is van een andere zodanig ernstige schending van het recht om in vrijheid te worden gesteld zodra de vrijheidsbeneming onrechtmatig is geworden, dat dit om die reden moet leiden tot onrechtmatigheid van de huidige maatregel. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_a0dc1ea8-6786-420e-bef7-cd4374b655b3" /> volgt dat als uitgangspunt geldt dat een gebrek in de eerste maatregel van bewaring de daaropvolgende maatregel niet alleen daarom van het begin af onrechtmatig maakt. Op dit uitgangspunt moet een uitzondering worden gemaakt in geval van een ernstige schending van het fundamentele recht om in vrijheid te worden gesteld indien de bewaring onrechtmatig is.<footnote-ref linkend="_78303fa1-a313-4023-9150-aee1ca79933b" /> Ook kan een opeenstapeling van ernstige gebreken waar zwaar gewicht aan toe moet worden gekend ertoe leiden dat een uitzondering op het uitgangspunt moet worden gemaakt.<footnote-ref linkend="_f8ef6cd6-47c5-4527-b8af-88afdd0f863e" /></para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank is onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2024<footnote-ref linkend="_824d2462-0ec6-4ba9-a068-de8beb783e0f" /> van oordeel dat het te laat omzetten van de voorgaande maatregel van bewaring in de zaak van eiser geen ernstige schending oplevert van het recht om in vrijheid te worden gesteld wanneer de bewaring onrechtmatig is. De rechtbank acht daarbij van belang dat eiser voor korte duur – een dag – onrechtmatig in bewaring heeft gezeten.<footnote-ref linkend="_c5627a13-4eec-4425-adb8-7cdb648732d3" /> Eiser heeft ook niet aangevoerd waarom, anders dan dat eiser enige tijd zonder rechtsgrond in bewaring heeft gezeten, afgeweken zou moeten worden van de schottentheorie of waarom er sprake is van een ernstige schending. Verder is niet gebleken van andere gebreken dan het gebrek dat eiser stelt, zodat van een openstapeling van gebreken evenmin sprake is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de onrechtmatige bewaring vanaf 20 oktober 2025 in dit geval niet doorwerkt naar de bewaringsmaatregel van 20 oktober 2025. De beroepsgrond slaagt daarom niet.</para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank stelt verder vast dat eiser de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voor zover nodig voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. De gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.</para>
    <para />
    <para>10. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <para>11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fcc8196b-7895-4e7b-b867-a7254246ad40" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_651cfd06-9a80-49ee-81ff-284182a1aec1" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDH:2024:8499.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8362682-f2cb-4c52-83b1-14e8f8c58269" label="3">
    <para> NL25.50960.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38204f63-3c5d-4b6d-a0dd-e64467601ae0" label="4">
    <para> ECLI:EU:C:2024:868.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0dc1ea8-6786-420e-bef7-cd4374b655b3" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78303fa1-a313-4023-9150-aee1ca79933b" label="6">
    <para> Zie onder meer ECLI:NL:RVS:2018:2083 en ECLI:NL:RVS:2021:885.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8ef6cd6-47c5-4527-b8af-88afdd0f863e" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2021:885.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_824d2462-0ec6-4ba9-a068-de8beb783e0f" label="8">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:1206.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5627a13-4eec-4425-adb8-7cdb648732d3" label="9">
    <para> Zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling van 11 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3508.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>