<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T11:53:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11314280</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leiden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19736">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T11:52:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19736 Rechtbank Den Haag , 14-05-2025 / 11314280</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19736:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In conventie wordt betaling gevorderd, betaling is al dan niet terecht opgeschort in verband met vermeende gebreken en fouten op de factuur. In reconventie wordt herstel van de gebreken gevorderd. Partijen mogen zich uitlaten over de aan te wijzen deskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19736:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Leiden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>MvD (C/D)</para>
      <para>Zaaknummer: 11314280 \ CV EXPL  24-3015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 14 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [partij A] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [partij A] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I. van Leusden-Willemse,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [partij B] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [partij B] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.J.D. Beerenfenger.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties van 17 juli 2024,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in reconventie, met productie,</para>
      <para>- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 25 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [partij A] is een bedrijf dat vloeren legt. [partij B] is een vennootschap die een horecaonderneming exploiteert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [partij A] heeft een offerte uitgebracht aan [partij B] voor het leveren en aanbrengen van een DuraQuartz systeemvloer. In de offerte is een bedrag van € 7.286,40 excl. btw geoffreerd. In de offerte is onder andere opgenomen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Opmerking: Indien geurbelasting een rol speelt zoals in een centrum /appartementen, dienen wij geurloos toeslag aan te rekenen als te zien in de opsomming offerte. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Opties DuraQuartz</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geurloos					66		€ 19,50		€ 1.287,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van nacalculatie: Uitvulspecie 	0		€ 7,50		€    0,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Garantie:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij geven op onze vloeren een garantie van vijf jaar (aflopend), conform onze verkoop-, leverings- en uitvoeringsvoorwaarden. Conform deze voorwaarden is van garantie onder meer uitgezonderd:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Chemische beschadigingen, welke ontstaan door chemicaliën die niet als positief zijn aangegeven op onze chemicaliënbestendigheid lijst.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Mechanische beschadigingen</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Scheurvorming, ontstaan vanuit de ondergrond</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Osmose</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Betaling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betaling dient als volgt te geschieden (mits goedgekeurde kredietlimiet):</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">50% daags voor aanvang</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">50% na gereedheid van werkzaamheden, betaling met 14 dagen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Aanvullende voorwaarden:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij onze werkzaamheden zijn wij ervan uitgegaan dat:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De uitgevoerde m1 en m2 zullen aan het eind van het werk worden op- of nagemeten. Bij afwijkingen zal de prijs hierop worden aangepast;(…)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De ondergrond applicatiegeschikt is. Eventuele extra werkzaamheden of meerverbruik, welke voor uitvoering niet waarneembaar waren, of niet expliciet overeengekomen, zijn ten allen tijde verrekenbaar.</emphasis>”</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De algemene verkoop-, leverings- en uitvoeringsvoorwaarden (hierna: algemene voorwaarden) zijn als bijlage bij de offerte meegezonden. In artikel 5 van de algemene voorwaarden is opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="bold italic">5. Oplevering, verantwoordelijkheid en waarborgen</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Na voltooiing van onze werkzaamheden wordt het werk – al dan niet samen met ons – binnen acht dagen na voltooiing van het werk, door de contractspartij opgenomen. [partij A] BV zal in ieder geval de definitieve opmetingen verrichten. (…). </emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het werk is goedgekeurd of geacht te zijn goedgekeurd.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het werk wordt goedgekeurd of geacht te zijn goedgekeurd als a) de contractspartij dit aan ons meedeelt; b) [partij A] BV de contractspartij heeft bericht het werk voltooid te achten en de contractspartij niet binnen 10 dagen daartegen schriftelijk bezwaar maakt of c) de contractspartij het werk in gebruik neemt, c.q. in gebruik heeft gegeven, met dien verstande, dat door de ingebruikneming van een gedeelte van het werk dat gedeelte als opgeleverd wordt beschouwd. </emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Alle gebreken aan geleverde zaken, of het uitgevoerde werk, waarvan de opdrachtgever bewijst dat zij binnen de garantietermijn zijn ontstaan, uitsluitend of overwegend als gevolg van een onjuistheid in de door [partij A] BV ontworpen constructie, gebrekkige verwerking of gebruik van materialen waarvan [partij A] BV had kunnen weten dat dit ondeugdelijk was, wordt door haar kosteloos gerepareerd, hersteld of herleverd (naar onze keuze).(…)</emphasis>”   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op verzoek van [partij B] heeft er een schouwing vooraf plaatsgevonden op 22 maart 2023 door de heer [naam 1] , werkzaam bij [partij A] . Op die dag is onder andere besproken wat er zou moeten gebeuren met een gat in de betonvloer van [partij B] . [partij B] heeft toen aangegeven het gat zelf op te vullen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Met de factuur van 22 maart 2023 heeft [partij A] een voorschotnota groot € 4.408,27 incl. btw (hierna: factuur 1) gezonden aan [partij B] , met daarin het verzoek de factuur voorafgaande aan de werkzaamheden te voldoen. Het betrof 50% van de aanneemsom. [partij B] heeft dit niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 28 maart 2023 zou de opdracht worden uitgevoerd. Bij aankomst gaven de betreffende medewerkers van [partij A] aan dat uitvoering van de werkzaamheden niet mogelijk was, omdat de door [partij B] gestucte muren te vochtig waren en het door [partij B] opgevulde gat in de vloer nog te nat was en verder diende te worden opgevuld, alvorens er een vloer op aangebracht kon worden. De medewerkers van [partij A] zijn toen vertrokken. De werkzaamheden zijn uiteindelijk op 6 april 2023 uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Met de factuur van 17 april 2023 heeft [partij A] een bedrag van € 7.357,65 incl. btw (hierna: factuur 2) bij [partij B] in rekening gebracht, te voldoen binnen 14 dagen. Dit betreft de tweede 50% van de aanneemsom vermeerderd met een post aan meerwerk van € 2.437,50 (excl btw) voor: <emphasis role="italic">“Extra: Verbruik uitvulspecie  	325		€ 7,50”. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Met e-mailbericht van 9 mei 2023 heeft [partij B] onder andere het volgende aan [partij A] gestuurd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Er is bij de controle van de werkzaamheden een lijst van zaken opgemerkt die niet in orde zijn. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze is telefonisch doorgegeven en er zou iemand langskomen om dit te bekijken. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is er al bekend wanneer dit gebeurt? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hieronder een lijst met zaken. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- Er staat in de factuur dat er geurloos is gewerkt. (…)Er is dus niet met geurloos materiaal gewerkt (..) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Er zijn grote niveauverschillen in hoogte waardoor het bouwen van de counter allerlei problemen met zich meebracht. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Bij de entree is de ruimte waar de droogloopmat lag compleet schuin geplint.</emphasis>”</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op 10 mei 2023 heeft [partij A] per e-mail aan [partij B] bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">U zou nog een aantal foto’s sturen van de “bobbels” in de vloer vandaar dat er verder nog geen actie is ondernomen.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Op 10 juli 2023 heeft [partij B] foto’s van de vloer aan [partij A] gestuurd. In het e-mailbericht is verder onder andere opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Zie hieronder een een aantal belangrijke punten waardoor wij absoluut niet te spreken zijn over de werkzaamheden die hier verricht zijn. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Zoals te zien op de foto’s in de bijlage, is de vloer niet egaal. (…)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Er is achteraf een hoge kostenpost toegevoegd voor het opvullen van bepaalde gedeeltes van de vloer. De vloer is echter niet waterpas en heeft grote hoogteverschillen.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Dat de vloer niet egaal was heeft er toe geleid dat de bar die wij aan hebben geschaft, op maat en op locatie in elkaar gezet moest worden. (…)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bij de binnenkomst moest er een rechthoekig verdiepte ruimte overblijven voor een droogloopmat. De RVS plint is compleet scheef geplaatst. </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De hoeken van de vloer bevatten veel van de toplaag (hard/epoxy soort?) Dit is niet afgewerkt maar gewoon afgeraffeld. (..)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Op 10 en 11 juli 2023 heeft [naam 1] op locatie van [partij B] de vloer beoordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Op 13 juli 2023 heeft [partij A] per e-mailbericht aan [partij B] geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Goedemorgen meneer [naam 2] ,</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn collega [naam 1] is bij u geweest om te kijken naar de punten die u heeft benoemd in de mail. Het gedeelte bij de ingang (waar een stuk vloer mist) willen wij z.s.m. gaan herstellen. Welke dag komt bij u het beste uit hiervoor?</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [partij A] vordert - samengevat - veroordeling van [partij B] tot betaling van € 11.765,92 ten aanzien van onbetaalde facturen, en een bedrag van € 892,66 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met (contractuele) rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [partij A] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [partij A] heeft bij [partij B] op 6 april 2023 een DuraQuartz vloersysteem aangebracht. De facturen 1 en 2 ten aanzien van deze werkzaamheden zijn onbetaald gebleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [partij B] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij A] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij A] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij A] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [partij B] voert het volgende aan. Ten eerste is er een te hoog bedrag gefactureerd te weten een bedrag voor meerwerk (uitvulspecie) van € 2.437,50 exclusief btw en er is ten onrechte een bedrag voor geurloos materiaal in rekening gebracht. Deze bedragen zijn niet verschuldigd. Ten tweede is de vloer niet conform de opdracht gelegd en zijn er gebreken die nog moeten worden hersteld, op grond waarvan [partij B] zich op opschorting beroept. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [partij B] vordert, samengevat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. voor recht te verklaren dat [partij A] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenissen jegens [partij B] ; </para>
        <para>II. voor recht te verklaren dat [partij A] geen aanspraak kan maken op de door haar in rekening gebrachte kosten voor de geurloze DuraQuartz; </para>
        <para>III. [partij A] te gebieden aan [partij B] een creditnota te sturen; </para>
        <para>IV. [partij A] te gebieden met [partij B] een afspraak te maken om de gestelde gebreken te herstellen; </para>
        <para>V. onder verbeurte van een boete; </para>
        <para>VI. waarbij wordt bepaald dat [partij B] de factuur van € 7.259,27 inclusief btw niet eerder hoeft te voldoen dan na uitvoering van de door [partij A] te verrichten herstelwerkzaamheden;</para>
        <para>VII. met veroordeling van [partij A] in de kosten van het geding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [partij B] stelt de volgende gebreken: </para>
      <para />
      <orderedlist numeration="lowerroman">
        <listitem>
          <para>de vloer is nog niet afgemaakt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vloer is hobbelig en niet egaal;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de randen zijn niet afgewerkt, er is sprake van ophoping van hars en er zijn openingen bij de muren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>er is sprake van een scheve hoeklijn bij de inloopmat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>er is spontaan een gat in de vloer ontstaan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vloer voldoet niet aan de HACCP-richtlijnen. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>
        [partij A] voert verweer. [partij A] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij B] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij B] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij B] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter bespreekt de vordering in conventie en in reconventie, gelet op de samenhang, gezamenlijk.	</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen terechte opschorting van de eerste factuur </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In conventie vordert [partij A] onder meer betaling van factuur 1. [partij B] beroept zich op opschorting. Op grond van artikel 6:54 BW mag een partij die zelf in verzuim is, haar verplichting niet opschorten. Met andere woorden als een partij zelf al te laat is met het nakomen van haar verplichtingen, kan zij die verplichtingen niet opschorten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Factuur 1 diende voor aanvang van de werkzaamheden te worden voldaan. Dit volgt zowel uit de factuur zelf als uit de offerte. [partij B] heeft betaling nagelaten en voert aan dat partijen een andere afspraak overeen zijn gekomen over de uiterste betaaldatum. Dit is door [partij A] gemotiveerd betwist. Bij betwisting van de feiten, ligt het op de weg van degene die zich op het rechtsgevolg van de feiten beroept, om de stellingen nader te onderbouwen en te bewijzen. Het had dus op de weg van [partij B] gelegen om nader te onderbouwen dat partijen een andere betaaldatum overeen zijn gekomen dan opgenomen op de factuur en in de offerte. Dit heeft [partij B] nagelaten. [partij B] heeft dit standpunt niet nader onderbouwd met stukken of geconcretiseerd met feiten. Aan deze stelling van [partij B] gaat de kantonrechter dus voorbij als onvoldoende onderbouwd. Zodoende kan niet worden vastgesteld dat er andere betaaldata overeengekomen zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het verweer van [partij B] in conventie dat zij de betaling van factuur 1 mocht opschorten slaagt dus niet, omdat [partij B] als eerste aan zet was om te betalen. Dit betekent dat een bedrag van € 4.408,27 incl. btw zal worden toegewezen bij eindvonnis, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand vanaf de vervaldatum van de factuur.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Factuur 2 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Ten aanzien van twee posten van de tweede factuur heeft [partij B] betwist dat overeengekomen werkzaamheden zijn verricht. [partij B] voert aan dat daarom ook niet de daarvoor in rekening gebrachte bedragen verschuldigd zijn. Deze twee posten zal de kantonrechter als eerste beoordelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvulspecie ten onrechte in rekening gebracht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [partij A] heeft een bedrag van € 2.437,50 excl. btw in rekening gebracht ten aanzien van extra geleverde uitvulspecie. Zij stelt hiertoe gerechtigd te zijn op grond van de offerte en op grond van het feit dat [partij B] het gat in de vloer niet zelf voldoende had opgevuld voor aanvang van de werkzaamheden. [partij B] heeft betwist dat een dergelijke hoeveelheid aan uitvulspecie is gebruikt en heeft daarnaast betwist dat [partij A] een dergelijk hoog bedrag op grond van de overeenkomst in rekening mag brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van art 7:755 BW kan een aannemer in geval van meerwerk bij de opdrachtgever een verhoging van de prijs vorderen, als hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van de prijsverhoging. Dit is anders als de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Met andere woorden als het voor de opdrachtgever vooraf duidelijk moet zijn geweest dat het meerwerk voor dergelijke extra kosten zou zorgen. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter bij [partij B] het geval. De kantonrechter legt dat hierna uit.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat er een gat in de vloer was dat nader moest worden gevuld, alvorens [partij A] met de werkzaamheden (het aanbrengen van de vloer) kon aanvangen. Vast staat dat afgesproken was dat [partij B] dit zou doen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden door [partij A] , maar dat [partij B] dit niet (afdoende) had gedaan, toen [partij A] op 6 april 2023 (en daarvoor op 28 maart 2023) de werkzaamheden zou beginnen. Daarom is toen afgesproken dat [partij A] deze werkzaamheden (het verder vullen van het gat) (ook) zou uitvoeren. De kantonrechter is van oordeel dat het hiermee voor [partij B] duidelijk had moeten zijn – mede gelet op de aanvullende voorwaarden in de offerte over ‘meerverbruik’ – dat hier extra kosten mee gemoeid zouden zijn. Een richtprijs voor kosten van uitvulspecie was ook vermeld in de offerte en mocht dus bij [partij B] bekend worden verondersteld. Bij de toepassing van de tenzij-bepaling in artikel 7:755 BW (“tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen”) is niet van belang of de opdrachtgever – in dit geval [partij B] – ook inzicht had in de exacte omvang van de prijsverhoging dan wel de (concreet) te verwachten meerkosten. Dit wetsartikel bepaalt immers alleen dat de opdrachtgever de noodzaak van een prijsverhoging uit zichzelf had moeten begrijpen. Een waarschuwingsplicht aangaande de exacte uiteindelijke kosten van het meerwerk oftewel de omvang van de prijsverhoging, is er niet. [partij B] had zich in deze situatie waarin zij de noodzaak van de werkzaamheden en het gevolg van een hogere prijs uit zichzelf had moeten begrijpen, desgewenst door [partij A] moeten laten informeren over de omvang van de prijsverhoging, waarna zij had kunnen beslissen of zij de gewenste toevoegingen in het overeengekomen werk wilde opdragen of het gat alsnog zelf had willen opvullen. Om dat te doen had [partij B] overigens ook het geschikte, duurdere materiaal moeten gebruiken en had [partij B] daarvoor kosten moeten maken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Ook indien aangenomen zou worden dat [partij A] een waarschuwingsplicht heeft geschonden, zou [partij B] voor de verrichte (meer)werkzaamheden een redelijke prijs verschuldigd zijn. Hoewel de prijsverhoging fors is, heeft [partij B] , gelet op de onderbouwing ervan door [partij A] , onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat het door [partij A] in rekening gebrachte bedrag geen redelijke prijs was. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat het verweer van [partij B] in conventie tegen deze in rekening gebrachte (meerwerk)post, faalt. Het bedrag van € 2.437,50 is in beginsel verschuldigd, behoudens een gegrond beroep op opschorting door [partij B] , dat hierna wordt besproken. In reconventie zal de door [partij B] gevorderde verklaring voor recht dat er in verband met deze kostenpost een creditfactuur dient te worden gestuurd, bij eindvonnis, worden afgewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geurloos materiaal</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>
        [partij A] heeft in conventie gesteld dat er conform overeenkomst gebruik is gemaakt van een geurloos materiaal, wat kostbaarder is dan het gebruikelijke materiaal, en dat [partij B] daarom de daarop betrekking hebbende toeslag moet betalen. [partij B] heeft het gebruik van dit kostbaardere materiaal gemotiveerd betwist. Omdat niet het duurdere geurloze materiaal is gebruikt, hoeft [partij B] hiervoor ook niet te betalen, aldus [partij B] . [partij B] heeft haar verweer onderbouwd met verklaringen van personen die hebben verklaard een sterke geur van de vloer te hebben waargenomen, nadat deze aangebracht was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat er twee soorten DuraQuartz op de markt zijn; een ‘goedkopere’ die een geur afgeeft en die niet toegestaan is voor gebruik in een centrum of appartementen, en een ‘duurdere’ die wel is toegestaan in een centrum of appartementen. Evenmin is in geschil dat als [partij A] de ‘duurdere’ (en toegestane) variant heeft gebruikt, [partij B] daarvoor moet betalen. Het gaat om de vraag of [partij A] , zoals zij stelt, daadwerkelijk de ‘duurdere’ en ‘geurloze’ variant heeft gebruikt. [partij A] stelt dat zij dit kan aantonen door het overleggen van de factuur van inkoop. Worden de feiten waarvoor een partij de stelplicht heeft door de wederpartij gemotiveerd betwist, dan rust op eerstgenoemde partij de bewijslast van die feiten (art. 150 Rv). De kantonrechter zal [partij A] in dit kader toelaten tot het leveren van bewijs conform haar bewijsaanbod en zoals onder de beslissing is vermeld (hierna: de bewijsopdracht). Indien vast komt te staan dat [partij A] de als ‘geurloos’ te kwalificeren variant heeft gebruikt, moet [partij B] daarvoor in beginsel betalen, behoudens het hierna nog te bespreken opschortingsverweer. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opschorting in verband met gebreken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Ook ten aanzien van de tweede factuur voert [partij B] in conventie aan de betaling te hebben opgeschort in verband met een tekortkoming van [partij A] in de nakoming van de overeenkomst. Factuur 2 is van datum 17 april 2023, zodat deze factuur op 1 mei 2023 verviel. [partij B] heeft gesteld direct na oplevering en dus voor 1 mei 2023 aan [partij A] te hebben aangegeven niet akkoord te gaan met de werkzaamheden en verdere betaling op te schorten tot de gebreken hersteld zouden zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Volgens [partij A] verkeerde [partij B] zelf al in verzuim, zodat haar ook ten aanzien van factuur 2 geen opschortingsrecht meer toekwam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Het standpunt van [partij A] is juist. Omdat [partij B] al met betaling van de eerste factuur in verzuim was toen zij klachten over het werk uitte, mocht [partij A] een eventueel op haar rustende verplichting tot herstel opschorten zolang [partij B] haar eigen verzuim niet had gezuiverd door betaling van de eerste factuur. [partij A] kon in die periode niet in verzuim raken ter zake van een eventueel tekortschieten in de uitvoering van het werk. Overigens dient een opschortingsbevoegdheid te worden uitgeoefend op een manier die in verhouding is met de redenen van opschorten. Ook indien [partij B] de eerste factuur zou betalen, zal moeten worden beoordeeld of een volledige opschorting van de tweede factuur te rechtvaardigen is, gelet op het feit dat de vloer wel aangebracht is en in gebruik is, en de gestelde gebreken slechts kleine delen van de vloer betreffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat in zoverre de vordering in conventie, behoudens de kosten voor het geurloze materiaal, toewijsbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>Omdat in reconventie ook een verklaring voor recht wordt gevorderd dat [partij A] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenissen wegens gebreken aan de vloer, bespreekt de kantonrechter hierna de gebreken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>i. <emphasis role="italic">de vloer is nog niet afgemaakt</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 13 juli 2023 heeft [partij A] aangegeven het stuk waar de vloer mist zo snel mogelijk te willen herstellen. De kantonrechter leest hierin een erkenning aan de zijde van [partij A] , dat zij tekortgeschoten is in een op haar rustende verplichting om de vloer af te maken. De verklaring voor recht op dit punt zal bij eindvonnis worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para> <emphasis role="italic">de vloer is hobbelig en niet egaal </emphasis><emphasis role="underline italic">en</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic"> randen bij de muren</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>
        [partij A] betwist dat de vloer hobbelig is gelegd. Volgens [partij A] is de ondervloer gevolgd, zoals dat gebruikelijk is. De randen bij de muren zijn ook afgewerkt zoals het hoort, aldus [partij A] . Vaak laten klanten de randen afwerken met een plint of met kit, dat is volgens [partij A] aan [partij B] en behoort niet tot de geoffreerde werkzaamheden van [partij A] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>De stelplicht en bewijslast ten aanzien van de stelling dat [partij A] de vloer niet egaal heeft gelegd en de zijkanten niet behoorlijk heeft afgewerkt en dat sprake is van een tekortkoming, rusten op [partij B] die zich daarop beroept. Aangezien de hiervoor genoemde gestelde gebreken een bouwtechnische aangelegenheid zijn en ook een bouwtechnische beoordeling behoeven, overweegt de kantonrechter om een onderzoek door een deskundige/deskundigen in te laten stellen. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:</para>
      <para>- de wenselijkheid van een deskundigenbericht;</para>
      <para>- het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);</para>
      <para>- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van vloeren, meer specifiek een gietvloer en dat de volgende vragen moeten worden gesteld:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Vertoont de gietvloer oneffenheden?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zo ja, wat is de oorzaak daarvan?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Kunt u voor wat betreft de oneffenheden aangeven of de gietvloer is aangebracht volgens de werkwijze die van een professionele, redelijk handelend vloerlegger kan worden verwacht? U wordt verzocht daarbij in te gaan op de stelling van [partij A] dat de ondervloer is gevolgd en dat dit gebruikelijk is.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ten aanzien van de vorige vraag: hoe komt de deskundige tot dit antwoord, bestaan hier normen voor, zo ja, wat zijn deze normen en vallen de eventueel aangetroffen oneffenheden binnen of buiten de toepasselijke norm?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is de gietvloer aan de randen afgewerkt op een wijze die van een professionele, redelijk handelend vloerlegger kan worden verwacht? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ten aanzien van de vorige vraag: hoe komt de deskundige tot dit antwoord, bestaan hier normen voor, zo ja, wat zijn deze normen en valt de afwerking van de randen door [partij A] binnen of buiten de eventueel toepasselijke norm?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Indien het antwoord op vraag 3 en/of vraag 5 nee is; is het noodzakelijk om tot herstel over te gaan? Wat zijn de mogelijkheden voor herstel en kunt u een schatting maken van wat dit zou kosten?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in de bewijslastverdeling aanleiding om te bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de partij dient te worden voldaan die zich beroept op het rechtsgevolg van de gestelde tekortkoming. Dit voorschot moet daarom door [partij B] worden betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <para>In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De kantonrechter zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>iv. <emphasis role="italic"> er is sprake van een scheve hoeklijn bij de inloopmat</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.26.</nr>
      <para>
        [partij B] heeft gesteld dat de hoeklijn bij de inloopmat scheef is gelegd. Volgens [partij B] is dit op 6 april 2023 besproken met de medewerkers van [partij A] en op 10 of 11 juli met [naam 1] . [naam 1] zou hebben aangegeven dat de hoeklijn van de deurmat opnieuw zou worden gelegd. [partij A] heeft erkend dat [naam 1] op locatie met [partij B] heeft gesproken over de werkzaamheden. De inhoud van het gesprek is [partij A] niet bekend mee. De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] hiermee het door [partij B] gestelde onvoldoende heeft betwist, zodat is komen vast te staan dat de plint van de inloopmat scheef is gelegd en opnieuw dient te worden gelegd. Bij eindvonnis zal de verklaring voor recht op dit punt worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>v. <emphasis role="italic">er is spontaan een gat in de vloer ontstaan</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.27.</nr>
      <para>
        [partij A] betwist dat het gat spontaan is ontstaan en onder de garantievoorwaarden valt. Zij gaat ervan uit dat er iets op de vloer is gevallen, zodat het gat geen gevolg is van een tekortkoming. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.28.</nr>
      <para>De vraag of het gat in de vloer veroorzaakt is door een ondeugdelijk aangelegde vloer, vergt een (bouwkundige) beoordeling door een deskundige. Ook dit geschilpunt zal worden voorgelegd aan de deskundige. De kantonrechter is voornemens om aan de deskundige de volgende vraag voor te leggen in dit kader:</para>
      <para />
      <para>9. Kunt u beoordelen hoe het gat in de vloer kan zijn ontstaan, zo ja, kunt u vaststellen of het ontstaan van dit gat verband houdt met een ondeugdelijk door [partij A] aangelegde vloer? U wordt verzocht bij de beantwoording ook in te gaan op de door [partij A] geopperde mogelijkheid dat het gat ontstaan is vanwege onjuist gebruik door [partij B] ? </para>
      <para>10. Ten aanzien van de vorige vraag: hoe komt de deskundige tot dit antwoord, bestaan hier normen voor, zo ja, wat zijn deze normen en valt de afwerking van de vloer door [partij A] op dit punt binnen of buiten de eventueel toepasselijke norm?</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">geen HACCP certificaat</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <para>
        [partij A] geeft aan het certificaat te verstrekken zodra er door [partij B] is betaald. [partij A] doet in dit kader aldus zelf een beroep op opschorting. De kantonrechter is van oordeel dat dit beroep terecht wordt gedaan, aangezien vast staat dat [partij B] in ieder geval ten aanzien van factuur 1 in verzuim is. De kantonrechter zal bij eindvonnis de reconventionele vordering van [partij B] op dit punt afwijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <para>Voor de vordering in conventie betekent het voorgaande dat [partij B] , nu zij niet terecht mocht opschorten, de vordering van [partij A] moet betalen, behoudens het bedrag voor het geurloze materiaal ad € 1.287,00, waarvan de verschuldigdheid afhangt van de uitkomst van de bewijslevering door [partij A] . De verdere beslissing in conventie, waaronder de beslissing over de rente en kosten, wordt aangehouden in afwachting van de bewijslevering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.31.</nr>
      <para>De gegrondheid van de vorderingen in reconventie hangt deels af van de bewijslevering en van het deskundigenonderzoek. Iedere verdere beslissing in reconventie wordt dus ook aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>laat [partij A] toe tot bewijs dat voor het aanbrengen van de vloer van [partij B] het als ‘geurloos’ aan te merken materiaal van DuraQuartz is gebruikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 11 juni 2025</emphasis> voor uitlating door [partij A] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [partij A] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel <emphasis role="bold">bewijsstukken</emphasis> wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [partij A] <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden <emphasis role="bold">juni 2025</emphasis> tot en met <emphasis role="bold">november 2025</emphasis> dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. S.M. Westerhuis-Evers in het gerechtsgebouw te Leiden, Witte Singel 1,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">beide partijen</emphasis> uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 11 juni 2025</emphasis> om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht en de aan de deskundige te stellen vragen, zoals hiervoor in de rechtsoverwegingen (4.20 tot en met 4.28) weergegeven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk <emphasis role="bold">een week vóór de genoemde roldatum</emphasis> de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Westerhuis-Evers en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>