<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19464</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T16:19:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.49158, NL25.49160 en NL25.49161</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19464">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19464</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T16:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19464 Rechtbank Den Haag , 23-10-2025 / NL25.49158, NL25.49160 en NL25.49161</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19464:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroepen tegen vrijheidsbeperkende maatregelen. Beroepen gegrond. Gelet op alle omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat zonder nadere motivering niet duidelijk is dat het belang van de openbare orde de maatregelen vordert. Sv + pkv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19464:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL25.49158, NL25.49160 en NL25.49161</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam 1], eiseres,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 1],</para>
      <para>van Oekraïense nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [nummer 1],</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam 2], eiseres,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 2],</para>
      <para>van Oekraïense nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [nummer 2],</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam 3], eiseres,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 3], </para>
      <para>van Oekraïense nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [nummer 3],</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam 4], eiseres, </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 4], </para>
      <para>van Oekraïense nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [nummer 4],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna samen: eisers,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister,</title>
    <para>(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De minister heeft op 2 oktober 2025 eisers verplicht met ingang van 2 oktober 2025 te verblijven in de gemeente Emmen (de vrijheidsbeperkende maatregel).<footnote-ref linkend="_597c4e56-7cb7-4161-9119-606d85dd0e22" /> De minister heeft op 2 oktober 2025 aan [naam 3], ontheffing verleend voor de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel van 6 oktober 2025 tot 31 december 2025 vanwege studie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eisers hebben tegen de vrijheidsbeperkende maatregelen beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Juridisch kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Op grond van artikel 56, eerste lid van de Vw<footnote-ref linkend="_23bb1e3a-268a-4460-b935-cd0dfeefa1f9" /> kan door de minister overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te geven regels, als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vrijheid van beweging worden beperkt van de vreemdeling die:</para>
    <para />
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>geen rechtmatig verblijf heeft;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook de gelegenheid bestaat, blijft toepassing van artikel 56, eerste lid van de Vw achterwege of wordt de toepassing beëindigd.<footnote-ref linkend="_e0164f88-31ae-421f-94bb-a06f0583532b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vrijheidsbeperkende maatregel kan bestaan uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een verplichting zich bij verblijf in Nederland in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden, of; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een verplichting zich te houden aan een verbod om zich in een bepaald gedeelte of bepaalde gedeelten van Nederland te bevinden.<footnote-ref linkend="_8c382bd3-f219-42ec-9b54-7b9cc382d7ec" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Anders dan bij oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de Vreemdelingenwet, zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn als deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces.<footnote-ref linkend="_f6a1c599-89e5-449c-b355-245197042d61" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 van de Vw – eventueel in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54, eerste lid van de Vw – wordt opgelegd op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan - voor zover hier van belang - de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf.<footnote-ref linkend="_51a2a771-7fa8-4002-8db2-aa2ce6dc3a96" /></para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bestreden besluiten</emphasis>
          <?linebreak?>3.	De minister heeft eisers verplicht om met ingang van 2 oktober 2025 te verblijven in de gemeente Emmen. Zij dienen zich in de gezinslocatie (GL) op te houden. De minister heeft overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert en acht hierbij van belang dat eisers niet hebben voldaan aan de rechtsplicht om uit eigen beweging Nederland te verlaten en het niet duidelijk is of eisers alsnog aan de vertrekplicht zullen voldoen. Verder beschikken eisers niet over een vaste woon- of verblijfplaats en ook niet over voldoende middelen van bestaan. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="underline">Standpunten </emphasis>
          <?linebreak?>4.	Eisers betogen dat de vrijheidsbeperkende maatregelen onrechtmatig zijn opgelegd. Eisers stellen dat zij niet terug kunnen keren naar Oekraïne. Eisers hebben weliswaar onrechtmatig verblijf, maar stellen altijd te hebben meegewerkt met DT&amp;V om aan identificerende documenten te komen. Zij kunnen niet voldoen aan hun vertrekplicht vanwege de oorlog in Oekraïne. Ook kunnen eisers geen vervangende identificerende documenten krijgen vanwege de oorlog. Eisers stellen dat de minister bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende maatregelen onvoldoende rekening heeft gehouden met hun omstandigheden. De vrijheidsbeperkende maatregelen treffen, volgens eisers, dan ook geen doel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. De minister stelt zich op het standpunt dat de openbare orde de maatregelen vordert. De minister stelt dat het risico bestaat dat eisers gaan rondzwerven en zo zich onttrekken aan het toezicht. Eisers hebben geen rechtmatig verblijf, hebben geen lopende procedure om rechtmatig verblijf te verkrijgen en wonen al lange tijd illegaal in Nederland. De minister heeft toegelicht dat de maatregelen niet gericht zijn op vertrek, maar op het bieden van onderdak aan eisers. Omdat eisers geen rechtmatig verblijf hebben kunnen zij geen aanspraak maken op de Rva-verstrekkingen en de opvang van het COa. De belangen die eisers aanvoeren, het bezoeken van vrienden in Zwolle en van kerkdiensten in Groningen, zijn volgens de minister niet zwaarwegend genoeg om af te zien van het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. De rechtbank is van oordeel dat de beroepen gegrond zijn en de besluiten geen stand kunnen houden. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Als er sprake is van niet rechtmatig verblijf in Nederland kan als het belang van de openbare orde dat vordert er op grond van artikel 56 Vw een vrijheidsbeperkende maatregel worden opgelegd. Anders dan eisers lijken te veronderstellen is de mogelijkheid tot verwijdering uit Nederland geen voorwaarde voor het opleggen van de maatregel. Met andere woorden, dat kan ook als de verwijdering onmogelijk is.<footnote-ref linkend="_05b27b5d-4127-45c0-b610-cfe62e266a14" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Het niet hebben van een vaste woon- of verblijfplaats en het niet beschikken over voldoende middelen van bestaan kunnen indicaties zijn, dat het belang van de openbare orde de maatregel vordert. In dit geval is echter zonder nadere motivering niet voldoende duidelijk dat het belang van de openbare orde de maatregelen vordert. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Uit de stukken en de behandeling op de zitting blijkt dat eisers al bijna tien jaar in Nederland verblijven en al die tijd op de gezinslocatie in Emmen hebben gewoond. In die tien jaar hebben zij zowel rechtmatig als onrechtmatig in Nederland verbleven. Er is dus gedurende deze periode van tien jaar, ongeacht de verblijfsrechtelijke status van eisers, steeds opvang geboden op deze locatie. Ook nu is dat het geval. Dat die opvang op dit moment alleen kan en zal worden geboden samen met een artikel 56-maatregel is niet gebleken. Verder bevat het dossier geen aanwijzingen waaruit de rechtbank kan afleiden dat eisers een zwervend bestaan gaan leiden. Zo gaan de kinderen al jaren naar school, doen de moeder en de oma vrijwilligerswerk en hebben zij hechte banden met de kerkgemeenschap. Gelet op al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat zonder nadere motivering niet duidelijk is dat het belang van de openbare orde de maatregelen vordert. De beroepen slagen dus.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De beroepen zijn gegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om aan eisers een schadevergoeding toe te kennen voor de dagen die zij ten onrechte in hun vrijheid zijn beperkt. De rechtbank gaat ervanuit dat een maatregel, inhoudende de beperking van de bewegingsvrijheid, evenals een vrijheidsontnemende maatregel, immateriële schade tot gevolg heeft bij degene die de maatregel dient te ondergaan. Die schade zal bij een vrijheidsbeperkende maatregel wel geringer zijn dan bij een vrijheidsontnemende maatregel. Hiervan uitgaande acht de rechtbank aannemelijk dat eisers ten gevolge van de ten onrechte opgelegde maatregel immateriële schade hebben geleden van € 25,- per dag die zij ten onrechte in hun vrijheid zijn beperkt. De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor 21 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsbeperkende maatregel van 21 x € 25,- = € 525,- x 4 eisers dus in totaal € 2.100,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De rechtbank ziet verder aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eisers hebben moeten maken voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vast op € 1.814,00 (1 punt voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van<?linebreak?>€ 907,00 en wegingsfactor 1). De rechtbank is van oordeel dat de beroepen als samenhangend moeten worden gezien, als bedoeld in artikel 3 van het Bpb.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen tegen de vrijheidsbeperkende maatregelen gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt de opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregelen met ingang van vandaag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eisers tot een bedrag van € 2.100,- en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_597c4e56-7cb7-4161-9119-606d85dd0e22" label="1">
    <para> Als bedoeld in artikel 56, eerde lis van de Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_23bb1e3a-268a-4460-b935-cd0dfeefa1f9" label="2">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0164f88-31ae-421f-94bb-a06f0583532b" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 56, tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c382bd3-f219-42ec-9b54-7b9cc382d7ec" label="4">
    <para> Dit volgt uit artikel 5.1. van het Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6a1c599-89e5-449c-b355-245197042d61" label="5">
    <para> Dit volgt uit paragraaf A5/1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51a2a771-7fa8-4002-8db2-aa2ce6dc3a96" label="6">
    <para> Dit volgt uit paragraaf A5/5 van de Vc.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05b27b5d-4127-45c0-b610-cfe62e266a14" label="7">
    <para> Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2023:6542.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>