<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T11:55:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.12794 en NL25.12795</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T09:06:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19378 Rechtbank Den Haag , 08-07-2025 / NL25.12794 en NL25.12795</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel Ivoorkust - de minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt - eiser heeft gesteld te beschikken over een paspoort, maar heeft deze niet ingeleverd voor onderzoek in zijn asielprocedure of in de parallel lopende Chavez-procedure - geen sprake van een schending van artikel 8 van het EVRM - de minister heeft aan artikel 8 van het EVRM getoetst in het voornemen en in het bestreden besluit - de rechtbank stelt geen verblijfsrecht vast op grond van het Chavez-Vilchez arrest omdat eiser in afwachting is van een beslissing in die procedure - beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummers:	NL25.12794 (beroep)</para>
    <para>NL25.12795 (voorlopige voorziening)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>V-nummer: 	[V-nummer]</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiser],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1992, van Ivoriaanse nationaliteit, eiser/verzoeker, hierna te noemen: eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. N.A.P. Heesterbeek),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing zijn asielaanvraag en het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening. Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit de aanvraag van eiser afgedaan als kennelijk ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en mevrouw B. Westerveld als tolk in de Franse taal. De minister heeft zich schriftelijk afgemeld voor de zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft het volgende asielrelaas aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij als kleermaker werkte in Ivoorkust. Hij stelt op een dag kleding van een klant te zijn kwijtgeraakt met een waarde van ongeveer € 300,-. Deze klant wilde dat eiser het geld zou terugbetalen en heeft gezegd naar de politie te gaan als hij dit niet zou doen. Eiser zegt dat hij dit geld niet had en dat hij samen met zijn familie tot een oplossing heeft proberen te komen. Hierop ontstond volgens eiser gedoe binnen de familie. Eiser heeft daarom Ivoorkust verlaten in januari 2014. Verder heeft eiser verklaard dat hij bij terugkeer naar Ivoorkust verwacht geen problemen te ondervinden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Volgens de minister bestaat het asielmotief van eiser alleen uit zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Dit asielmotief acht de minister niet geloofwaardig, omdat eiser dit niet heeft onderbouwd met documenten en daar geen goede verklaring voor heeft gegeven. Verder acht de minister het asielrelaas van eiser in grote lijnen niet geloofwaardig, omdat eiser heeft verklaard dat hij zijn Franse asieldossier heeft ingediend bij het ministerie, maar daar nooit meer wat over heeft gehoord en geen informatie daarover heeft opgevraagd. Ook weegt de minister hierbij mee dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn burgerlijke staat, omdat hij niet heeft verklaard over zijn zwangere vriendin tijdens zijn eerste gehoor. Daarnaast heeft eiser volgens de minister zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft hij daar geen goede verklaring voor. De minister heeft de aanvraag van eiser daarom afgewezen als kennelijk ongegrond. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk gemaakt?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiser stelt dat hij zijn nationaliteit, identiteit en herkomst – in tegenstelling tot hetgeen de minister stelt – wél aannemelijk heeft gemaakt. Hij stelt dat zijn paspoort op echtheid is onderzocht in de parallel lopende Chavez-procedure<footnote-ref linkend="_9467512a-4666-47dc-aea6-8cd365e05fd8" />. Daarnaast stelt eiser dat de minister aan hem ten onrechte tegenwerpt dat hij ongeloofwaardig heeft verklaard over de documenten uit zijn Franse asielprocedure die zijn nationaliteit, identiteit en herkomst kunnen onderbouwen. Eiser verwijst daarbij naar zijn verklaringen. Daarin heeft hij uitgelegd dat hij heeft geprobeerd deze documenten op te vragen, maar dat is gebleken dat die er niet zijn. Ook stelt eiser dat hij wél een goede verklaring heeft gegeven over waarom hij niet heeft verklaard over zijn zwangere vriendin tijdens zijn eerste gehoor. Volgens eiser heeft hij de vraag die aan hem werd gesteld over zijn burgerlijke staat verkeerd opgevat. Hem werd gevraagd of hij alleenstaand was. Eiser heeft dit zo begrepen dat hem werd gevraagd of hij getrouwd of niet getrouwd was. Daarom is volgens hem geen sprake van een tegenstrijdige verklaring. Om die redenen heeft de minister zijn asielrelaas ook in grote lijnen ten onrechte niet geloofwaardig geacht.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling<footnote-ref linkend="_c4f53868-e7a8-4484-976c-f086f65a6b27" /> is het aan de vreemdeling om zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken. Bij deze beoordeling moet de minister alle omstandigheden van het geval, waaronder de verklaringen van de vreemdeling, betrekken. De minister mag hierbij betrekken dat de vreemdeling geen enkel document heeft ingebracht dat is opgesteld door de autoriteiten van het land waar hij stelt vandaan te komen.<footnote-ref linkend="_1aeb5ce9-bb01-46c4-9085-b62242814ae5" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. <?linebreak?>De minister heeft allereerst mogen tegenwerpen dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. Eiser heeft verklaard over een origineel paspoort te beschikken<footnote-ref linkend="_25c69d6c-7821-4d0f-b777-43ee8bab1f1d" />. De rechtbank stelt echter vast dat eiser dit paspoort gedurende de gehele asielprocedure niet heeft ingediend voor onderzoek bij de minister. Dat eiser zijn paspoort elke drie maanden moet vernieuwen door middel van een stempel, acht de rechtbank geen goede reden voor het niet inleveren van zijn paspoort voor onderzoek. De minister heeft eiser meerdere keren gewezen op het belang van het indienen van documenten die zijn identiteit en nationaliteit kunnen onderbouwen. Eiser heeft dit nagelaten. Daar komt bij dat eiser heeft verklaard dat hij zijn asieldossier met behulp van een advocaat heeft ingediend bij het ministerie in Frankrijk, maar dat hij daar nooit meer iets van heeft vernomen. Hij stelt enkel een brief van de Franse autoriteiten te hebben ontvangen in 2020 met de mededeling dat zijn aanvraag nog in behandeling was. Eiser heeft verklaard ook niets te hebben opgevraagd bij de Franse autoriteiten<footnote-ref linkend="_b09ca912-f0d9-4623-96a5-b8f2fb69ed99" />. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister dan ook mogen tegenwerpen dat eiser zijn verklaringen over de asielprocedure in Frankrijk niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser stelt in beroep wel te hebben geprobeerd de documenten op te vragen in Frankrijk maar dat die er niet zijn. Dit wordt door de rechtbank ook niet gevolgd nu eiser daar geen bewijsstukken van heeft ingebracht. Dat eiser de vraag over zijn burgerlijke staat verkeerd heeft opgevat, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het asielrelaas van eiser in grote lijnen wél geloofwaardig moet worden geacht, nu eiser ook geen enkel origineel document bij zijn asielaanvraag heeft ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat eiser evenmin kan worden gevolgd in zijn stelling dat hij zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt in zijn parallel lopende Chavez-procedure en dat zijn paspoort in die procedure op echtheid is onderzocht. Uit de door eiser ingebrachte stukken in deze beroepsprocedure blijkt dat eiser in zijn Chavez-procedure enkel een kopie van zijn paspoort heeft overgelegd. De rechtbank stelt vast dat in de overgelegde beschikking staat vermeld dat eiser zijn identiteit en nationaliteit ook in de Chavez-procedure niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarom heeft de minister naar oordeel van de rechtbank ook aan eiser mogen tegenwerpen dat eiser geen documenten heeft ingediend die afkomstig zijn van de Ivoriaanse autoriteiten bij het indienen van zijn asielaanvraag. De rechtbank overweegt dat eiser er niet in is geslaagd zijn identiteit, nationaliteit en herkomst in zijn asielprocedure aannemelijk te maken. Deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft eiser zijn asielaanvraag zo spoedig mogelijk ingediend?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>7.	Verder stelt eiser dat de minister zijn aanvraag ten onrechte heeft afgedaan als kennelijk ongegrond. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij zijn asielaanvraag zo spoedig mogelijk heeft ingediend en verwijst ter onderbouwing naar de verklaringen die hij hierover heeft afgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Naar oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. De minister heeft in het voornemen gemotiveerd waarom hij van mening is dat eiser zijn aanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Ook is de minister in het bestreden besluit ingegaan op hetgeen eiser in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. Naar oordeel van de rechtbank heeft eiser in beroep niet onderbouwd wat er volgens hem niet zou kloppen aan de motivering van het bestreden besluit. De enkele stelling dat hij zijn asielaanvraag wél zo snel mogelijk heeft ingediend is naar oordeel van de rechtbank onvoldoende, mede omdat dit alleen een herhaling is van hetgeen eiser in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. De beroepsgrond slaagt daarom eveneens niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is sprake van een risico op schending van artikel 3 van het EVRM</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_593850fd-ae67-41b0-a861-fc3d73169116" />
          <emphasis role="underline"> bij terugkeer aan Ivoorkust?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>8.	Eiser stelt dat hij een risico loopt te worden blootgesteld aan een schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer aan Ivoorkust. Dat blijkt volgens eiser uit algemene informatie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat eiser deze beroepsgrond met geen enkel stuk heeft onderbouwd waaruit zou blijken dat Ivoorkust voor eiser niet veilig is. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is sprake van een schending van artikel 8 van het EVRM?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>9.	Tot slot stelt eiser dat aan hem geen inreisverbod en terugkeerbesluit had mogen worden opgelegd, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een beroep op artikel 8 van het EVRM niet wordt gevolgd. Ook stelt hij dat aan hem ten onrechte geen reguliere verblijfsvergunning is verleend op grond van het Chavez-Vilchez arrest. De minister heeft volgens eiser onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij is belast met zorg- en opvoedingstaken voor zijn kinderen en stiefkinderen in Nederland. Daarbij is onvoldoende waarde toegekend aan de stukken die eiser heeft overgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat de minister in de asielprocedure in het voornemen en in het bestreden besluit heeft getoetst aan artikel 8 van het EVRM. In het voornemen heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiser de familierechtelijke relatie tussen hem en zijn partner, kinderen en stiefkinderen niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij is verwezen naar de aparte beoordeling de Chavez-procedure van eiser en dat aan hem is gevraagd in het nader gehoor of er iets is veranderd in zijn zorg- en opvoedingstaken voor zijn kinderen en stiefkinderen sinds de beoordeling van die procedure. Eiser heeft aangegeven dat er niets is veranderd.<footnote-ref linkend="_fa32c519-0663-4dc8-a60e-4ff1dae614e1" /> Vervolgens heeft de minister in het bestreden besluit opnieuw getoetst aan artikel 8 van het EVRM. Daar heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hetgeen door eiser in de zienswijze naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel leidt. Naar oordeel van de rechtbank heeft eiser niet onderbouwd dat de motivering van het bestreden besluit niet klopt. Hij heeft enkel alle stukken uit zijn Chavez-procedure ingebracht. Dat leidt volgens de rechtbank niet tot een ander oordeel, nu de minister op elk toetsingsmoment in zijn asielaanvraag heeft getoetst aan artikel 8 van het EVRM. Met een enkele verwijzing naar de Chavez-procedure heeft eiser naar oordeel van de rechtbank dan ook te weinig nieuwe feiten naar voren gebracht die kunnen leiden tot een ander oordeel. Om deze reden kan de beroepsgrond niet slagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>Over de stelling van eiser dat ten onrechte geen verblijfsrecht op grond van het Chavez-Vilchez arrest is vastgesteld overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat er nog een lopende bezwaarprocedure is tegen de afwijzing van zijn aanvraag en dat in het kader daarvan op 24 juni 2025 een hoorzitting plaatsvindt. Dat betekent dat eiser in afwachting is van een beslissing in zijn Chavez-procedure. Gelet hierop zal de rechtbank geen oordeel over het al dan niet bestaan van dit verblijfsrecht geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>10.	De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. </para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft. Omdat met deze uitspraak op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, in de zaak NL25.12794:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter, in de zaak NL25.12795:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst de voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9467512a-4666-47dc-aea6-8cd365e05fd8" label="1">
    <para> Een aanvraag voor de vaststelling van een verblijfsrecht op grond van het Chavez-Vilchez arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2027, ECLI:C:EU:2017:354.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4f53868-e7a8-4484-976c-f086f65a6b27" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1aeb5ce9-bb01-46c4-9085-b62242814ae5" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:2265, overweging 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_25c69d6c-7821-4d0f-b777-43ee8bab1f1d" label="4">
    <para> Pagina 4 van het aanmeldgehoor en pagina 6 van het nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b09ca912-f0d9-4623-96a5-b8f2fb69ed99" label="5">
    <para> Pagina 4 van het nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_593850fd-ae67-41b0-a861-fc3d73169116" label="6">
    <para> Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa32c519-0663-4dc8-a60e-4ff1dae614e1" label="7">
    <para> Pagina 19 van het nader gehoor.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>