<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T13:40:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.15232 en NL25.15233</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19354">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T13:40:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19354 Rechtbank Den Haag , 26-06-2025 / NL25.15232 en NL25.15233</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19354:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel Somalië, langdurig verblijf in buitenland, vereenzelviging, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19354:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: 	NL25.15232 (beroep)</para>
      <para>		NL25.15233 (voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nummer: 	[v-nummer]</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, eiseres en verzoekster, hierna eiseres,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. K. Ross)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9db04549-185c-4abb-ae2b-0e918bc38603" />, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.A.A. Willems).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiseres heeft op 15 augustus 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 april 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft eiseres verzocht om een voorlopige voorziening ertoe strekkende niet te worden uitgezet totdat op haar beroep is beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 11 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, O. Olmi als tolk in de Somalische taal en de gemachtigde van verweerder. Ook is de moeder van eiseres, [naam 1] , verschenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag. Eiseres verklaart in haar aanvullend gehoor op 10 juni 2024, dat zij eerder asiel heeft aangevraagd in Noorwegen. Zij verklaart [naam 2] te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. Haar verklaringen in het nader gehoor op 26 juni 2023 kloppen niet. Eiseres haar moeder verblijft in Noorwegen en haar vader is op 8 februari 2020 in Somalië overleden aan het coronavirus. Eiseres is daarom een alleenstaande vrouw in Somalië, zij is verwesterd door haar langdurige verblijf in Europa en vereenzelvigd met het idee van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en staat bekend om haar feministische ideeën, waardoor zij niet kan terugkeren naar Somalië. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Voor zover van belang bevat het asielrelaas van eiseres volgens verweerder de volgende relevante elementen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>alleenstaande vrouw; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vereenzelviging met de waarde van gelijkheid tussen man en vrouw. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig is nu zij misleidende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd <footnote-ref linkend="_42ef37db-7416-4da4-aa7d-e99ed446df1b" /> Zij heeft ook geen oprechte inspanning geleverd om haar asielrelaas met stukken te onderbouwen.<footnote-ref linkend="_84468141-10cf-43b6-a505-b91dca738441" /> Verder wordt niet aannemelijk geacht dat eiseres geen familiebanden in Somalië meer heeft waar zij op terug kan vallen. Ook acht verweerder het niet aannemelijk dat eiseres dusdanig vereenzelvigd is met de waarden van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, dat zij daardoor gevaar zou lopen in Somalië. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.<footnote-ref linkend="_d78b5a9b-b5b2-4991-b490-0cfb409254e6" /> Aan eiseres is een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen en een inreisverbod voor twee jaar<footnote-ref linkend="_50406c4b-7b3a-4015-968e-0820a6e816be" /> opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hieronder zal zij verder toelichten hoe zij tot die conclusie is gekomen en welke gevolgen dit heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Identiteit </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiseres voert aan dat ten onrechte aan haar wordt tegengeworpen dat zij onvoldoende inspanningen heeft verricht om haar asielrelaas, met betrekking tot haar identiteit, te ondersteunen. Zij heeft bij de Somalische ambassade haar originele paspoort aangevraagd en overgelegd bij de zienswijze. Ook heeft zij haar handtekening gezet om haar Noorse asieldossier op te vragen. Verweerder heeft verder ten onrechte niet het DNAonderzoek dat in Noorwegen is gedaan ten aanzien van de gezinsherenigingsprocedure niet betrokken bij de beoordeling. Nu verweerder niet het DNA-onderzoek uit de Noorse procedure heeft opgevraagd is er onvoldoende invulling gegeven aan de samenwerkingsplicht.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat eiseres in het begin van de procedure een valse identiteit en geboortedatum heeft opgegeven, waardoor zij in de procedure als minderjarig werd beschouwd. In zowel haar aanmeldgehoor als haar nader gehoor heeft eiseres vastgehouden aan deze identiteit. Verweerder is nagegaan bij de Noorse en Zweedse autoriteiten hoe eiseres in die landen bekend was. Toen is gebleken dat eiseres een andere identiteit heeft gebruikt. Ook bleek dat eiseres daar over de reden om asiel aan te vragen anders heeft verklaard dan in haar nader gehoor in Nederland. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de stukken die bekend waren uit haar eerdere twee asielprocedures. In haar aanvullend gehoor heeft eiseres toegegeven dat zij tot dan toe valse verklaringen heeft afgelegd en dat haar eerder aangevoerde asielrelaas niet waar was. In het aanvullende gehoor heeft eiseres een ander asielrelaas aangevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat ter zitting is gebleken dat verweerder geen DNA-onderzoek heeft ontvangen van de Noorse autoriteiten en dat alle stukken die zij hebben ontvangen met betrekking tot de asielaanvraag in Noorwegen en Zweden in het dossier zijn toegevoegd. De rechtbank volgt verweerder in haar standpunt dat het aan eiseres te verwijten valt dat zij niet eerlijk is geweest in het begin van haar procedure over fundamentele onderwerpen die de rest van haar procedure hebben beïnvloed en dat dit ook gevolgen heeft voor de rest van haar procedure. Dat eiseres later in de procedure een paspoort heeft overgelegd om haar identiteit te staven, maakt dit niet anders. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht aan eiseres heeft tegengeworpen dat zij wisselend heeft verklaard. Daarom mocht verweerder eiseres verwijten dat zij geen oprechte inspanning heeft geleverd om haar asielverzoek te staven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De rechtbank acht het verder niet noodzakelijk om, zoals eiseres heeft aangevoerd, een onderzoek te verrichten naar de authenticiteit van het paspoort dat zij heeft overgelegd. De rechtbank is namelijk van oordeel dat, gelet op de hierop volgende overwegingen, de authenticiteit van het paspoort geen invloed heeft op het verdere asielrelaas van eiseres. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat hij gelet op de aanwezigheid van de moeder op de zitting ervan uitgaat dat zij daadwerkelijk de moeder van eiseres is. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alleenstaande vrouw</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>7.	Eiseres voert aan dat zij risico loopt bij terugkeer naar Somalië, omdat zij een alleenstaande vrouw is. De vader van eiseres is op 8 februari 2020 aan het coronavirus overleden. Hiertoe heeft eiseres een verklaring van een arts in Somalië overgelegd en een foto van het graf. Eiseres heeft geen adequaat netwerk meer in Somalië en loopt dus risico als alleenstaande vrouw bij terugkeer naar Somalië. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van de arts blijkt dat die twee dagen na het overlijden van de vader is opgemaakt, namelijk op 10 februari 2020. In de verklaring staat ook dat deze is opgemaakt op verzoek van de familie. Ter zitting is aan eiseres gevraagd wie dit verzoek heeft gedaan. Zij heeft verklaard dat zij dit heeft opgevraagd met behulp van haar halfzus, nadat bleek dat verweerder haar asielrelaas niet geloofwaardig achtte. De rechtbank heeft aan eiseres gevraagd hoe het dan kan dat de datum van ondertekening dan op 10 februari 2020 valt, nu zij heeft verklaard dat zij deze pas later heeft opgevraagd. Hierop heeft eiseres ter zitting verklaard dat de arts nalatig is geweest en het niet serieus heeft genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat, zoals verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen, de vermelding dat de vader is overleden op 8 februari 2020 niet overeenkomt met het feit dat het eerste officiële geval van besmetting met het coronavirus pas op 16 maart 2020 is aangekondigd.<footnote-ref linkend="_52f32f06-b547-47d9-9111-d7abb18cbd14" /> De verklaring van eiseres dat zij pas recentelijk een overlijdensakte heeft aangevraagd, komt ook niet overeen met de datum van de verklaring van de arts. Ook ter zitting is onvoldoende opheldering hierover gegeven. De rechtbank is dan ook met verweerder van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een alleenstaande vrouw is en geen familiebanden in Somalië meer heeft. Een foto van een graf met de naam en overlijdensdatum is onvoldoende bewijs om tot een ander oordeel te komen. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vereenzelviging en langdurig verblijf in buitenland</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>8.	Eiseres voert aan dat gelijkheid tussen mannen en vrouwen dermate fundamenteel is voor haar identiteit, dat niet geëist kan worden dat zij dit opgeeft. Eiseres doet daarnaast ook feministische uitingen op sociale media zoals TikTok. Zo ontvangt zij ook negatieve reacties van mensen op haar uitingen in de filmpjes die zij maakt en het feit dat zij soms geen hoofddoek draagt. Eiseres heeft hier uitvoerig over verklaard en stukken hiervan overgelegd. Verweerder heeft hier onvoldoende onderzoek naar gedaan. Daarnaast heeft eiseres aangevoerd dat haar langdurige verblijf in het buitenland als asielmotief<footnote-ref linkend="_c583b8a4-c11c-4637-8ac6-15b29f877da4" /> moet worden beschouwd. Uit de landeninformatie van Vluchtelingenwerk Nederland<footnote-ref linkend="_76205e2b-6140-4232-8a35-b41a1e296728" /> blijkt namelijk dat zij risico hierdoor loopt bij terugkeer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat eiseres in 2015 naar Europa is gekomen en dat zij hier sindsdien verblijft. Zoals de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld, is niet aannemelijk dat eiseres alleenstaand is. De informatie van Vluchtelingenwerk ziet in hoofdzaak op terugkeerders zonder netwerk. Uit de genoemde landeninformatie<footnote-ref linkend="_041e2046-3e3a-443a-a898-4274f475eb52" /> blijkt dat mensen die langdurig in het buitenland hebben verbleven wel herkenbaar kunnen zijn, door bijvoorbeeld een afwijkend accent of een andere manier van kleden. Er kan daardoor moeite ontstaan met het terug integreren in de Somalische samenleving. Echter, niet is gebleken dat zij een risico lopen op een behandeling zoals is omschreven in artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_d8d3e523-5f0b-44fb-b171-a34732bc408c" />. De uitspraak van de zittingsplaats Middelburg waar eiseres naar heeft verwezen betreft een alleenstaande minderjarige en is daarom niet vergelijkbaar met haar situatie. De rechtbank is verder met verweerder van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een dusdanige<footnote-ref linkend="_e87c6294-3463-4dbb-a807-0dbf5345031d" /> vereenzelviging dat eiseres deze moet uiten zoals een politieke of godsdienstige overtuiging, waardoor zij niet zou kunnen terugkeren naar Somalië. In dat kader verwijst de rechtbank ook naar de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2023<footnote-ref linkend="_7f7e065a-58f7-461d-95eb-babc89736203" />, waaruit volgt dat aannemelijk moet worden gemaakt dat eiseres zich bij terugkeer niet meer kan aanpassen door uiterst moeilijk of nagenoeg onmogelijk te veranderen of te verbergen gedragskenmerken. Hoewel de rechtbank begrijpt dat het voor eiseres niet gemakkelijk zal zijn om terug te keren, heeft zij dat niet aannemelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Terugkeerbesluit en inreisverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>9.	De rechtbank overweegt dat eiseres bij het indienen van het beroep heeft aangekruist dat het beroep zich tevens tot het terugkeerbesluit en inreisverbod richt. Eiseres heeft echter niet toegelicht in de beroepsgronden waarom het besluit op dit punt niet deugt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht aan eiseres een terugkeerbesluit van nul dagen en een inreisverbod voor twee jaar heeft opgelegd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>10. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de asielaanvraag van eiseres heeft afgewezen als kennelijk ongegrond en daarbij een terugkeerbesluit van nul dagen en een inreisverbod voor twee jaar heeft mogen opleggen. </para>
    <para />
    <para>11. Nu het beroep ongegrond is, bestaat er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst dat verzoek dan ook af. </para>
    <para />
    <para>12. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank in de zaak met zaaknummer NL25.15232:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter in de zaak met zaaknummer NL25.15233:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst het verzoek af. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9db04549-185c-4abb-ae2b-0e918bc38603" label="1">
    <para> Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42ef37db-7416-4da4-aa7d-e99ed446df1b" label="2">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_84468141-10cf-43b6-a505-b91dca738441" label="3">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d78b5a9b-b5b2-4991-b490-0cfb409254e6" label="4">
    <para> Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_50406c4b-7b3a-4015-968e-0820a6e816be" label="5">
    <para> Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_52f32f06-b547-47d9-9111-d7abb18cbd14" label="6">
    <para> United Nations Somalia op 17 mei 2020, <emphasis role="italic">Somalia and Covid 19 impact and response</emphasis>.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c583b8a4-c11c-4637-8ac6-15b29f877da4" label="7">
    <para> Hiertoe verwijst eiseres naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 16 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:570. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_76205e2b-6140-4232-8a35-b41a1e296728" label="8">
    <para> Van 3 januari 2025, Helpdesk Landeninformatie, <emphasis role="italic">Somalië – Terugkeerders zonder netwerk. </emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_041e2046-3e3a-443a-a898-4274f475eb52" label="9">
    <para> Zoals het algemeen ambtsbericht Somalië van april 2025, pagina 117. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8d3e523-5f0b-44fb-b171-a34732bc408c" label="10">
    <para> Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e87c6294-3463-4dbb-a807-0dbf5345031d" label="11">
    <para> Zoals blijkt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f7e065a-58f7-461d-95eb-babc89736203" label="12">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:3251.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>