<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19176</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T15:47:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.24320 en NL24.24322</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19176">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19176</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T15:47:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19176 Rechtbank Den Haag , 03-07-2025 / NL24.24320 en NL24.24322</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19176:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek opheffen SIS-signaleringen. Verweerder heeft dit verzoek geweigerd. Beroep is niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Verweerder heeft op verzoek van de Spaanse autoriteiten de SIS-signaleringen van het terugkeerbesluit en inreisverbod verwijderd, omdat aan eiser een Spaanse verblijfsvergunning is verleend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19176:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL24.24320 (beroep) en NL.24322 (voorlopige voorziening)</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser en verzoeker (hierna: eiser)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.J. van der Woude),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_a24c9641-e1f9-45d6-99f6-2784502aeec2" />, de minister</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het geweigerde verzoek om opheffing van het tegen eiser uitgevaardigde inreisverbod. Eiser is het niet eens met deze weigering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt of eiser voldoende procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep tegen het inreisverbod nu dit op <?linebreak?>6 september 2024 is opgeheven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Met het bestreden besluit van 15 mei 2024 heeft de minister het verzoek van eiser om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. In een brief van 3 april 2025 staat dat de minister op 30 augustus 2024 van de Spaanse autoriteiten een verzoek heeft ontvangen voor het verwijderen van de SIS-signaleringen van het terugkeerbesluit en inreisverbod, omdat aan eiser een Spaanse verblijfsvergunning is verleend. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de minister op <?linebreak?>6 september 2024 het terugkeerbesluit en inreisverbod opgeheven en de SIS-signaleringen verwijderd. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser voldoende procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep tegen het inreisverbod nu dit op 6 september 2024 is opgeheven. </para>
    <para />
    <para>5. Met het opheffen van het inreisverbod heeft eiser het doel van deze procedure bereikt. Daarom heeft hij geen belang bij de beoordeling van het beroep. De vraag of de minister moet worden veroordeeld tot vergoeding van de in beroep gemaakte proceskosten, vormt geen aanleiding om het beroep inhoudelijk te beoordelen.<footnote-ref linkend="_565d11a7-faec-492b-9b9b-6fea738e6dff" /> De geldt ook voor de door eiser gestelde benadeling. </para>
    <para />
    <para>6. Voor een veroordeling van de minister tot vergoeding van de proceskosten kan aanleiding bestaan als de minister aan eiser tegemoetgekomen is.<footnote-ref linkend="_2ba0cdb9-9e8b-4807-a614-7f01ce158e5f" /> Dat heeft de minister in dit geval niet gedaan. De minister heeft het inreisverbod namelijk opgeheven naar aanleiding van het verzoek van de Spaanse autoriteiten op 30 augustus 2024 vanwege een verleende verblijfsvergunning. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Nu de rechtbank op het beroep heeft beslist, bestaat er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a24c9641-e1f9-45d6-99f6-2784502aeec2" label="1">
    <para> Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_565d11a7-faec-492b-9b9b-6fea738e6dff" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 5 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2575.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ba0cdb9-9e8b-4807-a614-7f01ce158e5f" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>