<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:19082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-20T09:37:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.32052 en NL25.32055</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-20T09:34:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19082 Rechtbank Den Haag , 20-10-2025 / NL25.32052 en NL25.32055</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bnt, asiel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:19082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL25.32052 en NL25.32055</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam], eiser, </title>
    <para>V-nummer: [nummer],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam], eiseres,</title>
    <para>V-nummer: [nummer],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ook namens de minderjarige kinderen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam], geboren op [geboortedatum],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gezamenlijk: eisers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Pater),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 19 februari 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_0b9b5161-e5cd-4ab4-acaa-6adf2ace0da1" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvragen te beslissen is verstreken.<footnote-ref linkend="_285cf77a-3d78-4622-8d07-bd26ef5edbfa" />Eisers hebben de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.<footnote-ref linkend="_c65849e2-061b-4f26-ab76-7653ca502ac4" /> Dat heeft de minister niet gedaan en eisers hebben vervolgens beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_5e6c9d60-30fd-4f89-a0cb-70d70df16c90" /></para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op? </bridgehead>
    <para />
    <para>4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag.<footnote-ref linkend="_82436b6a-8898-48f6-a424-e30128db0fa4" /> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.<footnote-ref linkend="_b65a6852-c746-42c2-9a09-0aa87bded5b5" /><?linebreak?></para>
    <para>5. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen zoals deze, waarin met het opleggen van een beslistermijn volgens het ‘8+8 wekenmodel’ de bovengrens van 21 maanden<footnote-ref linkend="_d50a6049-171f-46b2-b81d-7055fd6c5e82" /> wordt overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van acht weken na het verstrijken van de termijn van 21 maanden een besluit moet nemen. Dat is op 14 januari 2026. De rechtbank overweegt dat de minister binnen deze termijn op zorgvuldig wijze een besluit kan nemen. Daarbij overweegt de rechtbank dat deze termijn niet onnodig lang en niet onrealistisch kort is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Legt de rechtbank de minister een dwangsom op? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank legt alleen een rechterlijk dwangsom op.<footnote-ref linkend="_994ac1dc-79b8-4dea-a2d5-8f19bf5bbe1a" /></para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-,<footnote-ref linkend="_23db9dde-d0a7-4542-9a25-aa44027f9651" /> als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister uiterlijk op 14 januari 2026 alsnog een besluit moet nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd.  </para>
    <para />
    <para>9. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_ec047077-971d-4dda-bbff-1366c76f0b73" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op om uiterlijk op 14 januari 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0b9b5161-e5cd-4ab4-acaa-6adf2ace0da1" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_285cf77a-3d78-4622-8d07-bd26ef5edbfa" label="2">
    <para> Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c65849e2-061b-4f26-ab76-7653ca502ac4" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e6c9d60-30fd-4f89-a0cb-70d70df16c90" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_82436b6a-8898-48f6-a424-e30128db0fa4" label="5">
    <para> Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b65a6852-c746-42c2-9a09-0aa87bded5b5" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:1560. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d50a6049-171f-46b2-b81d-7055fd6c5e82" label="7">
    <para> Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_994ac1dc-79b8-4dea-a2d5-8f19bf5bbe1a" label="8">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_23db9dde-d0a7-4542-9a25-aa44027f9651" label="9">
    <para> Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec047077-971d-4dda-bbff-1366c76f0b73" label="10">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>