<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:18883</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-06T12:54:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/691296 / JE RK 25-1572</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18883">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18883</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-21T14:35:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18883 Rechtbank Den Haag , 18-09-2025 / C/09/691296 / JE RK 25-1572</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18883:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18883:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/691296 / JE RK 25-1572</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>, 'sGravenhage,</para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G. van der Steen uit Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <para>- het verzoekschrift, ontvangen op 10 september 2025;</para>
      <para>- het nagezonden rapport van de Raad van 16 september 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 september 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam 1] namens de Raad;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door mr. C.M. Emeis (waarnemend voor mr. G. van der Steen);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>A. Polo, tolk voor ouders;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 7 februari 2023 heeft de rechtbank de moeder belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft in een logeerhuis van Jeugdformaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 juli 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 19 september 2025 en voor dezelfde duur een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . De zorgen zijn gelegen in de thuissituatie van [minderjarige] maar ook in haar gedrag en ontwikkeling. Er zijn zorgen of de thuissituatie voldoende veilig is voor [minderjarige] vanwege aanhoudende aantijgingen over mishandelingen door beide ouders. Daarnaast is er sprake van een verstoorde gezagsrelatie, waarbij [minderjarige] volledig haar eigen plan trekt. [minderjarige] houdt zich niet aan gemaakte afspraken en laat zich niet begrenzen en aansturen. Zij brengt zichzelf hiermee in gevaarlijke situaties. De ouders zijn niet bij machte om hier adequaat op te reageren. Enerzijds proberen zij hun dochter fors te beperken maar anderzijds proberen ze ook met haar te verbinden door haar ongepast te belonen. Aangezien het dusdanig geëscaleerd is in de thuissituatie en er nog geen hulpverlening is ingezet om de negatieve patronen te doorbreken, kan [minderjarige] op dit moment niet thuis wonen. [minderjarige] verblijft nu een paar maanden bij een logeerhuis van Jeugdformaat, maar ook daar vertoont zij in toenemende mate gedragsproblemen. Wat de Raad betreft onderschrijft dit de noodzaak om [minderjarige] onder toezicht te stellen alleen maar. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nodig om de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] te monitoren en de juiste hulpverlening in te zetten. Ook is het noodzakelijk dat [minderjarige] langer uit huis geplaatst blijft, zodat er gewerkt kan worden aan de onderlinge relatie tussen de gezinsleden en de gezagsverhouding opnieuw vormgegeven kan worden. Binnen de voorlopige ondertoezichtstelling is het nog onvoldoende gelukt om dit te realiseren. Voor de duur van de uithuisplaatsing verzoekt de Raad zes maanden, omdat deze tijd tenminste nodig wordt geacht om te profiteren van de hulpverlening en aan de doelen te werken en zo tot een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder te komen. De Raad hoopt dat er zo snel mogelijk een passende plek voor [minderjarige] wordt gevonden. De Raad verwacht niet dat het bekorten van de duur van de machtiging uithuisplaatsing daaraan gaat bijdragen. </para>
        <para>4. <emphasis role="bold">De standpunten</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Ook de moeder maakt zich grote zorgen over [minderjarige] . Het gedrag van [minderjarige] is alleen maar erger geworden sinds zij in het logeerhuis verblijft. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige] de hulp krijgt die zij nodig heeft. De moeder ziet in dat [minderjarige] op dit moment nog niet thuis kan wonen. Wel vindt zij de verzochte duur van zes maanden te lang, zeker nu duidelijk is dat het logeerhuis geen passende plek is voor [minderjarige] . De moeder wil de kinderrechter dan ook in overweging geven de machtiging uithuisplaatsing in eerste instantie voor drie maanden toe te wijzen en het verzoek voor het overige aan te houden, zodat er een tussentijds toetsmoment is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vader heeft ter zitting naar voren gebracht dat de gedragsproblemen van [minderjarige] alleen maar groter zijn geworden sinds zij in het logeerhuis verblijft. Zij wordt negatief beïnvloed door de andere jongeren uit het logeerhuis en zij kan daar geen weerstand tegen bieden. Volgens de vader kan [minderjarige] het best weer bij de moeder gaan wonen. Dit zal voor rust zorgen bij [minderjarige] maar ook bij de ouders. Vanuit de thuissituatie kan er hulpverlening voor [minderjarige] ingezet worden. Volgens de vader zijn de gedragsproblemen van [minderjarige] niet te wijten aan de thuissituatie, maar aan de omgeving waarin zij zich nu bevindt. Ook is er geen sprake van trauma bij [minderjarige] . De vader benadrukt verder dat hij niet onveilig is voor [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. De gecertificeerde instelling maakt zich grote zorgen over de veiligheid en het gedrag van [minderjarige] . Het lukt [minderjarige] niet om zich aan de afspraken te houden, zowel thuis als op de groep. De afgelopen twee weken lijkt [minderjarige] verder af te glijden. Zij is beïnvloedbaar en is niet bestand tegen negatieve invloeden van andere jongeren op de groep. Zij is recent ’s nachts weggelopen, waarbij het onduidelijk was waar en met wie zij was. Daarnaast is zij een paar dagen geleden betrokken geraakt bij een vechtpartij met andere meiden van de groep. De andere meiden zijn uit op wraak, waardoor de veiligheid van [minderjarige] op dit moment niet gewaarborgd kan worden in het logeerhuis. [minderjarige] verblijft daarom al twee dagen bij de moeder. Ook dit wordt onvoldoende veilig geacht voor [minderjarige] . Zij vertoont forse gedragsproblemen en de moeder is niet in staat haar voldoende te begrenzen. Daarbij komt dat de vader een negatieve invloed heeft op de thuissituatie bij de moeder. De vader kan dringend en dreigend overkomen als dingen hem niet aanstaan. Daarnaast heeft hij de afgelopen periode drugs voor [minderjarige] gekocht. Er wordt druk gezocht naar een andere plek voor [minderjarige] , maar die is tot op heden niet gevonden. Alleen bij het huidige logeerhuis is er plek beschikbaar, maar daar kan ze niet blijven. Er wordt nu gekeken of er geruild kan worden met een jongere bij een ander logeerhuis. Verder is [minderjarige] al eerder aangemeld voor een plek in een pleeggezin of gezinshuis, maar het kan nog maanden duren voor daar plek is. Het is duidelijk dat er hulp nodig is voor [minderjarige] en de ouders. De moeder staat daar ook voor open en ziet in dat er iets moet veranderen. Het is de gecertificeerde instelling nog niet gelukt met de vader in gesprek te gaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.<footnote-ref linkend="_a565398a-f304-49e5-adbf-edbf211a916c" /> Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.<footnote-ref linkend="_68a37214-0da8-42cd-9b66-249f57067fc4" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] . De zorgen zijn onder andere gelegen in de onveilige opvoedsituatie van [minderjarige] . Er hebben regelmatig verbale escalaties plaatsgevonden tussen [minderjarige] en de ouders en tussen de ouders onderling. Daarnaast zou er sprake zijn (geweest) van fysiek geweld van de ouders richting [minderjarige] . Ook is er sprake van een ernstige verstoorde gezagsrelatie. [minderjarige] vertoont fors zelfbepalend gedrag, waarbij zij zich niet laat begrenzen aan aansturen door de ouders. Aangezien de veiligheid van [minderjarige] niet langer gewaarborgd kon worden in de thuissituatie, is [minderjarige] bij beschikking van 1 juli 2025 uit huis geplaatst. Zij verblijft sindsdien bij een logeerhuis van Jeugdformaat. Ook in het logeerhuis wordt gezien dat [minderjarige] zich niet aan de afspraken houdt. Daarbij zijn er grote zorgen over haar kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid. Zij laat zich negatief beïnvloeden door andere jongeren op de groep. Hierdoor brengt [minderjarige] zichzelf in gevaarlijke situaties, waar ze de gevolgen niet van overziet. Na een recente escalatie met groepsgenoten is het niet langer veilig voor [minderjarige] op de huidige groep. Sinds twee dagen verblijft zij daarom weer bij de moeder, tot er een andere plek voor haar gevonden is. De kinderrechter vindt het, gelet op de aard en ernst van de zorgen, noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft die de noodzakelijk hulpverlening kan inschakelen en de ouders handvatten kan geven om [minderjarige] op een adequate manier te begrenzen, zonder dat hier escalaties uit voortkomen. Ook is het belangrijk dat [minderjarige] leert op een adequate manier met spanningsvolle situaties om te gaan en dat zij volgens rooster naar school blijft gaan. Daarnaast zal ook ingezet moeten worden op verbetering van de relatie van [minderjarige] met haar ouders. Gelet op de ernst van de zorgen en het feit dat hulpverlening nog opgestart moet worden, vindt de kinderrechter de verzochte termijn van een jaar passend en geboden. De kinderrechter zal het verzoek tot de ondertoezichtstelling, waartegen geen verweer is gevoerd, dan ook toewijzen als verzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is dat [minderjarige] langer uit huis geplaatst blijft. De zorgen over de opvoedsituatie en gedragsproblemen zijn nog onverminderd aanwezig, nu er de afgelopen drie maanden nog geen hulpverlening is ingezet voor [minderjarige] en de ouders. De kinderrechter vindt het heel zorgelijk dat [minderjarige] zich ook bij het logeerhuis niet aan de afspraken houdt en dat zij negatief beïnvloed wordt door groepsgenoten. Het is dan ook de vraag of een ander logeerhuis, waar de gecertificeerde instelling nu naar zoekt, wel een passende plek is voor de nog maar twaalfjarige [minderjarige] . Om zicht te houden op de ontwikkeling van [minderjarige] , ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging uithuisplaatsing voor kortere duur, zijnde voor drie maanden, toe te wijzen en het verzoek voor het overige aan te houden. De kinderrechter geeft de gecertificeerde instelling mee om met spoed te zoeken naar een passende plek voor [minderjarige] , waarbij er niet alleen gekeken moet worden naar een plaatsing op een groep maar ook naar een pleeggezin, gezinshuis of gezinsopname met de moeder. Over drie maanden wordt wederom naar de situatie van [minderjarige] gekeken en moet blijken of een langere uithuisplaatsing (in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder) nodig en passend is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voor de nieuwe zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden te zenden. In de schriftelijke update dient in ieder geval opgenomen te worden hoe het met [minderjarige] gaat, waar zij op dat moment verblijft, of die plek passend voor haar is en welke hulpverlening er voor [minderjarige] en de ouders is/wordt ingezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 18 september 2025 tot 18 september 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 18 september 2025 tot 18 december 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, <emphasis role="bold underline">gelegen voor 18 december 2025</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>gelast de griffier tegen voornoemde zitting op te roepen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de Raad;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de advocaat van de moeder: mr. G. van der Steen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de gecertificeerde instelling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] voor een kindgesprek;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>bepaalt dat de gecertificeerde instelling <emphasis role="underline">uiterlijk één week</emphasis> voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update als genoemd in 5.4 aan de rechtbank, de Raad en de belanghebbenden zendt.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025 door </para>
      <para>mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 25 september 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a565398a-f304-49e5-adbf-edbf211a916c" label="1">
    <para> Artikel 1:255 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68a37214-0da8-42cd-9b66-249f57067fc4" label="2">
    <para> Artikel 1:265b, eerste lid, BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>