<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:18304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T07:33:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/684674 / HA ZA 25-385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18304">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T07:33:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18304 Rechtbank Den Haag , 01-10-2025 / C/09/684674 / HA ZA 25-385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18304:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet tegen verstekvonnis tijdig ingesteld. Oorspronkelijk eiseres vordert onder meer betaling van facturen die volgens haar onbetaald zijn gebleven. Het verweer van de oorspronkelijk gedaagde – dat de facturen wel betaald zijn – slaagt niet. Het verstekvonnis wordt, met uitzondering van de proceskostenveroordeling, bekrachtigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18304:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="13f93e93-b7ff-4fed-a1eb-de96b66a6830" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9c43935a-8a54-43f6-aeef-35935470b62a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/684674 / HA ZA 25-385</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant]
        </emphasis> te [woonplaats] ,</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Smit te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geopposeerde] B.V.</emphasis> te [plaats] ,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>oorspronkelijk eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. G.M. Terlingen te Hoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [opposant] en [geopposeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van [geopposeerde] van 22 augustus 2024, met producties 1 en 2;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verstekvonnis van de rechtbank Den Haag van 4 december 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding van [opposant] van 22 april 2025, met producties 1 tot en met 5;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overleggen producties van 12 augustus 2025, met producties 1 tot en met 11, van [geopposeerde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte vermeerdering van eis tevens overlegging aanvullende producties van [opposant] van 22 augustus 2025, met productie 6.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 25 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelingen behandeling is gezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para>Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [geopposeerde] voert een onderneming in de import, vervaardiging en verkoop van zuivelproducten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [opposant] dreef sinds 2019 een eenmanszaak, waarmee hij in zuivelproducten handelde. [opposant] kocht deze zuivelproducten van [geopposeerde] en verkocht deze vervolgens aan zijn klanten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In de periode van 2 januari 2022 tot en met 19 januari 2024 heeft [geopposeerde] voor een totaalbedrag van € 167.363,50 inclusief btw aan zuivelproducten aan [opposant] verkocht en geleverd. Zij heeft daarvoor telkens facturen aan [opposant] gestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 25 april 2024 heeft [geopposeerde] [opposant] schriftelijk aangemaand. Op 13 mei 2024 en op 23 mei 2024 heeft [geopposeerde] [opposant] opnieuw schriftelijk aangemaand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij vonnis van 4 december 2024 (hierna: het verstekvonnis) heeft de rechtbank Den Haag het door [geopposeerde] van [opposant] gevorderde bedrag van € 183.226,99 aan hoofdsom, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 5 februari 2025 heeft [geopposeerde] executoriaal beslag laten leggen op het onverdeelde 1/2e aandeel in de woning van [opposant] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In het mutatieoverzicht van het gerechtsdeurwaarderskantoor [deurwaarder] (hierna: de deurwaarder) staat:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">“18-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">12:42</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Echtgenote belt nav bsl OZ. Wil regeling. Gaat voorstel per mail toesturen.</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">20-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">10:19</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">SHV belt samen met debs nav boz. Weten nergens vanaf. Dgg vonnis en bb openbaar. Willen stukken ontvangen en tevens de dagvaarding. Per post versturen.</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">20-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">10:38</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">470 corr deb stukken - Er zijn stukken aan de klantdebiteur doorgestuurd</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">24-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">16:12</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Deb gesproken nav terugbelverzoek. Wil gegevens graag per mail ontvangen, heeft de stukken zelf nog niet per post ontvangen.</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">24-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">16:33</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Scan documenten</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">24-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">16:40</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">474 corr deb stand van zaken/specificatie vordering - Er is een specificatie van het verschuldigde aan de klantdebiteur verzonden</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">24-2-2025</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">16:42</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Aan: Debiteur ( [e-mailadres] ) ¶Onderwerp: [geopposeerde] B.V./ [opposant] | 24.20816 ¶| ¶ verwijzing naar bijlage”</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 10 april 2025 heeft [opposant] zich tot zijn advocaat gewend en hem verzocht om rechtsbijstand.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [geopposeerde] heeft in voormelde verstekprocedure gevorderd, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [opposant] te veroordelen:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 167.363,50 aan hoofdsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 13.414,85 aan wettelijke rente tot 5 juni 2024 en wettelijke rente over het openstaande bedrag vanaf 5 juni 2024 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 2.448,64 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van [geopposeerde] toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [opposant] stelt verzet in en vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>bij voorlopige voorziening: om [geopposeerde] tijdens de looptijd van deze procedure te verbieden het verstekvonnis te executeren en/of de executie van het verstekvonnis te schorsen gedurende de looptijd van deze procedure;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>primair: vernietiging van het verstekvonnis en niet-ontvankelijkheid van [geopposeerde] in haar vorderingen, althans afwijzing van haar vorderingen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>subsidiair: herroeping van het verstekvonnis op grond van artikel 382 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en heropening van het geding tussen partijen.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeling van [geopposeerde] in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">
      [opposant] heeft tijdig verzet ingesteld</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 143 lid 1 Rv kan de gedaagde die bij verstek is veroordeeld, daartegen verzet doen. Op grond van het tweede lid van dat artikel moet het verzet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [opposant] stelt er via een brief van een incassobureau achter te zijn gekomen dat het verstekvonnis per post naar zijn oude adres zou zijn toegestuurd, maar dat hij op zijn oude adres – waar hij feitelijk nog wel verbleef – niets heeft ontvangen. Het verstekvonnis is in ieder geval niet aan hem in persoon is betekend, aldus [opposant] . Niet is gesteld of gebleken dat dit wel is gebeurd. Daarom moet worden beoordeeld of [opposant] een daad van bekendheid met het verstekvonnis of de tenuitvoerlegging daarvan heeft gepleegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Volgens [geopposeerde] was er sprake van een daad van bekendheid. Zij onderbouwt dat als volgt. Uit het door haar overgelegde mutatieoverzicht van de deurwaarder volgt dat [opposant] op 24 februari 2025 telefonisch contact heeft gehad met de deurwaarder. In dat telefoongesprek heeft hij de deurwaarder verzocht om de stukken, waaronder het verstekvonnis, per e-mail naar hem toe te sturen. De deurwaarder heeft die stukken dezelfde dag naar het e-mailadres van [opposant] gestuurd dat hij zelf heeft doorgegeven. Bovendien heeft [opposant] het verstekvonnis als productie 1 bij de verzetdagvaarding overgelegd, dus hij beschikt ook over het verstekvonnis. [geopposeerde] stelt dat [opposant] dus op 24 februari 2025 of kort daarna bekend is geraakt met het verstekvonnis en het verzet daarom te laat is ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [opposant] stelt dat hij niet eerder dan 10 april 2025 – toen hij zich tot zijn advocaat wendde met het verstekvonnis – een daad van bekendheid heeft gepleegd. Vanaf 10 april 2025 was er dus pas sprake van een daad van bekendheid, zodat de termijn voor verzet ook pas op 10 april 2025 is aangevangen en [opposant] op 22 april 2025 tijdig verzet heeft ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt dat hoewel het vonnis op 24 februari 2025 per e-mail naar [opposant] is gestuurd, er op dat moment geen sprake was van een daad van bekendheid. Uit toezending van het verstekvonnis aan de veroordeelde kan immers geen daad van bekendheid van de veroordeelde worden afgeleid. Dat [opposant] in februari 2025 bekend is geworden met de beslaglegging door [geopposeerde] is evenmin voldoende om van een daad van bekendheid te spreken. Het moet gaan om een gedraging van [opposant] naar buiten toe waaruit blijkt dat hij op de hoogte is van het verstekvonnis. [opposant] heeft op 24 februari 2025 of kort daarna geen handeling verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten.<footnote-ref linkend="_fbcce8cb-b62d-4053-acd8-07c635ffed20" /> Het verzoek van [opposant] om rechtsbijstand dan wel de opdracht aan een advocaat om verzet in te stellen met overhandiging van het verstekvonnis en/of de oorspronkelijke dagvaarding is daarentegen wel een daad van bekendheid. Dit vond plaats op 10 april 2025. [opposant] heeft op 22 april 2025 verzet ingesteld door het doen van exploot van dagvaarding. Het verzet is binnen vier weken na het plegen van de daad van bekendheid, en dus tijdig, ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Aangezien het verzet tijdig is ingesteld, behoeft de subsidiaire vordering – die naar de rechtbank begrijpt voorwaardelijk is ingesteld voor het geval het verzet niet tijdig is ingesteld – geen bespreking meer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onbetaalde facturen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>In de oorspronkelijke procedure vorderde [geopposeerde] betaling van € 167.363,50 aan hoofdsom, te vermeerderen met € 13.414,85 aan wettelijke rente tot 5 juni 2024 en wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 5 juni 2024 en € 2.448,64 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan haar vorderingen legt [geopposeerde] het volgende ten grondslag. [geopposeerde] stelt dat zij aan [opposant] zuivelproducten heeft verkocht en geleverd. [opposant] heeft ondanks meerdere aanmaningen de op voornoemde leveringen betrekking hebbende facturen van [geopposeerde] onbetaald gelaten en is daarmee toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende betalingsverplichting jegens [geopposeerde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Over de (hoogte van de) facturen bestaat geen discussie. [opposant] voert het verweer dat hij alle facturen van [geopposeerde] heeft betaald, deels contant en deels via bankoverschrijving. Ter zitting heeft [opposant] gesteld dat er een bedrag van ongeveer € 40.000 door hem is betaald en dat dit bedrag door [geopposeerde] in mindering is gebracht op een vordering die [geopposeerde] op een derde had. Verder stelt [opposant] dat een aantal betalingen via bankoverschrijving is gedaan zonder vermelding van een factuurnummer. Deze betalingen heeft [geopposeerde] gemist en dus niet in mindering gebracht op de openstaande schuld. Ter onderbouwing van zijn stellingen heeft [opposant] bankafschriften, scans van zijn agenda’s en verklaringen van zijn zwagers overgelegd. Volgens [geopposeerde] zijn alle betalingen door [opposant] (contant en via bankoverschrijving) reeds in mindering gebracht op het openstaande saldo. Zij overlegt ter onderbouwing hiervan een gespecificeerd overzicht van de facturen en betalingen door [opposant] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Op een door [geopposeerde] overgelegd betalingsoverzicht is te zien dat een deel van de facturen inderdaad is betaald, deels contant (aangeduid als ‘Kas’) en deels per bankoverschrijving (aangeduid als ‘ABN-AMRO’). In dit betalingsoverzicht is ook opgenomen op welke datum is betaald. Uit het betalingsoverzicht volgt dat deze betalingen in mindering zijn gebracht op de op dat moment openstaande schuld van [opposant] aan [geopposeerde] . Onderaan de streep staat na deze verrekening nog een bedrag van € 167.363,50 open. Op de bankafschriften van [opposant] zijn meerdere betalingen aan [geopposeerde] te zien. De rechtbank heeft gezien dat, op één na, alle bankoverschrijvingen die [opposant] heeft overgelegd inderdaad in mindering zijn gebracht op het openstaande saldo. Dat geldt ook voor de bankoverschrijvingen zonder vermelding van een factuurnummer. Ten aanzien van de ene betaling die op het eerste gezicht niet in mindering lijkt te zijn gebracht (een overschrijving van [opposant] op 3 juli 2023 van een bedrag van € 2.476,82) geldt dat uit het betalingsoverzicht van [geopposeerde] volgt dat er op die dag wel een bedrag van € 3.766,51 op de openstaande schuld van [opposant] in mindering is gebracht. Het zou dus goed kunnen dat het door [opposant] op 3 juli 2023 overgemaakte bedrag wel in mindering is gebracht, bijvoorbeeld aangevuld met een contante betaling. Het was aan [opposant] om het betalingsoverzicht van [geopposeerde] gemotiveerd te betwisten. Dat heeft hij gelet op het voorgaande onvoldoende gedaan. [opposant] heeft onvoldoende toegelicht dat de door hem gestelde betalingen niet verrekend zijn met het openstaande saldo.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>In zijn agenda’s hield [opposant] contante betalingen bij. De door hem overgelegde scans van zijn agenda’s zien echter niet op de periode waarop de betwiste facturen betrekking hebben en zijn dus niet relevant. Voor zover uit de verklaringen van [opposant] ’s zwagers zou blijken dat contante betalingen hebben plaatsgevonden, geldt dat die verklaringen niet concreet vermelden welke bedragen op welke momenten contant zijn betaald. Bovendien stelt [geopposeerde] dat contante betalingen in mindering zijn gebracht op het openstaande saldo. Ten aanzien van de stelling dat [opposant] een bedrag van ongeveer € 40.000 zou hebben betaald, welk bedrag in mindering zou zijn gebracht op een schuld van iemand anders, geldt dat dit eerst ter zitting naar voren is gekomen, door [geopposeerde] is betwist en door [opposant] verder niet is onderbouwd. [opposant] heeft met de scans van zijn agenda’s en de verklaringen van zijn zwagers dus onvoldoende onderbouwd dat hij de openstaande facturen al (deels) contant heeft betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Het verweer van [opposant] – dat de facturen wel betaald zijn – slaagt dus niet. De vordering van [geopposeerde] tot betaling van een bedrag van € 167.363,50 zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [geopposeerde] vordert wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 14 dagen na iedere factuurdatum. Tot 5 juni 2024 heeft [geopposeerde] de wettelijke rente berekend op een bedrag van € 13.414,85. Dit bedrag aan wettelijke rente en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 5 juni 2024 zal als niet inhoudelijk betwist worden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Daarnaast vordert [geopposeerde] vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [geopposeerde] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [geopposeerde] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 2.448,64 worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bekrachtiging verstekvonnis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>De uitkomst van deze verzetprocedure verschilt – op de proceskostenveroordeling na – niet van die van het verstekvonnis. De rechtbank zal het verstekvonnis dan ook bekrachtigen, op de in 3.3 van het verstekvonnis weergeven proceskostenveroordeling na. Deze zal hierna onder 4.16 opnieuw worden vastgesteld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorlopige voorziening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [opposant] vordert bij wijze van voorlopige voorziening om [geopposeerde] tijdens de looptijd van deze procedure te verbieden het verstekvonnis te executeren en/of de executie van het vonnis te schorsen gedurende de looptijd van deze procedure. Aangezien de rechtbank thans vonnis zal wijzen, heeft [opposant] geen belang meer bij deze vordering. Daarom zal de voorlopige voorziening worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>
        [opposant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [geopposeerde] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€      115,22</para>
      <para>- griffierecht	€   6.617,00</para>
      <para>- salaris advocaat	€   3.858,00 (2 punten × tarief V à € 1.929)</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€      178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>totaal	€ 10.768,22‬‬.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bekrachtigt het verstekvonnis van deze rechtbank van 4 december 2024 onder zaaknummer/rolnummer C/09/672217 / HA ZA 24-768 met uitzondering van de in 3.3 opgenomen proceskostenveroordeling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>vernietigt de in het verstekvonnis van deze rechtbank van 4 december 2024 onder zaaknummer/rolnummer C/09/672217 / HA ZA 24-768 onder 3.3 opgenomen proceskostenveroordeling en veroordeelt [opposant] opnieuw rechtdoende in de proceskosten, aan de zijde van [geopposeerde] begroot op € 10.768,22, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [opposant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [opposant] € 92 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Boogers en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.<footnote-ref linkend="_04d5d63c-1c53-4d50-ab23-40695360ed44" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_fbcce8cb-b62d-4053-acd8-07c635ffed20" label="1">
    <para>HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0652, NJ 2009/491.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04d5d63c-1c53-4d50-ab23-40695360ed44" label="2">
    <para>type: 3416</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>