<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:18298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-10T14:14:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.23895</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-10T14:14:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18298 Rechtbank Den Haag , 17-09-2025 / NL25.23895</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugkeerbesluit en inreisverbod - lichte gronden en daaruit volgend onttrekkingsgevaar onvoldoende gemotiveerd - eiser verbleef in detentie - beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.23895 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , v-nummer: [v-nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. X.R. Schuitemaker).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 1 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd aan eiser.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.	</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser is geboren in 1993 en heeft de Kosovaarse nationaliteit. Eiser heeft in het verleden voor langere tijd een verblijfsvergunning gehad in Nederland en is deels in Nederland opgegroeid. In 2016 is hij teruggekeerd naar Kosovo, ter uitvoering van de voorwaarde voor strafonderbreking voor onbepaalde tijd.<footnote-ref linkend="_405c87f9-3fde-4a3e-80c4-3d471caf2047" /> In juni 2021 is een eerder aan eiser opgelegde inreisverbod verlopen. De ouders en broers en zussen van eiser wonen in Nederland. Tijdens een familiebezoek in Nederland is eiser aangehouden in verband met een nog openstaande straf en op 22 september 2024 is hij in detentie geplaatst. De gevangenisstraf had als einddatum 19 mei 2025.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft eiser een terugkeerbesluit opgelegd zonder vertrektermijn omdat hij niet langer rechtmatig verblijf in Nederland had. Eiser had als burger van Kosovo rechtmatig verblijf gedurende een visumvrije termijn van 3 maanden. Door zijn detentie is hij langer in Nederland gebleven dan toegestaan. Het terugkeerbesluit heeft onmiddellijke ingang omdat er een risico is dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken, nu eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. Verweerder heeft in hetzelfde besluit aan eiser een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van twee jaar.<footnote-ref linkend="_42f728b7-080a-4d86-8540-80d2982f282d" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser betoogt dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd zonder vertrektermijn. Het is niet zijn schuld dat hij langer dan de visumvrije periode in Nederland verbleef, nu dat kwam door een gevangenisstraf waar hij niet van op de hoogte was.<footnote-ref linkend="_e5611679-bcea-413e-a61d-3ac87ae553d1" /> Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat er sprake is van onttrekkingsgevaar.<footnote-ref linkend="_bb681aee-8ade-480a-ab70-417bbcfb6eb7" /> Ten aanzien van de toegepaste lichte grond dat eiser geen vaste woon- en verblijfplaats heeft, heeft verweerder ten onrechte geen vragen gesteld in het gehoor en niet betrokken dat eiser in detentie verblijft en daar ingeschreven is in de BRP.<footnote-ref linkend="_1dfa36bc-6451-4ee1-8716-f5e408cb20d3" /> Ten aanzien van de toegepaste lichte grond dat eiser niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, heeft verweerder niet betrokken dat eiser in detentie verblijft en dus geen verblijfskosten maakt, dat hij heeft verklaard zo snel mogelijk terug te willen keren naar Kosovo en dat de 250 euro waar eiser over beschikt voldoende zijn om een vlucht naar Kosovo te betalen en voor ongeveer drie dagen in onderhoud te voorzien.<footnote-ref linkend="_b249a5e1-0709-4a57-afe0-2cc95aa69f59" /></para>
    <para>	Nu er geen gronden zijn voor het opleggen van een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn, heeft verweerder ten onrechte een inreisverbod opgelegd. Bovendien had verweerder in de verklaringen van eiser over zijn familieleden in Nederland aanleiding moeten zien om te beoordelen of artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_5bfd0347-e164-4e04-a65a-a5e777e0dd11" /> aanleiding geeft om af te zien van het opleggen van het inreisverbod dan wel de duur daarvan te verkorten. Eiser verwijst daarbij naar twee uitspraken van deze rechtbank.<footnote-ref linkend="_78a411a5-9b33-4cff-92c3-5f56b4255619" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesbelang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Anders dan door verweerder op zitting is betoogd, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van procesbelang bij het beroep, ook al is het terugkeerbesluit al uitgevoerd. De gemachtigde van eiser onderhoud contact met eiser. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt bovendien dat, ook als de vreemdeling al vertrokken is, hij nog steeds procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het terugkeerbesluit.<footnote-ref linkend="_0c58c136-6ae5-4808-a548-d44aa0618568" /> Dat besluit kan namelijk mogelijk in de toekomst mede ten grondslag worden gelegd aan een inreisverbod voor de duur van vijf jaren. Daarnaast heeft eiser verklaard over zijn wens om zijn familie in Nederland te kunnen blijven bezoeken, wat niet mogelijk zal zijn zolang het inreisverbod geldig is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Terugkeerbesluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van het opleggen van het terugkeerbesluit langer in Nederland was dan zijn visumvrije termijn hem toestond. Zijn detentie heeft immers langer geduurd dan die termijn. Verweerder heeft daarom een terugkeerbesluit mogen opleggen.</para>
    <para />
    <para>7. Op grond van artikel 62, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, kan verweerder de termijn waarbinnen een vreemdeling na oplegging van een terugkeerbesluit Nederland dient te verlaten, verkorten tot nul dagen indien een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Het risico op onttrekking kan worden aangenomen als zich ten minste twee (zware of lichte) gronden voordoen.<footnote-ref linkend="_ed0bc056-7ca0-47bd-8e9f-faa75f65fa9d" /> Zoals de gemachtigde van eiser terecht aanhaalt, volgt uit de uitspraken van de hoogste bestuursrechter dat ten aanzien van de lichte gronden een nadere en toegespitste toelichting op het onttrekkingsrisico noodzakelijk is.<footnote-ref linkend="_6008ea73-e7ff-4b4d-b078-cb1e53e6a20f" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat uit de van toepassing zijnde lichte gronden volgt dat er sprake is van onttrekkingsgevaar. Verweerder heeft onvoldoende toegelicht waarom het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats maakt dat er sprake is van onttrekkingsgevaar, juist ook gelet op het feit dat eisers verblijfplaats verweerder bekend was omdat eiser verbleef in detentie en aldaar ingeschreven was in de BRP. Daarnaast heeft verweerder ook onvoldoende gemotiveerd waarom de middelen waar eiser over beschikt onvoldoende zijn en maken dat er sprake is van onttrekkingsgevaar. De middelen van eiser zijn weliswaar beperkt, maar daaruit volgt niet zonder meer dat sprake is van onttrekkingsgevaar. De rechtbank acht daarbij relevant dat eiser heeft onderbouwd dat hij over voldoende middelen beschikte voor het betalen van een vliegticket, dat eiser in vertrekgesprekken voorafgaand aan oplegging van het inreisverbod heeft verklaard terug te willen keren naar Kosovo en dat hij daadwerkelijk direct na invrijheidsstelling is teruggekeerd naar Kosovo.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Nu onvoldoende is gemotiveerd dat sprake is van onttrekkingsgevaar, heeft verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn opgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inreisverbod</emphasis>
        </para>
        <para>8. Nu verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn heeft opgelegd, heeft verweerder alleen al om die reden geen inreisverbod kunnen opleggen op grond van artikel 66a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Bovendien merkt de rechtbank op dat verweerder in de verklaringen van eiser over zijn band met Nederland en met zijn Nederlandse familieleden, aanleiding had moeten zien om kenbaar te motiveren of deze band reden gaf om af te zien van het opleggen van het inreisverbod dan wel om het inreisverbod in te korten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>9. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het betreft het onthouden van de vertrektermijn en de oplegging van het inreisverbod.</para>
    <para />
    <para>10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.814,-.<footnote-ref linkend="_a09e12fd-da03-4ee0-b1ac-70b772933a3f" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit van 1 mei 2025, voor zover aan eiser is opgedragen onmiddellijk de Europese Unie te verlaten en een inreisverbod aan hem is opgelegd;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in eisers proceskosten tot een bedrag van € 1.814.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_405c87f9-3fde-4a3e-80c4-3d471caf2047" label="1">
    <para> Op grond van artikel 40a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42f728b7-080a-4d86-8540-80d2982f282d" label="2">
    <para> Op grond van artikel 66a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5611679-bcea-413e-a61d-3ac87ae553d1" label="3">
    <para> Eiser verwijst daarbij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 22 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8986.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb681aee-8ade-480a-ab70-417bbcfb6eb7" label="4">
    <para> Eiser verwijst daarbij naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829, r.o. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dfa36bc-6451-4ee1-8716-f5e408cb20d3" label="5">
    <para> Basisregistratie Personen</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b249a5e1-0709-4a57-afe0-2cc95aa69f59" label="6">
    <para> Eiser verwijst naar paragraaf A1/4.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5bfd0347-e164-4e04-a65a-a5e777e0dd11" label="7">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78a411a5-9b33-4cff-92c3-5f56b4255619" label="8">
    <para> Uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 6 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1119 en uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem van 19 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20803.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c58c136-6ae5-4808-a548-d44aa0618568" label="9">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1178.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed0bc056-7ca0-47bd-8e9f-faa75f65fa9d" label="10">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6008ea73-e7ff-4b4d-b078-cb1e53e6a20f" label="11">
    <para> Waaronder de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a09e12fd-da03-4ee0-b1ac-70b772933a3f" label="12">
    <para> 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 907,- per punt en een wegingsfactor 1.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>