<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:18270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T12:03:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 24/11117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18270">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T12:02:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18270 Rechtbank Den Haag , 04-04-2025 / AWB 24/11117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18270:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regulier. COA-zaak. Plaatsingsbesluit HTL. Afghaanse nationaliteit. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18270:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: AWB 24/11117</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>V-nummer: [v-nummer]	</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , hierna: eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa</emphasis>, hierna: verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 13 juni 2024, waarbij verweerder heeft besloten om eiser per die datum in een HTL<footnote-ref linkend="_ce6056f7-2121-4d1e-b9e0-233bd1652904" /> in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit).<footnote-ref linkend="_8e154664-d381-4067-b7e5-6fb0619cb4bb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting stond gepland op 6 maart 2025. Eiser heeft echter aan de rechtbank gevraagd om een uitspraak te doen op basis van de stukken en heeft aangegeven dat een zitting volgens hem niet nodig is. Dit verzoek is medegedeeld aan verweerder en hiertegen is geen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft daarom het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser is geboren op [geboortedag] 1967 en heeft de Afghaanse nationaliteit. In het plaatsingsbesluit heeft verweerder besloten om eiser met ingang van 13 juni 2024 in de HTL te Hoogeveen te plaatsen. Door verweerder is geconstateerd dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen die zijn te kwalificeren als gedragingen met een zeer grote impact.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft eveneens bij besluit van 13 juni 2024 aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Tegen dit besluit is door eiser beroep ingesteld. Bij uitspraak van 19 juli 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_c7517bb4-c103-41e0-928c-de31ae76ffb0" /> De rechtbank behandelt in deze uitspraak daarom alleen het beroep tegen het plaatsingsbesluit van verweerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Eiser voert tegen het plaatsingsbesluit aan dat verweerder dit besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, nu zijn kwetsbaarheid onvoldoende is meegenomen. Eiser stelt namelijk dat hij ziek is en een verslaving heeft waar hij niets aan kan doen. Volgens eiser veroorzaakt hij alle problemen wanneer hij dronken is. Eiser stelt daarnaast hiv-positief te zijn, wat niet alleen een gevaar is voor hemzelf maar ook voor de mensen in zijn directe omgeving. Eiser stelt daarnaast dat hij met voorrang het recht heeft om door verweerder te worden gehuisvest, nu hij na 25 jaar in de opvang te hebben verbleven recentelijk een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verkregen, ondanks de vele keren dat hij in de problemen is geraakt en strafrechtelijk is vervolgd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Heeft eiser procesbelang?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beroepsprocedure. Eiser heeft namelijk tot en met 20 november 2024 in de HTL verbleven en is op 21 november 2024 uitgestroomd naar de reguliere opvanglocatie te Rotterdam. Nu eiser niet meer in de HTL te Hoogeveen verblijft en ook het beroep tegen het besluit aangaande de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond is verklaard, heeft eiser volgens verweerder geen rechtens te honoreren belang meer bij de uitkomst van het beroep tegen het plaatsingsbesluit. Volgens verweerder bestaat er ook geen procesbelang voor zover eiser zou stellen dat hij recht heeft op schadevergoeding, nu dit wordt beoordeeld in de procedure tegen de vrijheidsbeperkende maatregel. Nu dit beroep reeds ongegrond is verklaard door deze rechtbank en zittingsplaats op 19 juli 2024, bestaat er in deze beroepsprocedure volgens verweer geen grondslag meer voor de beoordeling of eiser recht heeft op schadevergoeding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank volgt het standpunt van verweerder en oordeelt dat eiser geen actueel en reëel belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het plaatsingsbesluit. Dit blijkt uit het feit dat eiser niet langer in de HTL verblijft. Voor de rechtbank is onduidelijk wat eiser precies hoopt te bereiken met zijn beroep, aangezien hij in zijn beroepsgronden ook geen specifiek verzoek om schadevergoeding heeft gedaan (los van de vraag of dit verzoek binnen deze procedure behandeld moet worden). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Nu eiser niet langer een procesbelang heeft, is het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ce6056f7-2121-4d1e-b9e0-233bd1652904" label="1">
    <para> Handhaving- en Toezichtlocatie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e154664-d381-4067-b7e5-6fb0619cb4bb" label="2">
    <para> Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7517bb4-c103-41e0-928c-de31ae76ffb0" label="3">
    <para> Zaaknummer NL24.27493.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>