<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:18061</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T13:06:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/690204 / HA ZA 25-718</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18061">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18061</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T13:05:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18061 Rechtbank Den Haag , 01-10-2025 / C/09/690204 / HA ZA 25-718</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18061:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident tot vrijwaring. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18061:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="38b3fe69-8336-490a-b978-06da3c516514" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7fe8a3d4-3232-4d49-94ad-8dcf0b46e1c1" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/690204 / HA ZA 25-718</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ACM INFRA PROJECTS B.V.</emphasis> te Moordrecht,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>hierna: ACM,</para>
      <para>advocaat mr. M.S. van Dijk te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>.<nr>1</nr>ARTEMIS ITS GMBH te Schiphol-Rijk,</title>
    <parablock>
      <para>gedaagde in de hoofzaak,</para>
      <para>hierna: Artemis,</para>
      <para>advocaat mr. T.E. Hovius te Amsterdam,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">NETWERK EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ B.V. </emphasis><?linebreak?>handelend onder de naam <emphasis role="bold">KPN NETWERK </emphasis>te Amersfoort,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>hierna: KPN,</para>
      <para>advocaat mr. M.R. van Rijckevorsel te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaardingen van 10 en 13 maart 2025, met producties 1 tot en met 27;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring namens KPN, met producties 1<?linebreak?>   tot en met 5;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in de hoofdzaak namens Artemis, met producties 1 tot en met 13;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident namens ACM.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>ACM vordert in de hoofdzaak – kort samengevat – de hoofdelijke veroordeling van Artemis en KPN tot betaling van € 271.640, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan deze vordering in de hoofdzaak legt ACM – samengevat en voor zover in het incident van belang – het volgende ten grondslag. Tussen KNP als opdrachtgever en Artemis als aannemer is een overeenkomst gesloten voor de aanleg van een <emphasis role="italic">Fiber to the Home</emphasis> (glasvezel)netwerk in Van Galenbuurt en de Baarsjes te Amsterdam. Voor het uitvoeren van een deel van de daarvoor nodige werkzaamheden is een overeenkomst van onderaanneming gesloten tussen Artemis en ACM. Het project en de werkzaamheden van ACM hebben perioden stilgelegen, met als gevolg dat ACM stagnatieschade heeft geleden. Artemis is jegens ACM tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen – en heeft bovendien een onrechtmatige daad jegens ACM gepleegd – aangezien zij ACM van ondeugdelijk materieel heeft voorzien, de werkzaamheden eenzijdig heeft opgeschort, haar instructie- en waarschuwingsplicht heeft geschonden en de stagnatie niet heeft voorkomen of verholpen. KPN heeft een onrechtmatige daad jegens ACM gepleegd wegens nalatigheid in de nakoming van de op haar als toezichthouder rustende controle- en toezichtverplichtingen. Daarbij valt KPN onder meer te verwijten dat zij het gebruik van bepaalde materialen eerst heeft goedgekeurd, maar later alsnog heeft afgekeurd, leidend tot stagnatie. Gezien het voorgaande zijn Artemis en KPN hoofdelijk aansprakelijk voor de stagnatieschade van ACM.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>KPN vordert vóór alle weren om Artemis in vrijwaring te mogen oproepen. KPN stelt hiertoe kort gezegd het volgende. In de overeenkomst tussen KPN en Artemis is opgenomen dat Artemis jegens KPN altijd verantwoordelijk blijft voor de keuze en toepassing van de materialen. Verder bevatten de algemene voorwaarden die op de overeenkomst tussen KPN en Artemis van toepassing zijn, een bepaling over vrijwaring van de opdrachtgever (KPN) door de opdrachtnemer (Artemis) voor schade van derden. KPN kan daarom regres nemen op Artemis voor de nadelige gevolgen van een eventuele beslissing ten nadele van haar in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>ACM voert verweer in het incident en concludeert tot afwijzing daarvan. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen, dit in een zoveel mogelijk tegelijkertijd met de hoofdzaak te behandelen vrijwaringszaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>KPN heeft voldoende concreet gesteld dat tussen haar en Artemis een rechtsverhouding bestaat die mogelijk tot vrijwaring door Artemis verplicht. ACM heeft dat ook niet bestreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>ACM heeft wel aangevoerd dat het incident van KPN zonder procesbelang en in strijd met de goede procesorde is, omdat Artemis reeds partij (mede-gedaagde) is in de hoofdzaak, KPN en Artemis zich in de hoofdzaak (dus) volledig kunnen verweren en de rechtbank in de hoofdzaak over de rol en aansprakelijkheid van zowel KPN als Artemis kan oordelen. Dit verweer van ACM slaagt niet. In de door KPN gewenste vrijwaringsprocedure kan zij vorderen dat Artemis wordt veroordeeld tot vergoeding aan haar van hetgeen waartoe KPN jegens ACM mocht worden veroordeeld in de hoofdzaak. KPN heeft niet de mogelijkheid om dit in de hoofdzaak te vorderen. Daarmee heeft KPN wel degelijk een (proces)belang bij haar incidentele vordering. Er is geen reden dat die incidentele vordering in strijd zou zijn met de goede procesorde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de incidentele vordering zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>In het incident heeft KPN geen additionele proceskosten gemaakt door het verweer van ACM en de rechtbank acht een proceskostenveroordeling ten nadele van ACM daarom niet gerechtvaardigd. De proceskosten in het incident worden dus gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat toe dat Artemis door KPN wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 12 november 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de procedure naar de rol van <emphasis role="bold">12 november 2025</emphasis> voor conclusie van antwoord namens KPN.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.<footnote-ref linkend="_dece6a79-af6f-44bc-ab43-d33a3acb243c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_dece6a79-af6f-44bc-ab43-d33a3acb243c" label="1">
    <para>type: 3411</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>