<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:18059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T11:44:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/686492 / HA ZA 25-510</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18059">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T11:44:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18059 Rechtbank Den Haag , 01-10-2025 / C/09/686492 / HA ZA 25-510</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18059:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident tot vrijwaring. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:18059:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8e8b2abd-99a0-43ff-996e-24119017c3d1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c437aef2-fb40-4373-a011-9615b3f79004" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/686492 / HA ZA 25-510</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FINQLE B.V. </emphasis>te Amsterdam, </para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>hierna: Finqle,</para>
      <para>advocaat mr. D.J. Rijnbout, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis> te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>hierna: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat mr. T.H.J. Schot.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 28 mei 2025, met producties 1 tot en met 7;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 9;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte tot referte in het incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Finqle vordert in de hoofdzaak –samengevat – [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 284.327,29, te vermeerderen met rente en proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan deze vordering in de hoofdzaak legt Finqle het volgende ten grondslag. Finqle houdt zich bezig met factoring. De vennootschap [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] diverse werkzaamheden uitgevoerd, waaronder onkruidbeheer en het onkruidvrij maken van diverse percelen, op grond van tussen [gedaagde] en [bedrijf] gesloten overeenkomsten van onderaanneming. [bedrijf] heeft de vorderingen tot betaling voor deze werkzaamheden deels verkocht en overgedragen (gecedeerd) aan Finqle. Finqle is daarom gerechtigd te vorderen dat [gedaagde] de aan Finqle gecedeerde vorderingen, te vermeerderen met rente en kosten, aan haar voldoet.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert vóór alle weren om [bedrijf] in vrijwaring te mogen oproepen. [gedaagde] stelt hiertoe dat er tussen haar en [bedrijf] een rechtsverhouding bestaat die voor [bedrijf] mogelijk een verplichting tot vrijwaring meebrengt. Naar de rechtbank begrijpt bedoelt [gedaagde] dat deze verplichting tot vrijwaring op [bedrijf] kan rusten omdat zij bij het uitvoeren van werkzaamheden voor [gedaagde] werknemers met vervalste identiteitsbewijzen tewerk heeft gesteld (illegale tewerkstelling) met mogelijk nadelige gevolgen of schade voor [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Finqle heeft zich in het incident gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen, dit in een zoveel mogelijk tegelijkertijd met de hoofdzaak te behandelen vrijwaringszaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op basis van wat [gedaagde] heeft gesteld, valt niet uit te sluiten dat er tussen haar en [bedrijf] een rechtsverhouding bestaat (al dan niet op grond van onrechtmatige daad) die tot vrijwaring door [bedrijf] verplicht. Finqle heeft dat ook niet bestreden. De incidentele vordering zal daarom worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in het incident ook gevorderd dat de rechtbank bepaalt dat de vrijwaringszaak gelijktijdig en gevoegd met de hoofdzaak wordt gevoerd. Finqle heeft daar bezwaar tegen gemaakt en heeft de rechtbank verzocht om de hoofdzaak en de vrijwaring te splitsen en om in de hoofdzaak afzonderlijk te beslissen, op grond van artikel 215 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De rechtbank overweegt hierover als volgt. In het algemeen verdient het de voorkeur dat de hoofdzaak en de vrijwaring gelijktijdig worden afgedaan. Onder omstandigheden kan het aangewezen zijn om van dit uitgangspunt af te wijken en in de hoofdzaak afzonderlijk te beslissen. Heden is nog niet duidelijk of zodanige omstandigheden zich zullen voordoen. De vrijwaringsprocedure is immers nog niet eens aanhangig gemaakt. Daarom wordt hierover nu nog niet beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Nu geen van de partijen in het vrijwaringsincident kan worden beschouwd als de in het ongelijk gelde partij, zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat toe dat [bedrijf] B.V. door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van <emphasis role="bold">12 november 2025</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten van dit incident, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de hoofdzaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">12 november 2025</emphasis> voor het indienen van de conclusie van antwoord in reconventie van Finqle.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.<footnote-ref linkend="_5aa35702-65e7-4a13-a21d-be2167e27032" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5aa35702-65e7-4a13-a21d-be2167e27032" label="1">
    <para>type: 1769</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>