<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:17697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T08:55:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.3480</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17697">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T08:55:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17697 Rechtbank Den Haag , 02-04-2025 / NL24.3480</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17697:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inreisverbod. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17697:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.3480</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] , </emphasis>geboren op [geboortedag] 1990, van Colombiaans nationaliteit, eiseres,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. de Schutter),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f1e0a497-3793-49e3-8092-92f1e724e103" />, de minister. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het besluit van 22 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2025. Partijen zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen en hebben toestemming gegeven de zaak op de stukken af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de rechtbank </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank beoordeelt of de minister een inreisverbod voor de duur van twee jaar mocht uitvaardigen aan eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is<emphasis role="italic">. </emphasis>Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt eiseres</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.	Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Zij doet hierbij een beroep op artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_649871df-be2f-4447-9f55-77e045070b35" /> Volgens haar had de minister een belangenafweging moeten maken en is geen ‘fair balance’ getroffen. Zij stond namelijk op het punt om Nederland te verlaten. Eiseres heeft in Nederland een duurzame partner. Momenteel is zij zich in Colombia aan het voorbereiden op het inburgeringsexamen. Nadat het examen is behaald, zal haar partner in Nederland de procedure starten voor van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Omdat de voorbereidingen voor het examen een lange tijd in beslag nemen, zou eiseres graag nog in het kader van de vrije termijn naar Nederland kunnen reizen om haar partner te bezoeken. Met het huidige inreisverbod is dat niet mogelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op 21 december 2023 is aan eiseres een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Dit terugkeerbesluit staat in rechte vast. Op diezelfde dag is ook het voornemen bekend gemaakt om aan haar een inreisverbod van twee jaar op te leggen. Uit de stukken volgt dat eiseres toen heeft afgezien van de mogelijkheid om gehoord te worden. Aan haar is kenbaar gemaakt dat zij achteraf nog een zienswijze kan indienen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat eiseres achteraf geen zienswijze meer heeft ingediend. Bij de KMar<footnote-ref linkend="_5e4369dd-e2da-4d02-bad8-bd42f3bde144" /> heeft zij niets verklaard over haar relatie of enige aanleiding gegeven waarom de minister zou moeten afzien van het inreisverbod. De rechtbank leidt hieruit af dat eiseres voorafgaand aan de uitvaardiging van het inreisverbod niet met de minister heeft willen spreken over eventuele relevante aspecten van haar in beroep gestelde familie- en privéleven. Dit betekent dat de minister bij de uitvaardiging van het inreisverbod hier geen rekening mee heeft kunnen houden. De beroepsgrond dat de minister geen belangenafweging heeft gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM en geen ‘fair balance’ heeft getroffen, slaagt om die reden niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nadere beroepsgrond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft op 13 maart 2025, één dag voor de zitting, een aanvullende beroepsgrond ingediend. Deze grond houdt in dat de minister ten onrechte is overgegaan tot oplegging van een inreisverbod voor de duur van twee jaar. In het geval van eiseres had slechts een inreisverbod van één jaar moeten worden opgelegd omdat er sprake was van een termijnoverschrijding van ongeveer 17 dagen. Eiseres is het Schengengebied ingereisd op </para>
        <para>4 september 2023. Dit is te zien op de stempel in haar paspoort. Zij is uitgereisd op </para>
        <para>21 december 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de aanvullende beroepsgrond te laat is ingediend en daarom in strijd is met de goede procesorde. Overigens merkt de rechtbank op dat eiseres een inreisverbod van twee jaar is opgelegd omdat de duur van de vrije termijn niet kon worden vastgesteld.<footnote-ref linkend="_a0b0c41b-5930-4cfa-b006-5ded5845f997" /> Wanneer deze niet kan worden vastgesteld wordt deze aangemerkt als een overschrijding van meer dan 90 dagen. Haar argument dat zij op 4 september 2023 het Schengengebied is ingereisd, kan de rechtbank niet volgen. Uit het dossier blijkt namelijk dat het paspoort van eiseres pas op 14 september 2023 is afgegeven in Bern, Zwitserland. Het is voor de rechtbank niet duidelijk hoe eiseres met dit paspoort het Schengengebied is ingereisd <emphasis role="italic">voorafgaand</emphasis> aan de afgifte van haar paspoort. Zij heeft deze stelling ook niet nader onderbouwd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Ten slotte merkt de rechtbank op dat de minister in haar verweerschrift naar voren brengt dat eiseres een verzoek om opheffing van het inreisverbod kan doen. <footnote-ref linkend="_e18fee82-dfe6-4eb0-a2c4-9e0fc12abd23" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. W.L. van der Pijl, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f1e0a497-3793-49e3-8092-92f1e724e103" label="1">
    <para> Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_649871df-be2f-4447-9f55-77e045070b35" label="2">
    <para> Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e4369dd-e2da-4d02-bad8-bd42f3bde144" label="3">
    <para> Koninklijke Marechaussee. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0b0c41b-5930-4cfa-b006-5ded5845f997" label="4">
    <para> Zie proces-verbaal van bevindingen voornemenprocedure inreisverbod onder 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e18fee82-dfe6-4eb0-a2c4-9e0fc12abd23" label="5">
    <para> Zie Opheffing inreisverbod Nederland aanvragen | Wetten en regelingen | Rijksoverheid.nl.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>