<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:17609</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T14:41:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.43620</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17609">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17609</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T14:40:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17609 Rechtbank Den Haag , 25-09-2025 / NL25.43620</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17609:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring, volgberoep. Nu de Algerijnse autoriteiten hebben aangegeven dat eiser bij hen niet bekend is, richt de minister terecht zijn inspanningen op terugkeer naar Marokko. Anders dan eiser stelt, is er sprake van een geldig terugkeerbesluit waarin naast Algerije ook Marokko wordt vermeld. Dat sprake is van een persoonsverwisseling, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17609:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.43620</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] eiser,</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer], </para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De minister heeft op 2 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_e14a82f2-bab2-489c-ac16-8c9877528b54" /> opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2025, met behulp van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het Justitieel Complex Schiphol, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst, zoals volgt uit de uitspraak van 12 augustus 2025<footnote-ref linkend="_19dbc8ca-c434-45cc-91a0-da917d7649cc" />. In dit beroep is daarom van belang wat er sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 8 augustus 2025 is gebeurd.</para>
    <para />
    <para>3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat vindt eiser? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser stelt dat nu de Algerijnse autoriteiten op 15 september 2025 hebben laten weten dat eiser niet bij hen bekend is, het zicht op uitzetting is komen te vervallen en de bewaring sindsdien onrechtmatig voortduurt. Volgens eiser is er geen enkele twijfel over dat hij Algerijns is, dit zou ook de Algerijnse consul hebben aangegeven op basis van het accent van eiser. Eiser heeft Algerije begin jaren ’90 op zestienjarige leeftijd verlaten zonder identiteitsdocumenten. Het is algemeen bekend dat Algerije destijds geen goede persoonsadministratie bijhield. Dat de indruk is ontstaan dat eiser mogelijk uit Marokko komt, is het gevolg van een persoonsverwisseling. Hieruit zou ook de indruk zijn ontstaan dat eiser niet meewerkt. De misdrijven zoals genoemd in de ongewenstverklaring van </para>
    <para>21 december 1998 zijn niet door eiser begaan maar door een ander die zijn naam voert. Naast dat buiten twijfel is dat eiser Algerijns is en niet Marokkaans, ontbreekt een terugkeerbesluit met vermelding Marokko en kan ook om die reden het traject niet op vertrek naar Marokko worden gericht.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank verwijst naar de uitspraak op het eerste beroep van eiser van 19 juni 2025<footnote-ref linkend="_b4910f0c-4fa3-41bd-ba1b-de0dee9bd0ea" />, waarin al is geoordeeld dat zicht op uitzetting naar zowel Marokko als Algerije niet ontbreekt. Dit is herhaald in de uitspraak met betrekking tot het voortduren van de bewaring van 12 augustus 2025<footnote-ref linkend="_aa1d39ec-b6d8-40ec-b552-9afb14bf6ef4" />. Eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan nu tot een ander oordeel moet worden gekomen. Nu de Algerijnse autoriteiten hebben aangegeven dat eiser bij hen niet bekend is, richt de minister terecht zijn inspanningen op terugkeer naar Marokko. Anders dan eiser stelt, is er sprake van een geldig terugkeerbesluit waarin naast Algerije ook Marokko wordt vermeld. Dat sprake is van een persoonsverwisseling, vindt de rechtbank niet aannemelijk. </para>
    <para>De minister heeft op de zitting toegelicht dat terugkeer naar Algerije overigens niet is uitgesloten, maar het aan eiser is zich daarvoor in te spannen en aannemelijk te maken dat hij Algerijn is. Zo zou eiser (alsnog) een vrijwilligersbrief op kunnen stellen, nu onduidelijk is wat er met de eerste brief is gebeurd. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Tot slot is gesteld noch gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering<footnote-ref linkend="_dde477b6-c061-4b0a-b697-47d74ec01f7f" />. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e14a82f2-bab2-489c-ac16-8c9877528b54" label="1">
    <para>Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_19dbc8ca-c434-45cc-91a0-da917d7649cc" label="2">
    <para> Zaaknummer NL25.34750. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b4910f0c-4fa3-41bd-ba1b-de0dee9bd0ea" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:10689. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa1d39ec-b6d8-40ec-b552-9afb14bf6ef4" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:14951. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dde477b6-c061-4b0a-b697-47d74ec01f7f" label="5">
    <para> Zie de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>