<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:17489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T12:19:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 24/2988</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17489">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T12:19:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17489 Rechtbank Den Haag , 02-09-2025 / SGR 24/2988</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17489:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pkv-uitspraak na benoeming deskundige. Verweerder is volledig aan het verzoek tegemoetgekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17489:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 24/2988 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.F. Antes),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, verweerder </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.A. Bakker).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In het besluit van 7 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoekster met ingang van 1 oktober 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) naar een mate van 50,74% arbeidsongeschiktheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In het besluit van 21 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Verzoekster heeft aanvullende stukken ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, [naam 1] (vader) en [naam 2] (maatschappelijk werker). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.S. de Vreeze.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, verweerder verzocht om te reageren op de door verzoekster op de zitting ingediende stukken en bepaald dat een verzekeringsarts als deskundige wordt benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Partijen hebben aanvullende stukken ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Op 31 maart 2025 heeft de rechtbank het rapport van de deskundige ontvangen. Verzoekster heeft daarop gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Verweerder heeft het bestreden besluit vervangen door het besluit van 9 juli 2025. Met deze gewijzigde beslissing op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van verzoekster alsnog gegrond verklaard en bepaald dat verzoekster vanaf 7 juli 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10.</nr>
      <para>Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft meegedeeld de proceskosten en het griffierecht te zullen vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11.</nr>
      <para>De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_7bda9e12-1697-43eb-9cf9-e137995b2d76" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_60697a5e-83d4-4288-9d08-31f08fdc4943" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder aan haar is tegemoetgekomen. De rechtbank zal daarom het verzoek om een proceskostenveroordeling toewijzen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht rekent de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na het verslag deskundigenonderzoek, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1. De vergoeding bedraagt in totaal € 2.267,50. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_4ee95440-1719-42aa-a600-65d3a369c73b" />Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst het verzoek toe;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.267,50.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is verhinderd te tekenen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_7bda9e12-1697-43eb-9cf9-e137995b2d76" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60697a5e-83d4-4288-9d08-31f08fdc4943" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ee95440-1719-42aa-a600-65d3a369c73b" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>