<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:17431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T12:55:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.39526</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17431">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T12:55:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17431 Rechtbank Den Haag , 22-09-2025 / NL25.39526</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17431:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft op 22 mei 2025 aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Deze maatregel is op 21 augustus 2025 opgeheven. Eiser voert aan dat de opheffing te laat heeft plaatsgevonden. Op 20 augustus 2025 is zijn asielberoep gegrond verklaard. Verweerder had de maatregel diezelfde dag nog moeten opheffen. De rechtbank is van oordeel dat de maatregel de dag nadat de uitspraak in het asielberoep is gedaan en in het openbaar is uitgesproken, onrechtmatig is geworden en niet op de dag dat de uitspraak is gedaan. Verweerder moet namelijk enige tijd worden gegund om kennis te nemen van de uitspraak en daar uitvoering aan te geven. Omdat verweerder de maatregel één dag na de gegrondverklaring van het asielberoep heeft opgeheven, is er geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend te werk is gegaan. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:17431:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.39526</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Sewnath),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 22 mei 2025 aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 21 augustus 2025 de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 27 augustus 2025 gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Waarover gaat deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 30 juli 2025<footnote-ref linkend="_ccf07071-0ff6-4a78-a501-e60ab0694b8d" /> volgt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 24 juli 2025 rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel slechts de periode van belang sinds het sluiten van dat onderzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. Daarvoor moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voor de opheffing ervan onrechtmatig is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Zij legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wat betrekt de rechtbank in haar beoordeling?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Eiser stelt de Russische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1991.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Had verweerder de maatregel eerder moeten opheffen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Eiser voert aan dat verweerder de vrijheidsontnemende maatregel ten onrechte pas op 21 augustus 2025 heeft opgeheven. Op 20 augustus 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats zijn asielberoep gegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_31a7b829-edfc-46f1-a2ff-41367673e1df" /> Verweerder had de maatregel diezelfde dag nog moeten opheffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat aan eiser in het kader van het grensbewakingsbelang een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft geoordeeld in haar uitspraak van 28 juni 2024<footnote-ref linkend="_d8f6efbc-955c-42e6-826b-3c4029623947" />, is grensdetentie geoorloofd als is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 8, derde lid, aanhef en onder c, van de Opvangrichtlijn<footnote-ref linkend="_8c8684f8-984a-4f33-9fdc-81720eb2fe68" />. Uit die bepaling volgt dat een verzoeker in bewaring mag worden gehouden om in het kader van een procedure een beslissing te nemen over het recht om het grondgebied te betreden. Uit artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn volgt dat de bewaring zo kort mogelijk moet duren en slechts zolang de in artikel 8, derde lid, van de Opvangrichtlijn genoemde redenen van toepassing zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat het besluit van verweerder op eisers asielaanvraag is vernietigd met de uitspraak van 20 augustus 2025, is ook verweerders besluit om eiser de toegang te weigeren vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat de maatregel de dag nadat de uitspraak in het asielberoep is gedaan en in het openbaar is uitgesproken, onrechtmatig is geworden en niet op de dag dat de uitspraak is gedaan. Verweerder moet namelijk enige tijd worden gegund om kennis te nemen van de uitspraak en daar uitvoering aan te geven. De rechtbank is van oordeel dat opheffing van de maatregel op de dag volgend op de dag waarop uitspraak is gedaan dan ook redelijk is. Nu verweerder de maatregel op 21 augustus 2025 heeft opgeheven, is er geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend te werk is gegaan. Deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft de maatregel om een andere reden onrechtmatig voortgeduurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. De rechtbank is ook ambtshalve niet gebleken dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig heeft voortgeduurd tot de opheffing daarvan. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wat is de conclusie?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.P. van Brunschot, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ccf07071-0ff6-4a78-a501-e60ab0694b8d" label="1">
    <para> NL25.32227.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31a7b829-edfc-46f1-a2ff-41367673e1df" label="2">
    <para> NL25.25500 en NL25.25501. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8f6efbc-955c-42e6-826b-3c4029623947" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:2639.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c8684f8-984a-4f33-9fdc-81720eb2fe68" label="4">
    <para> Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>