<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:16954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-15T14:53:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 25/15944</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16954">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-15T14:52:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:16954 Rechtbank Den Haag , 15-09-2025 / AWB 25/15944</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16954:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep niet tijdig, regulier</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16954:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 25/15944</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam], eiseres, </title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer], </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Fouad Fattal),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Minister van Asiel en Migratie, de minister. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag van 3 januari 2025 tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER in verband met verblijf bij een minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_001a4ccc-1952-4ed5-beea-a2240409bfd0" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Voordat eiseres een beroep kan indienen tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag, moet eiseres schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat er binnen twee weken alsnog moet worden beslist (de ingebrekestelling).<footnote-ref linkend="_400f074c-97a8-4dc9-97d6-dcaa3f5f8612" /> Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan eiseres beroep indienen.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag van eiseres te beslissen is verstreken. Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_8d854db3-9034-4fbe-ad98-5b6925da47e7" /></para>
    <para />
    <para>4. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>5. Als de minister niet op tijd heeft beslist, moet de rechtbank een termijn van twee weken opleggen. In bijzondere gevallen of als dat voor de naleving van andere wettelijke voorschriften nodig is, kan de rechtbank een andere termijn opleggen.<footnote-ref linkend="_a3e211b8-0cfe-4969-bab7-3ccad62d3a64" /> De rechtbank is niet van bijzondere omstandigheden gebleken. De minister heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen twee weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend moet maken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Eiseres heeft gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen twee weken een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.<footnote-ref linkend="_e00e21f5-aff6-4143-8b50-d3c284c67ded" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de minister een bestuurlijke dwangsom verschuldigd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Met de inwerkingtreding van de wet herziening regels niet tijdig beslissen is vreemdelingenzaken<footnote-ref linkend="_05a6fda4-99ff-4039-b602-3428911caadd" />, is de bestuurlijke dwangsom afgeschaft voor de zaken waarin de ingebrekestelling na 15 april 2025 is ingediend. De minister hoeft geen bestuurlijke dwangsom aan eiseres te betalen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de minister binnen twee weken een besluit moet nemen op de aanvraag. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.  </para>
    <para />
    <para>9. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_f5174c08-5f21-40b4-a56c-f68acc345987" /> De minister moet ook het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op binnen twee weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_001a4ccc-1952-4ed5-beea-a2240409bfd0" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_400f074c-97a8-4dc9-97d6-dcaa3f5f8612" label="2">
    <para> Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8d854db3-9034-4fbe-ad98-5b6925da47e7" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3e211b8-0cfe-4969-bab7-3ccad62d3a64" label="4">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e00e21f5-aff6-4143-8b50-d3c284c67ded" label="5">
    <para> Artikel 8:55d. tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05a6fda4-99ff-4039-b602-3428911caadd" label="6">
    <para> Staatsblad 2025, 96. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5174c08-5f21-40b4-a56c-f68acc345987" label="7">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>