<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:16798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-11T11:56:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.42664</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16798">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-11T11:55:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:16798 Rechtbank Den Haag , 11-09-2025 / NL25.42664</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16798:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spoedvovo. verzet-me-niet. Richtlijn 2001/55/EG  (tijdelijke bescherming). Toewijzen verzoek in die zin dat verzoekster in de gemeentelijke opvang kan blijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16798:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.42664 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], V-nummer: [nummer], verzoekster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, de minister.</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak ziet op het verzoek hangende bezwaar tegen het besluit van 23 mei 2025, waarin de minister de aanvraag om tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (richtlijn) heeft afgewezen. Verzoekster is het daarmee niet eens. Zij verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij gedurende het bezwaar tegen het besluit van 23 mei 2025 behandeld wordt alsof zij in het bezit is van tijdelijke bescherming, zij in de gemeentelijke opvang kan blijven en kan werken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij besluit van 23 mei 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoekster om in Nederland te verblijven onder de richtlijn afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft hiertegen op 2 juni 2025 bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 4 september 2025 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat zij de behandeling van haar bezwaarschrift in Nederland, in de gemeentelijke opvang waar zij nu verblijft, mag afwachten en daarom de gevolgen van het bestreden besluit te schorsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 8 september 2025 heeft de gemeente Leeuwarden verzoekster schriftelijk bevestigd dat zij op 11 september 2025 de opvang dient te verlaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 11 september 2025 heeft de minister aangegeven zich niet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening te verzetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>In verband met het spoedeisende karakter van dit verzoek om een voorlopige voorziening heeft een openbare behandeling van het verzoek niet plaatsgevonden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. In zijn brief van 11 september 2025 heeft de minister gesteld dat hij zich niet verzet tegen de toewijzing van het verzoek voor zover dit ziet op schorsing van het bestreden besluit, inhoudende dat de rechtsgevolgen van dat besluit worden uitgesteld tot er een beslissing op het bezwaar is genomen.</para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook toewijzen in die zin dat de rechtsgevolgen van het besluit worden geschorst tot zes weken nadat er op het bezwaar op het bestreden besluit is beslist. Hieruit volgt dat verzoekster in de huidige gemeentelijke opvanglocatie kan blijven.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;</para>
      <para>-bepaalt dat verzoekster de rechten op grond van de richtlijn behoudt tot zes weken nadat er op het bezwaarschrift is beslist;</para>
      <para>-veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>