<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:16769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-01T12:05:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 24/9954</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2025/444 met annotatie van M. Noordegraaf</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025112707</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2391</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16769">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T14:23:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:16769 Rechtbank Den Haag , 11-07-2025 / SGR 24/9954</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16769:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gegrond, aanwijzen belastingplichtige rioolheffing, beleidsregels</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16769:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 24/9954</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2024 een aanslag Onroerende zaakbelasting (aanslag OZB) en Rioolheffing gebruiker (aanslag rioolheffing) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 27 november 2024 het bezwaar van eiser tegen de aanslagen ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2025. </para>
      <para>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser is huurder van de onroerende zaak aan [adres] in [plaats] (het adres). Sinds begin 2024 drijft eiser op het adres een eenmanszaak (de eenmanszaak). </para>
    <para />
    <para>2. In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (de KvK) staan naast de eenmanszaak (sinds 15 augustus 2023) ook de ondernemingen: [bedrijfsnaam 1] B.V. (sinds 12 november 2020) en [bedrijfsnaam 2] B.V. (sinds 12 november 2020) (tezamen: de ondernemingen) geregistreerd op het adres. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft aan eiser in één aanslagbiljet de aanslag OZB en de aanslag rioolheffing (tezamen: de aanslagen) opgelegd.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Geschil <?linebreak?>4. In geschil is of de aanslagen terecht aan eiser zijn opgelegd. </title>
    <para />
    <para>5. Ter zitting is komen vast te staan dat tussen partijen niet (langer) in geschil is dat de eenmanszaak en de ondernemingen gebruiker zijn in de zin van de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Leiden 2024 en de Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaak-belastingen Leiden 2024. </para>
    <para />
    <para>6. Eiser stelt dat de aanslagen niet aan hem opgelegd hadden moeten worden, maar aan een van de ondernemers. De ondernemers zijn namelijk al langer op het adres gevestigd dan eiser. Eiser verwijst hierbij naar onderdeel 3.2 van de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie (de Beleidsregels), welke door verweerder zijn opgesteld.</para>
    <para />
    <para>7. Verweerder stelt dat de aanslagen terecht aan eiser zijn opgelegd en verwijst daarbij naar onderdeel 9 van de Beleidsregels. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. In de Beleidsregels is - voor zover van belang - opgenomen:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">“Algemeen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject. In de gevallen waarin dat voorkomt mag </emphasis>[verweerder]<emphasis role="italic"> de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert </emphasis>[verweerder]<emphasis role="italic"> een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De in de voorkeursregels neergelegde criteria bevatten op geen enkele wijze een limitatieve opsomming van de belastingplichtigen, maar zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, zodat in de uitvoeringspraktijk volgens vaste, niet willekeurige, criteria een belastingplichtige kan worden aangewezen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voorkeursvolgorde</title>
    <parablock>
      <para>(…) </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“3. Voor de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten die worden geheven van gebruikers </emphasis>(…)<emphasis role="italic">, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:</emphasis></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht kan worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aangemerkt;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">degene die het langst het belastingobject gebruikt;</emphasis>
        </para>
        <para>(…) </para>
        <para>(…) </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">6. Als en voor zover aanslagen van verschillende belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;</emphasis>
        </para>
        <para>(…).</para>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>9. Verweerder heeft ter zitting gesteld dat aanhef en onderdeel 3.2 van artikel 3 van de Beleidsregels in beginsel op de aanslag OZB van toepassing zou kunnen zijn, maar dat in onderhavige situatie artikel 9 van de Beleidsregels prevaleert. Er is namelijk gekeken naar welke van de drie gebruikers (eiser of de ondernemers) het adres het meest in gebruik heeft en dit is, volgens verweerder, eiser. Verweerder heeft hierbij gewezen op een aantal foto’s die van het adres zijn gemaakt en het feit dat het contract voor de levering van water met eiser is afgesloten. </para>
      <para />
      <para>10. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat artikel 9 van de Beleidsregels niet van toepassing is. Uit het hoofdstuk “Algemeen” van de Beleidsregels leidt de rechtbank af dat de voorkeursvolgorde is gebaseerd op de veronderstelde betaalcapaciteit en doeltreffende heffing en invordering van een belastingplichtige. Vervolgens is in artikel 9 van de Beleidsregels bepaalt dat om die reden van de voorkeursvolgorde kan worden afgeweken. Verweerder heeft niet gesteld, en ook overigens is de rechtbank niet gebleken, dat de ondernemingen niet in staat zouden zijn om de belastingen te betalen of dat de heffing en inning bij de ondernemingen niet doeltreffend zou kunnen zijn. Dat eiser van de drie gebruikers mogelijk degene is die het adres het meest in gebruik heeft doet daar niet aan af, nu dat geen in de Beleidsregels opgenomen criterium is. De rechtbank is zodoende van oordeel dat op grond van aanhef en onderdeel 3.2 van artikel 3 van de Beleidsregels de aanslag OZB aan een van de ondernemers moet worden opgelegd, nu de ondernemers volgens de KvK langer op het adres zijn gevestigd.   </para>
      <para />
      <para>11. De aanslag rioolheffing is samen met de aanslag OZB op één aanslagbiljet vermeld. Toepassing van aanhef en onderdeel 6.2 van artikel 6 van de Beleidsregels heeft tot gevolg dat de aanslag rioolheffing hierdoor aan dezelfde persoon moet worden opgelegd als de aanslag OZB. Om die reden kan de aanslag rioolheffing niet aan eiser worden opgelegd.</para>
      <para />
      <para>12. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep gegrond te worden verklaard en de aanslagen te worden vernietigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 	</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
    <para>- vernietigt de aanslagen onroerendezaakbelastingen (gebruiker) en rioolheffing (gebruiker);</para>
    <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51 aan eiser te vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Bandsma, rechter, in aanwezigheid van J.C.W. Wahls, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).</para>
      <para>Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. </para>
    <para>Verder vermeldt u ten minste het volgende:</para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. de datum van verzending;</para>
    <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>