<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:16307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-22T15:48:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11805529 RL EXPL 25-13415</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-1171</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1171</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2025-0483</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2025/256</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:16307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-11T10:14:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:16307 Rechtbank Den Haag , 07-08-2025 / 11805529 RL EXPL 25-13415</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn Eisers personen die artikel 7:658 lid 4 BW bescherming beoogt te bieden. Datzelfde wetsartikel bepaalt dat de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen op grond van dit artikel(lid). De Staat haalt een passage aan uit de Memorie van Toelichting, maar anders dan de Staat is de kantonrechter van oordeel dat deze passage niet duidt op een discretionaire bevoegdheid, maar erop duidt dat artikel 7:658 lid 4 BW tot gevolg heeft dat beide vorderingen (tegen zowel de werkgever als de inlener) door dezelfde rechter worden behandeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:16307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kantonrechter, zittingsplaats Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CB/d</para>
      <para>Zaaknummer: 11805529 / RL EXPL 25-13415</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 7 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] ,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[eiser 3]</emphasis>,</para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[eiser 4]</emphasis>,</para>
    <para>5. <emphasis role="bold">[eiser 5]</emphasis>,</para>
    <para>6. <emphasis role="bold">[eiser 6]</emphasis>,</para>
    <para>7. <emphasis role="bold">[eiser 7]</emphasis>,</para>
    <para>8. <emphasis role="bold">[eiser 8]</emphasis>,</para>
    <para>9. <emphasis role="bold">[eiser 9]</emphasis>,</para>
    <para>10. <emphasis role="bold">[eiser 10]</emphasis>,</para>
    <para>11. <emphasis role="bold">[eiser 11]</emphasis>,</para>
    <para>12. <emphasis role="bold">[eiser 12]</emphasis>,</para>
    <para>13. <emphasis role="bold">[eiser 13]</emphasis>,</para>
    <para>14. <emphasis role="bold">[eiser 14]</emphasis>,</para>
    <para>15. <emphasis role="bold">[eiser 15]</emphasis>,</para>
    <para>16. <emphasis role="bold">[eiser 16]</emphasis>,</para>
    <para>17. <emphasis role="bold">[eiser 17]</emphasis>,</para>
    <para>18. <emphasis role="bold">[eiser 18]</emphasis>,</para>
    <para>19. <emphasis role="bold">[eiser 19]</emphasis>,</para>
    <para>20. <emphasis role="bold">[eiser 20]</emphasis>,</para>
    <para>21. <emphasis role="bold">[eiser 21]</emphasis>,</para>
    <para>22. <emphasis role="bold">[eiser 22]</emphasis>,</para>
    <para>23. <emphasis role="bold">[eiser 23]</emphasis>,</para>
    <para>24. <emphasis role="bold">[eiser 24]</emphasis>,</para>
    <para>25. <emphasis role="bold">[eiser 25]</emphasis>,</para>
    <para>26. <emphasis role="bold">[eiser 26]</emphasis>,</para>
    <para>27. <emphasis role="bold">[eiser 27]</emphasis>,</para>
    <para>28. <emphasis role="bold">[eiser 28]</emphasis>,</para>
    <para>29. <emphasis role="bold">[eiser 29]</emphasis>,</para>
    <para>30. <emphasis role="bold">[eiser 30]</emphasis>,</para>
    <para>31. <emphasis role="bold">[eiser 31]</emphasis>,</para>
    <para>32. <emphasis role="bold">[eiser 32]</emphasis>,</para>
    <para>33. <emphasis role="bold">[eiser 33]</emphasis>,</para>
    <para>34. <emphasis role="bold">[eiser 34]</emphasis>,</para>
    <para>35. <emphasis role="bold">[eiser 35]</emphasis>,</para>
    <para>36. <emphasis role="bold">[eiser 36]</emphasis>,</para>
    <para>37. <emphasis role="bold">[eiser 37]</emphasis>,</para>
    <para>38. <emphasis role="bold">[eiser 38]</emphasis>,</para>
    <para>39. <emphasis role="bold">[eiser 39]</emphasis>,</para>
    <para>40. <emphasis role="bold">[eiser 40]</emphasis>,</para>
    <para>41. <emphasis role="bold">[eiser 41]</emphasis>,</para>
    <para>42. <emphasis role="bold">[eiser 42]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>allen verblijvende in Afghanistan, woonplaats gekozen hebbende op het kantoor van hun gemachtigde,<?linebreak?>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.J. Saarloos (De Brauw Blackstone Westbroek),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon <emphasis role="bold">De Staat der Nederlanden (Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Defensie en Ministerie Van Asiel en Migratie)</emphasis>, </para>
      <para>zetelende te 's-Gravenhage,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de Staat,</para>
      <para>gemachtigde: mr. drs. W.I. Wisman (Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 29 juli 2025 met 147 producties (nrs. 1 tot en met 147);</para>
        <para>- de brief van de gemachtigde van de Staat van 6 augustus 2025;</para>
        <para>- de brief van de gemachtigde van eisers van 6 augustus 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij dagvaarding van 29 juli 2025 hebben de eisers een vordering ingesteld bij de kantonrechter teneinde – kort gezegd – een veroordeling van de Staat te bewerkstelligen dat zij vanuit Afghanistan naar Nederland zullen worden geëvacueerd in verband met de stelling dat zij als voormalige bewakers werkzaam zijn geweest voor de Nederlandse ambassade te [plaats] (Afghanistan) en daardoor thans groot gevaar lopen onder het huidige bewind in dat land.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De eisers hebben hun vordering aangebracht bij de kantonrechter van deze rechtbank en in de paragrafen 169 en 170 van de dagvaarding hebben zij onderbouwd waarom de kantonrechter bevoegd is van hun vordering kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 6 augustus 2025 heeft de Staat gemotiveerd verzocht de procedure te verwijzen naar (de Voorzieningenrechter van) team Handel van de rechtbank, met als onderbouwing dat de kantonrechter niet bevoegd is van dit geschil kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij brief van 6 augustus 2025 hebben de eisers nog op de brief van de Staat gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Gelet op het verzoek van de Staat om nog voor de geplande datum van 19 augustus 2025 van de mondelinge behandeling op het bevoegdheidsincident te beslissen, zal de kantonrechter zonder nadere mondelinge behandeling (omdat partijen zich al over de argumenten voor en tegen hebben uitgelaten) en uit het oogpunt van proceseconomie bij wijze van dit tussenvonnis op het bevoegdheidsincident beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het bevoegdheidsincident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisers hebben als insteek voor hun vordering tegen de Staat artikel 7:658 lid 4 BW genomen. Dit artikel bepaalt dat de inlener van personen, met wie de inlener geen arbeidsovereenkomst heeft aansprakelijk is voor de schade die deze personen in de uitoefening van hun werkzaamheden lijden. Artikel 7:658 lid 4 BW bepaalt verder dat de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van vorderingen op grond van dit artikel(lid).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor de beslissing over het bevoegdheidsincident is de kantonrechter er vooralsnog, op grond van hetgeen eisers daarover in de inleidende dagvaarding naar voren hebben gebracht en onverlet hetgeen de Staat daar nog als verweer tegenover zal plaatsen, voldoende van overtuigd dat de eisers personen zijn, die artikel 7:658 lid 4 BW bescherming beoogt te bieden. De eisers waren werkzaam als bewakers van de Nederlandse ambassade in [plaats] (Afghanistan), totdat de ambassade door de machtsovername door de Taliban in augustus 2021 werd verlaten. Eisers waren niet in dienst van de Staat, maar van een lokale ‘contractor’, waarmee de Staat een overeenkomst had gesloten. Het bewaken van een ambassade, zeker in het onveilige land, dat Afghanistan ook toen was, behoort tot de uitoefening van het ‘bedrijf’ van de Staat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Artikel 7:658 lid 4 BW is er duidelijk in dat het de kantonrechter is die bevoegd is van desbetreffende vorderingen kennis te nemen. Niettemin trekt de Staat dat in twijfel, zoals uiteengezet in de brief van de gemachtigde van de Staat van 6 augustus 2025, en hij doet dat met een verwijzing naar de parlementaire geschiedenis. Daarbij haalt de Staat de volgende passage aan uit de Memorie van Toelichting:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorgestelde bepaling kan tot gevolg hebben dat zowel de werkgever als de inlener bij wie de arbeid wordt verricht, ingevolge artikel 658 aansprakelijk zijn. Zij zijn dan hoofdelijk verbonden (art. 6:102 BW), maar kunnen onderling regres nemen. Het staat hun uiteraard vrij hieromtrent afspraken te maken, bijvoorbeeld in de overeenkomst van opdracht als bedoeld in het voorgestelde artikel 690.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien zowel de werkgever als de inlener ingevolge artikel 658 aansprakelijk zijn, kan de kantonrechter op grond van de tweede zin van de voorgestelde bepaling beide zaken behandelen, en behoeft hij de procedure tegen de inlener niet te verwijzen naar de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_351556c7-c754-46c9-a5d5-ac814887a8b9" />
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit deze tekst leidt de Staat af dat de kantonrechter alleen bevoegd is, althans kan zijn, in het geval een persoon zowel een vordering instelt tegen de (formele) werkgever als tegen de inlener. Als dat niet het geval is zou de kantonrechter de zaak moeten verwijzen naar team Handel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter leest de geciteerde tekst anders. Het woord ‘kan’ in de tweede geciteerde alinea duidt naar zijn oordeel niet op een discretionaire bevoegdheid om in voorkomend geval beide vorderingen (tegen de werkgever en tegen de inlener) te behandelen, maar duidt erop dat artikel 7:658 lid 4 BW tot gevolg heeft dat beide vorderingen door dezelfde rechter behandeld worden. <emphasis role="italic">Zonder</emphasis> deze bepaling zou, in geval van een vordering tegen zowel de werkgever als de inlener, de kantonrechter de vordering tegen de inlener juist <emphasis role="italic">moeten </emphasis>verwijzen naar team Handel, omdat die vordering dan niet tot de competentie van de kantonrechter zou behoren. Die onwenselijke situatie heeft de wetgever willen voorkomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De bevoegdheid van de kantonrechter op grond van artikel 7:658 lid 4 BW staat overigens los van de vraag of de betrokken personen al dan niet zowel de werkgever als de inlener in rechte betrekken. Dat is een keuze van de eisende partij en in dit geval hebben de eisers ervoor gekozen alleen de Staat als inlener in rechte te betrekken. Die keuze mochten zij maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Uit het voorgaande vloeit aldus voort dat de kantonrechter zich vooralsnog bevoegd acht van de vordering van eisers kennis te nemen en daarover te beslissen en hij zal aldus op het bevoegdheidsincident beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden tot na de mondelinge behandeling op 19 augustus 2025, bijzondere ontwikkelingen daargelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- acht zich bevoegd kennis te nemen van de vordering van de eisers en daarover te beslissen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_351556c7-c754-46c9-a5d5-ac814887a8b9" label="1">
    <para> Kamerstuk 25263, nr. 14, p. 7.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>