<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:15955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T12:32:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 25/15769 en NL25.36949</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:15955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:15955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T12:32:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:15955 Rechtbank Den Haag , 27-08-2025 / AWB 25/15769 en NL25.36949</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:15955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HTL/COa, incident met zeer grote impact, terecht geen lichtere maatregel opgelegd, geen sprake van zelfverdediging, eiser heeft opnieuw de confrontatie opgezocht, beroepen ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:15955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 25/15769 en NL25.36949 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] , </para>
      <para>van Iraakse nationaliteit,  </para>
      <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>alsmede</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, de minister, </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen. Het eerste beroep<footnote-ref linkend="_467cea21-6edf-4db7-8deb-11e3e3c04d30" /> van eiser is gericht tegen het besluit van het COa van 25 juli 2025, waarbij het COa heeft besloten om eiser per 25 juli 2025 in een HTL<footnote-ref linkend="_fe7ba012-bed2-4808-a876-c1cf3c193715" /> in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit).<footnote-ref linkend="_2a79061c-5073-483c-87dc-853b5821cc74" /> Het tweede beroep<footnote-ref linkend="_6298fb74-1f53-49cb-ba8d-7b406e296c01" /> van eiser is gericht tegen het besluit van de minister van 25 juli 2025 om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vw<footnote-ref linkend="_5adc04a0-35b8-4798-b1b8-b9cbd6354a24" /> op te leggen. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser heeft op 8 augustus 2025 gronden van beroep ingediend. Het COa heeft op </para>
        <para>20 augustus 2025 gereageerd met een verweerschrift. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de beroepen op 22 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en daarom ook geen vergoeding van de proceskosten. Hierna legt de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden uit hoe zij tot dit oordeel komt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het incident dat heeft geleid tot het plaatsingsbesluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Uit de verslaglegging van het COa blijkt - samengevat - het volgende. Op 22 juli 2025 heeft een incident plaatsgevonden op de opvanglocatie in Wageningen. Aan de hand van camerabeelden heeft het COa geconstateerd dat eiser direct betrokken is geweest bij het ontstaan en voortduren van fysiek geweld gericht tegen een medebewoner. Eiser heeft actief de confrontatie met deze medebewoner opgezocht, heeft meerdere keren het initiatief tot fysiek geweld genomen en is betrokken geweest bij meerdere momenten van groepsgeweld. Eiser heeft escalerend gedrag vertoont, heeft niet terughoudend gehandeld en heeft actief ingegrepen op momenten waarop de situatie mogelijk tot rust gebracht had kunnen worden. De trap van eiser tegen het hoofd/nek van de medebewoner, terwijl deze op de grond zat en door meerdere anderen werd belaagd, heeft het COa gekwalificeerd als een ernstige en doelgerichte poging om de medebewoner fysiek letsel toe te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het COa heeft het hiervoor weergegeven incident gekwalificeerd als een incident met zeer grote impact. Het COa heeft daarom besloten om eiser in de HTL te plaatsen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beroepsgronden van eiser</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Eiser betoogt - samengevat - dat hij op het AZC<footnote-ref linkend="_c5f3ec65-d410-4828-9a0f-2ac2f9ca300d" /> heeft gewerkt als kapper en de betreffende medebewoner heeft leren kennen als een agressief persoon. Zo wilde hij direct geholpen worden door eiser en is hij agressief geworden op het moment dat eiser hem heeft medegedeeld dat hij op zijn beurt moet wachten. De medebewoner heeft eiser beledigd en bedreigd en heeft een foto gemaakt van eiser. Eiser was bang dat de medebewoner iets zou doen met de foto en is daarom naar de medebewoner gegaan. Ook voert eiser aan dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld en dat hij ten onrechte als dader en/of aanstichter wordt gezien. Eiser betoogt dat hij een rustig persoon is en niet eerder betrokken is geweest bij (ernstige) incidenten. Tegen deze achtergrond heeft het COa dan ook ten onrechte afgezien van een lichter middel. Van een incident met zeer grote impact is geen sprake geweest. Het COa-besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen dan wel gebrekkig gemotiveerd en dient daarom te worden vernietigd. Dat anderen zich met het incident hebben bemoeid kan niet aan hem worden toegerekend, aldus eiser. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. De rechtbank stelt allereerst vast dat onderaan pagina 1 in het plaatsingsbesluit staat vermeld: “<emphasis role="italic">HTL-maatregel na herhaalde incidenten/getoonde gedrag met grote of zeer grote impact.</emphasis>” Zowel in het verweerschrift als ter zitting heeft het COa aangegeven dat dit een kennelijke verschrijving is, omdat de HTL-maatregel immers is opgelegd op basis van het op 22 juli 2025 plaatsgevonden incident. Deze opmerking staat in een ander lettertype weergegeven dan de rest van het besluit en uit het besluit volgt bovendien ook duidelijk dat de maatregel op basis van één enkel incident is opgelegd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van een kennelijke verschrijving en niet van een rechtmatigheidsgebrek. </para>
      <para />
      <para>6. Verder is de rechtbank van oordeel dat het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd heeft besloten tot plaatsing van eiser in de HTL en dat het COa terecht geen lichtere maatregel aan eiser heeft opgelegd. Zoals al uiteengezet in rechtsoverweging 3. volgt uit de COa-verslaglegging op basis van camerabeelden dat eiser op 22 juli 2025 zich fysiek heeft misdragen tegen een medebewoner. Eiser heeft de feitelijke gang van zaken ook niet betwist. Op basis van de door het COa geschetste gang van zaken oordeelt de rechtbank dat het COa het incident, in overeenstemming met het Maatregelenbeleid, terecht heeft gekwalificeerd als een incident met een zeer grote impact.<footnote-ref linkend="_2c28f7e8-7530-4998-b3d3-a0c4304c3c05" /> Eisers stelling dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld, volgt de rechtbank niet. Hiervoor acht de rechtbank van belang dat uit de verslaglegging van het COa en het verweerschrift blijkt dat eiser meerdere malen de kans heeft gehad om te de-escaleren, maar desondanks opnieuw de confrontatie met de medebewoner heeft opgezocht. Nadat eiser zich had losgerukt uit de houtgreep die door de medebewoner werd toegepast, had hij ervoor kunnen kiezen om weg te lopen en bij het COa melding te maken van het incident. In plaats daarvan heeft eiser de medebewoner, die op dat moment op de grond zat, tegen het hoofd geschopt. Eisers stelling dat de medebewoner daarbij niet ernstig gewond is geraakt, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de ernst van eisers gedrag. De omstandigheid dat eiser niet eerder betrokken is geweest bij incidenten, maakt dat oordeel niet anders. Eiser heeft ook voor het overige geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding hadden moeten geven voor het opleggen van een lichter middel. </para>
      <para />
      <para>7. Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit is ongegrond. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het beroep gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond is en de vrijheidsbeperkende maatregel volledig steunt op dat besluit, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ook ongegrond moet worden verklaard en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, op 27 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>                       rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_467cea21-6edf-4db7-8deb-11e3e3c04d30" label="1">
    <para> AWB 25/15769. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe7ba012-bed2-4808-a876-c1cf3c193715" label="2">
    <para> Handhaving- en Toezichtlocatie. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a79061c-5073-483c-87dc-853b5821cc74" label="3">
    <para> Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6298fb74-1f53-49cb-ba8d-7b406e296c01" label="4">
    <para> NL25.36949. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5adc04a0-35b8-4798-b1b8-b9cbd6354a24" label="5">
    <para> Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5f3ec65-d410-4828-9a0f-2ac2f9ca300d" label="6">
    <para> Asielzoekerscentrum. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c28f7e8-7530-4998-b3d3-a0c4304c3c05" label="7">
    <para> Onder gedragingen met een zeer grote impact wordt, zoals volgt uit het Maatregelenbeleid van het COa, onder andere verstaan “<emphasis role="italic">agressie en geweld tegen medebewoners en/of derden met een zeer grote impact, zoals gedrag met als doel de ander ernstig te bedreigen</emphasis>”.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>