<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:15200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T11:44:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.37669</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:15200">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:15200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T12:44:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:15200 Rechtbank Den Haag , 15-08-2025 / NL25.37669</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:15200:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgberoep bewaring – ten onrechte kennisgeving verstuurd door verweerder – beroep niet-ontvankelijk – wel pkv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:15200:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.37669</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] , </para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Asiel en Migratie, verweerder, </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 juli 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_cbdb7a4a-f17c-4037-a980-22bb5a3a910e" /> opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 1 augustus 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van 12 augustus 2025 door deze rechtbank en zittingsplaats ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_b6cdbe1b-9555-4a83-83d2-ec3ee9001b39" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 12 augustus 2025 een kennisgeving ontvangen over het voortduren van de maatregel. Daarmee wordt eiser geacht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opnieuw beroep te hebben ingesteld en daarbij te hebben verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 12 augustus 2025 gereageerd op de kennisgeving. Verweerder heeft op 14 augustus 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 15 augustus 2025 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.<footnote-ref linkend="_e9b4f4e1-42a4-4643-b27c-1234b199c170" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 1984.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser geeft in zijn reactie aan dat hij niet begrijpt waarom de kennisgeving door verweerder is verstuurd, aangezien het door hem ingestelde beroep al door de rechtbank is behandeld. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder erkent dat de rechtmatigheid van de oplegging van de maatregel van 16 juli 2025 reeds is beoordeeld door de rechtbank maar verbindt hieraan verder geen consequenties. </para>
    <para />
    <para>4. Vast staat dat eiser reeds op 1 augustus 2025 beroep heeft ingesteld tegen de oplegging van de maatregel van 16 juli 2025 en dat dit beroep bij uitspraak van 12 augustus 2025 ongegrond is verklaard. Daarmee bestaat voor partijen geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat is ontstaan naar aanleiding van de door verweerder ingediende kennisgeving. Daarbij is niet in geschil dat voor het verzenden van de kennisgeving geen aanleiding bestond. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten, nu deze procedure het gevolg is van het door verweerder verzonden kennisgeving. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is, omdat het beroep enkel ziet op de ontvankelijkheid van het door verweerder bij kennisgeving ingestelde beroep.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 15 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cbdb7a4a-f17c-4037-a980-22bb5a3a910e" label="1">
    <para>Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b6cdbe1b-9555-4a83-83d2-ec3ee9001b39" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:15033.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9b4f4e1-42a4-4643-b27c-1234b199c170" label="3">
    <para> Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>