<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:14950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-12T08:41:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25.34882</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-12T08:40:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:14950 Rechtbank Den Haag , 12-08-2025 / 25.34882</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>volgberoep bewaring, zicht op uitzetting, voortvarendheid, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.34882</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam], eiser,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum],</para>
      <para>van Marokkaanse nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. N. Birrou),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.A.L.A, van Ittersum).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De minister heeft op 9 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_ab147fd4-4280-43dd-b3af-b5f16429269f" /> opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft beroepsgronden naar voren gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn via telehoren op zitting verschenen. De minister heeft zich op de rechtbank in Groningen laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank </title>
    <para />
    <para>2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst in de uitspraak van 27 juni 2025.<footnote-ref linkend="_e57ae023-230b-4864-a053-eb9827084120" /> Daarom staat nu alleen ter beoordeling of het voortduren van de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in de voorgaande zaak op 20 juni 2025 rechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat eisers beroepsgronden niet slagen en overweegt daartoe het volgende.</para>
    <para />
    <para>5. Eisers betoog dat de minister niet aan de inspanningsverplichting heeft voldaan en dat er geen zicht op uitzetting is, faalt. De rechtbank verwijst hiervoor naar de onder 3 genoemde uitspraak waarin al is geoordeeld dat de minister de inspanningsverplichting niet heeft geschonden, dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije en Marokko niet ontbreekt<footnote-ref linkend="_6df0694f-129a-4ad3-9e06-b51a4d232cde" /> en dat ook voor eiser concreet zicht op uitzetting aanwezig is. Eiser komt niet met een onderbouwd betoog waarom dat ten aanzien van het zicht op uitzetting nu anders zou zijn.</para>
    <para />
    <para>6. Eiser voert verder aan dat de minister niet voortvarend heeft gewerkt aan terugkeer naar Marokko, Algerije of Frankrijk. Ten aanzien van de aanvragen bij Marokko en Algerije blijkt uit het dossier niet dat de minister heeft gerappelleerd. Ook stelt eiser dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar zijn gestelde Franse nationaliteit. De stelling van de minister dat de Franse autoriteiten de nationaliteit van eiser niet hebben kunnen bevestigen, blijkt volgens hem nergens uit. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Ook deze beroepsgrond faalt. Uit de voortgangsrapportage blijkt overduidelijk dat de minister heeft gerappelleerd bij zowel de Marokkaanse als de Algerijnse autoriteiten, namelijk op 4 juli en op 24 juli 2025. Ook zijn er twee vertrekgesprekken gevoerd met eiser op 8 en 24 juli 2025. Eisers betoog dat er ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar zijn gestelde Franse nationaliteit is in de onder rechtsoverweging 3 genoemde uitspraak al aan de orde geweest en heeft daarin niet tot een geslaagde beroepsgrond geleid. De rechtbank ziet geen nieuwe feiten en omstandigheden om tot een ander oordeel te moeten komen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>7.	 De rechtbank is verder van oordeel dat eisers verwijzing naar de conclusie van de AG van 1 augustus 2025<footnote-ref linkend="_331a870b-d963-499d-a507-5fed81f48b16" /> waaruit volgt dat de bewaringsrechter gehouden is ambtshalve te toetsen of het terugkeerbesluit nog uitvoerbaar is, en of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen verwijdering, hem niet kan baten. Voor de rechtbank is niet gebleken van feiten en omstandigheden, die in dit verband van belang zouden kunnen zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de bewaring in de periode van 20 juni 2025 tot en met 8 augustus 2025 rechtmatig voortduurt. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:</para>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ab147fd4-4280-43dd-b3af-b5f16429269f" label="1">
    <para>Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e57ae023-230b-4864-a053-eb9827084120" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:11465. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6df0694f-129a-4ad3-9e06-b51a4d232cde" label="3">
    <para> Zie voor Algerije ECLI:NL:RVS:2024:5027, en voor Marokko ECLI:NL:RVS:2025:219.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_331a870b-d963-499d-a507-5fed81f48b16" label="4">
    <para> ECLI:EU:C:2025:625.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>