<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:14779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-08T11:08:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.33457</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14779">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-08T10:09:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:14779 Rechtbank Den Haag , 06-08-2025 / NL25.33457</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14779:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublinprocedure, Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel. AIDA rapport 2019, artikel 17 Dublinverordening, geen motiveringsgebrek, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14779:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.33457</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. K. Yousef),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_495c2619-35bf-40fb-9cf8-65953ad6cc11" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en de Syrische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 31 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland ingediend. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen.<footnote-ref linkend="_9ee43808-2633-458a-9e67-4ad9d5ec6013" /> Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiser door de buitenlandse vertegenwoordiging van Kroatië in het bezit is gesteld van een visum, dat geldig was van 14 februari 2025 tot 14 maart 2025. Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_6ea6d82b-d0be-4444-9dee-dcde66c02e4b" /> is Kroatië daarmee verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Nederland heeft op grond van dit artikel op 13 mei 2025 een verzoek om overname gedaan. Op 9 juli 2025 heeft Kroatië het verzoek aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Kroatië vaststaat. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat ten aanzien van Kroatië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Er zijn concrete aanknopingspunten dat Kroatië zijn internationale verdragsverplichtingen niet nakomt. De kwaliteit van de asielprocedure in Kroatië is in strijd met artikel 3 en artikel 13 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_ce79c4cf-0945-4962-b954-bdb964c71f95" /> Kroatië maakt zich schuldig aan mishandeling van asielzoekers en pushbacks. Ook zijn er problemen met de opvang en met de rechtsbijstand. Eiser verwijst in dit verband onder andere naar de update van het AIDA-rapport uit 2019. Daarnaast zou verweerder ten onrechte geen toepassing hebben gegeven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Tot slot is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Niet in geschil is dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. </para>
    <para />
    <para>5. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat ten aanzien van Kroatië kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat uitgangspunt heeft de Afdeling<footnote-ref linkend="_fce19e6c-5d51-4bb5-870f-222ec6791236" /> recentelijk meermaals bevestigd.<footnote-ref linkend="_bc9408bd-ecfc-42e2-9808-f7ed9817efd0" /> Het is aan eiser om aan de hand van objectieve informatie aannemelijk te maken dat ten aanzien van Kroatië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser is daar niet in geslaagd.</para>
    <para />
    <para>6. Eiser heeft in dit verband niet aannemelijk gemaakt dat hij als Dublinclaimant slachtoffer zal worden van pushbacks bij overdracht naar Kroatië, of dat hij na overdracht in zodanig slechte omstandigheden terecht zal komen dat de bijzonder hoge drempel als bedoeld in het Jawo-arrest<footnote-ref linkend="_d0ef221c-3d78-4f35-94d3-b2a21e099515" /> wordt bereikt. De Afdeling heeft overwogen dat het al dan niet plaatsvinden van pushbacks aan de buitengrenzen en soms ook verder naar het binnenland onvoldoende is voor het oordeel dat ook Dublinclaimanten een reëel risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks. Het door eiser overgelegde AIDA-rapport dateert van voor de uitspraken van de Afdeling. De Afdeling heeft in haar uitspraken een recentere versie (update 2023) van het AIDA-rapport voor Kroatië bij haar beoordeling betrokken. De overige informatie die eiser naar voren heeft gebracht, geeft ook geen aanleiding om over het risico op pushbacks voor Dublinclaimanten in Kroatië anders te oordelen dan de Afdeling in haar uitspraken heeft gedaan.  Uit de door eiser overgelegde informatie blijken geen gedocumenteerde gevallen van Dublinclaimanten die slachtoffer zijn geworden van een pushback. </para>
    <para />
    <para>7. Eiser heeft evenmin informatie overgelegd waaruit blijkt dat in Kroatië sprake is van fundamentele systeemfouten in de opvangvoorzieningen of in de rechtsbijstand voor asielzoekers. Niet kan worden gesproken van structurele tekortkomingen in de Kroatische asielprocedure. De Kroatische autoriteiten hebben met het claimakkoord van 9 juli 2025 de terugname van eiser geaccepteerd. Dat betekent dat zijn asielaanvraag in behandeling zal worden genomen met inachtneming van de Europese richtlijnen en internationale verplichtingen. Indien eiser vindt dat Kroatië zijn verplichtingen niet nakomt, ligt het op zijn weg om daarover in Kroatië te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken.</para>
    <para />
    <para>8. Tot slot wordt eiser niet in zijn standpunt gevolgd dat verweerder het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Eiser kan in de Dublinprocedure geen geslaagd beroep doen op het verbod van (indirect) refoulement wanneer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023<footnote-ref linkend="_9db094d3-1287-444f-8d0b-fda5ad6ea6e4" /> en de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024.<footnote-ref linkend="_6e678afc-6b65-4ec9-982e-1e52421ce147" /> Verweerder had dit dan ook niet hoeven te onderzoeken. Verweerder is verder voldoende gemotiveerd ingegaan op de door eiser geuite bezwaren tegen de voorgenomen overdracht aan Kroatië. Dat daarbij mede gebruik is gemaakt van ‘algemene standpunten’ en een Afdelingsuitspraak uit 2024, maakt nog niet dat die overwegingen niet van toepassing zijn op eiser. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 6 augustus 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_495c2619-35bf-40fb-9cf8-65953ad6cc11" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ee43808-2633-458a-9e67-4ad9d5ec6013" label="2">
    <para> Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ea6d82b-d0be-4444-9dee-dcde66c02e4b" label="3">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce79c4cf-0945-4962-b954-bdb964c71f95" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fce19e6c-5d51-4bb5-870f-222ec6791236" label="5">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc9408bd-ecfc-42e2-9808-f7ed9817efd0" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4037, de uitspraak van 11 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4576 en de uitspraak van 24 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1869.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0ef221c-3d78-4f35-94d3-b2a21e099515" label="7">
    <para> Het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, met zaaknummer ECLI:EU:C:2019:218.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9db094d3-1287-444f-8d0b-fda5ad6ea6e4" label="8">
    <para> ECLI:EU:C:2023:934.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e678afc-6b65-4ec9-982e-1e52421ce147" label="9">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:2359.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>