<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:14715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-07T14:56:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.22925</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14715">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-07T14:56:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:14715 Rechtbank Den Haag , 07-08-2025 / NL25.22925</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14715:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep niet tijdig, asiel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14715:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.22925</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam], eiser,</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Op 15 januari 2023 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Met het besluit van <?linebreak?>7 maart 2024 heeft de minister de aanvraag van eiser ingewilligd. Eiser heeft tegen dit besluit beroep (NL24.14336) ingesteld. Met de uitspraak van 26 februari 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het betrekking heeft op de vaststelling van de geboortedatum van eiser, en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen over de geboortedatum van eiser met inachtneming van de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met de brief van 1 mei 2025 heeft eiser de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van het hiervoor bedoelde besluit. Op 20 mei 2025 heeft eiser beroep ingesteld. In deze uitspraak beslist de rechtbank op dit beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_e0ad482c-7955-44c0-bf98-63728d4e4645" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In de voorgaande procedure heeft deze rechtbank en zittingsplaats geen termijn gegeven waarbinnen de minister over de geboortedatum van eiser moet beslissen. Omdat de wet evenmin een termijn biedt, betekent dit dat de minister binnen een redelijke termijn een besluit bekend moet maken. Volgens de wet is een redelijke termijn in ieder geval acht weken na ontvangst van de aanvraag, tenzij de minister een verweerschrift heeft ingediend waaruit een andere termijn blijkt die redelijk is.<footnote-ref linkend="_3a9258a1-dcab-49d5-9b71-782f0bf9e36c" /> De minister heeft in dit geval geen verweerschrift ingediend. Dit betekent dat de minister binnen acht weken na de dag van bekendmaken van de uitspraak uit de voorgaande procedure een besluit bekend had moeten maken. De rechtbank stelt vast dat deze termijn ongebruikt is verstreken. Eiser heeft de minister vervolgens gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.<footnote-ref linkend="_97d02359-120f-4a87-b19b-704459d56c78" /> Dat heeft de minister niet gedaan en eiser heeft vervolgens beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_651da581-5e27-4d64-b83a-7eeaf3005e34" /> De minister heeft tot op heden nog altijd geen besluit bekend gemaakt.</para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op? </bridgehead>
    <para />
    <para>4. De minister moet alsnog een besluit nemen over de geboortedatum van eiser.<footnote-ref linkend="_d3693869-e3d8-4850-b960-db00ac2e87c4" /> In principe moet de minister dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.  In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank een andere termijn geven.<footnote-ref linkend="_611b0c5a-a72b-4d77-85bb-0b53a1bdc34c" /> De minister heeft geen verweerschrift ingediend en heeft dan ook geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen twee weken over de geboortedatum van eiser moet beslissen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke dwangsom legt de rechtbank op?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>5.  De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.<footnote-ref linkend="_b3f54704-c75d-4da8-8382-3c1dd6e8380e" /></para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.<footnote-ref linkend="_fc68378b-dada-4926-b732-82b948062e42" /><?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister twee weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is zij aan eiser een dwangsom verschuldigd.  </para>
    <para />
    <para>8. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_06ed8809-d192-45d6-aa5d-834e58be13db" /></para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op om binnen twee weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e0ad482c-7955-44c0-bf98-63728d4e4645" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a9258a1-dcab-49d5-9b71-782f0bf9e36c" label="2">
    <para> Artikel 4:13 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_97d02359-120f-4a87-b19b-704459d56c78" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_651da581-5e27-4d64-b83a-7eeaf3005e34" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d3693869-e3d8-4850-b960-db00ac2e87c4" label="5">
    <para> Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_611b0c5a-a72b-4d77-85bb-0b53a1bdc34c" label="6">
    <para> Artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3f54704-c75d-4da8-8382-3c1dd6e8380e" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc68378b-dada-4926-b732-82b948062e42" label="8">
    <para> Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_06ed8809-d192-45d6-aa5d-834e58be13db" label="9">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>