<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:14569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T10:26:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/680396 / FA RK 25-1184</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T10:25:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:14569 Rechtbank Den Haag , 01-08-2025 / C/09/680396 / FA RK 25-1184</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eenhoofdig gezag en vervangende toestemming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-1184</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/680396</para>
    <para>Datum beschikking: 1 augustus 2025</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gezag</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 13 februari 2025 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de moeder] ,</title>
    <parablock>
      <para>de moeder, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,			</para>
      <para>advocaat: mr. B.H. van der Zwan te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vader] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vader, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 24 februari 2025 van de zijde van de moeder;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 17 maart 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 27 maart 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 8 mei 2025 van de zijde van de moeder.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2018 te </para>
      <para>
        [geboorteplaats] ,</para>
      <para>- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2019 te</para>
      <para>
        [geboorteplaats] .</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . De moeder is eenhoofdig belast met het gezag over [minderjarige 2] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>De moeder verzoekt:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair:</emphasis> te bepalen dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en dat het eenhoofdig gezag over de minderjarige [minderjarige 1] aan de moeder toekomt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair:</emphasis> te bepalen dat er vervangende toestemming wordt verleend – welke toestemming die van de vader vervangt – voor het voortzetten van de behandeling van [minderjarige 1] bij [instelling] die ziet op het verwerken van eerdere gebeurtenissen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair:</emphasis> te bepalen dat er vervangende toestemming wordt verleend – welke toestemming die van de vader vervangt – voor het voortzetten van een behandeling bij een emotieregulatiecoach op de school van [minderjarige 1] ;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft geen verweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eenhoofdig gezag</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek om eenhoofdig gezag aangevoerd dat het contact tussen de vader en de moeder rond november 2024 is verbroken. Sindsdien heeft de vader geen interesse meer getoond in de kinderen en ook aan de zorgregeling wordt geen uitoefening meer gegeven. Zonder betrokkenheid in het leven van [minderjarige 1] is de vader volgens de moeder niet in staat beslissingen te nemen die in het belang zijn van [minderjarige 1] . Verder ervaart de moeder problemen met het verkrijgen van toestemming voor gezagsbeslissingen, zoals bijvoorbeeld voor behandeling van de persoonlijke problematiek van [minderjarige 1] bij [instelling] en de emotieregulatiecoach. Daarnaast heeft de moeder het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2] , bij beslissingen over hem zijn er geen problemen. De vader heeft nooit gevraagd om ook gezag over [minderjarige 2] te krijgen. De moeder vindt het in het belang van de kinderen dat het gezag over hen gelijk geregeld is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zou komen, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat gezagsbeslissingen niet genomen kunnen worden, vanwege het ontbreken van toestemming van de vader. Daarnaast heeft de vader in deze procedure geen verweer gevoerd en is ook niet op de zitting verschenen. Daaruit leidt de rechtbank af dat de vader niet is betrokken in het leven van de kinderen.  De rechtbank neemt in de overweging ook mee dat met de toewijzing van het eenhoofdig gezag de situatie tussen de twee broertjes gelijk wordt gemaakt. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2] en kan zonder problemen alle nodige beslissingen voor hem nemen. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] dat ook voor hem alle beslissingen (tijdig) genomen kunnen worden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk is dat het gezag wordt gewijzigd, zodat de moeder gezagsbeslissingen over hem voortaan zelfstandig kan nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vervangende toestemming</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder heeft subsidiair verzocht om vervangende toestemming voor behandeling van [minderjarige 1] bij [instelling] voor de verwerking van eerdere gebeurtenissen, en vervangende toestemming voor de behandeling bij een emotieregulatiecoach op school. Beide vormen van behandeling zijn hard nodig en worden door hulpverlening en de school van [minderjarige 1] geadviseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat het verzoek van de moeder ten aanzien van het eenhoofdig gezag is toegewezen, waardoor de rechtbank normaliter niet meer aan de behandeling van het subsidiaire verzoek zou toekomen. Toch zal de rechtbank de vervangende toestemming voor de behandeling van [minderjarige 1] bij [instelling] en de emotieregulatiecoach verlenen. Reden hiervoor is, dat het eenhoofdig gezag pas geldt op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl de vervangende toestemming voor de hulpverlening op dit moment nodig is. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat de hulpverlening in de startblokken staat om te beginnen met de behandeling, en dat alleen de toestemming van de vader of de vervangende toestemming van de rechtbank nog aan het starten in de weg staat. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] dat de hulpverlening zo snel mogelijk wordt gestart en zal daarom voor de zekerheid de vervangende toestemming in de beslissing opnemen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing<?linebreak?>De rechtbank:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent aan de moeder toestemming – welke toestemming die van de vader vervangt – voor de behandeling van [minderjarige 1] bij [instelling] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent aan de moeder toestemming – welke toestemming die van de vader vervangt – voor behandeling van [minderjarige 1] bij de emotieregulatiecoach op de school van [minderjarige 1] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 augustus 2025.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>