<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:14425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T16:42:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.34099</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14425">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T16:41:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:14425 Rechtbank Den Haag , 04-08-2025 / NL25.34099</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14425:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgberoep bewaring, Algerije, zicht op uitzetting, verzwaarde belangenafweging, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:14425:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: NL25.34099</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.M. Polman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 februari 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_5315d731-c8a3-49fb-a7b4-e9b60a0773ef" /> opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 25 juli 2025 een kennisgeving ontvangen over het voortduren van de maatregel. Daarmee wordt eiser geacht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep te hebben ingesteld en daarbij te hebben verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 31 juli 2025 gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2004 en de Libische nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 maart 2025.<footnote-ref linkend="_b802f19a-2bef-4cea-8035-7b9a7f8ee04a" /> Vervolgens is een vervolgberoep ingediend. Uit de laatste uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 19 mei 2025<footnote-ref linkend="_96a7a41d-ddc2-4aae-8cfc-7c18897ce573" /> volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 19 mei 2025, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 19 mei 2025.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat het niet duidelijk is op grond waarvan verweerder hem wil uitzetten naar Algerije. Verweerder heeft op 3 april 2025 een lp<footnote-ref linkend="_d0b2c768-577b-40d4-ae8f-d07a66bbcece" />-aanvraag ingediend bij de Algerijnse autoriteiten en sindsdien, vanaf 10 april 2025, zesmaal gerappelleerd, voor het laatst op 4 juli 2025. Dit heeft tot op heden geen resultaat opgeleverd. Verder heeft verweerder niet inzichtelijk onderbouwd dat uitzetting zonder documenten daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Daarnaast zit eiser langer dan zes maanden in bewaring, wat maakt dat meer gewicht dient te worden toegekend aan de belangen van eiser dan aan de belangen van verweerder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Uitzetting naar Algerije</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het niet duidelijk is op grond waarvan verweerder eiser wil uitzetten naar Algerije. Eiser staat immers geregistreerd onder verschillende aliassen, waarvan enkele zijn te relateren aan Algerije op basis van de daarin vermelde geboorteplaats dan wel nationaliteit.<footnote-ref linkend="_99cab5fc-0a7c-49c8-9ae3-7ad2d8af73ca" /> Daarnaast blijkt uit het voortgangsrapport dat de Libische consul heeft vastgesteld dat eiser niet de Libische nationaliteit bezit.<footnote-ref linkend="_425f5521-a2ca-4f2a-af19-46fa978d7d8e" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zicht op uitzetting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. In zijn algemeenheid kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting naar Algerije, ook voor Algerijnse vreemdelingen die niet over geldige grensoverschrijdingsdocumenten of kopieën van zulke documenten beschikken<footnote-ref linkend="_e36b8791-4e07-4142-9a47-4850d9ee3138" />. De omstandigheid dat er nog geen reactie van de Algerijnse autoriteiten op de lp-aanvraag is gekomen, ondanks het versturen van rappels, is onvoldoende om aan te nemen dat er in eisers geval geen zicht op uitzetting bestaat. De Algerijnse autoriteiten hebben daarnaast niet te kennen gegeven dat zij voor eiser geen lp zullen afgeven. De lp-aanvraag is nog in onderzoek en verweerder heeft in de verzwaarde belangenafweging overwogen dat regelmatig laissez-passers worden afgegeven door de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank wijst er verder op dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting. Uit het dossier blijkt echter dat eiser niets onderneemt om zijn terugkeer te realiseren. Gelet op al deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zicht op uitzetting naar Algerije.</para>
    <para />
    <para>7. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid van uitzetting zonder documenten merkt de rechtbank op dat reeds een lp-aanvraag is ingediend, welke juist strekt tot het verkrijgen van een eenmalig reisdocument teneinde uitzetting te realiseren.</para>
    <bridgehead role="underline">Verzwaarde belangenafweging</bridgehead>
    <para />
    <para>8. De rechtbank stelt vast dat uit het voortgangsrapport blijkt dat op 20 juni 2025 een verzwaarde belangenafweging heeft plaatsgevonden.<footnote-ref linkend="_d2ed972a-2983-4cc6-bcca-f6ab5bbcbfbc" /> Verweerder heeft daarbij onder meer betrokken dat eiser het onderzoek naar de vaststelling van zijn identiteit of nationaliteit frustreert en niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Alle gronden voor bewaring zijn nog steeds van toepassing en er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die maken dat voortzetting van de maatregel onredelijk bezwarend is voor eiser. Op grond hiervan heeft verweerder het belang bij voortduring van de maatregel van bewaring zwaarder kunnen laten wegen dan dat van eiser bij opheffing daarvan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ambtshalve toets</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 4 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5315d731-c8a3-49fb-a7b4-e9b60a0773ef" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b802f19a-2bef-4cea-8035-7b9a7f8ee04a" label="2">
    <para> Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:3419.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96a7a41d-ddc2-4aae-8cfc-7c18897ce573" label="3">
    <para> Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:8722.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0b2c768-577b-40d4-ae8f-d07a66bbcece" label="4">
    <para> Laissez-passer.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99cab5fc-0a7c-49c8-9ae3-7ad2d8af73ca" label="5">
    <para> Voortgangsrapport, p. 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_425f5521-a2ca-4f2a-af19-46fa978d7d8e" label="6">
    <para> Voortgangsrapport, p. 5; Vertrekgesprek van 23 juni 2025, p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e36b8791-4e07-4142-9a47-4850d9ee3138" label="7">
    <para> Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:722.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_d2ed972a-2983-4cc6-bcca-f6ab5bbcbfbc" label="8">
    <para> Voortgangsrapport, p. 5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>