<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13855</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T12:31:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/687075 / KG ZA 25-593</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2025/115 met annotatie van mr. J. Moerings</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13855">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13855</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-12T14:55:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13855 Rechtbank Den Haag , 15-07-2025 / C/09/687075 / KG ZA 25-593</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13855:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis kort geding. Vakantie pleegouders. Vordering nakoming begeleide contactregeling ouders afgewezen. Inhaalmomenten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13855:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/687075 / KG ZA 25-593</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 15 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. M. Erkens te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering</emphasis>,</para>
      <para>de gecertificeerde instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘de moeder’ en ‘LJ&amp;R’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	de dagvaarding met producties;</para>
        <para>-	de op 10 juli 2025 gehouden mondelinge behandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is gecombineerd met het door LJ&amp;R op grond van artikel 1:262b BW 	ingediende verzoek (C/09/687769 JE RK 25-1168) ter zitting behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de zitting zijn verschenen: </para>
        <para>-	de moeder bijgestaan door haar advocaat;</para>
        <para>-	[naam 1] , de begeleider van de moeder,</para>
        <para>-	[naam 2] en  [naam 3] namens LJ&amp;R;</para>
        <para>-	[de vader] , de vader;</para>
        <para>-	[pleegvader] en [pleegmoeder] , de pleegouders.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, wordt in deze procedure van het volgende uitgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is gehuwd met [de vader] (de vader). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Zij zijn de ouders van: </para>
        <para>	- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] ;</para>
        <para>	- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] .</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de pleegouders.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staan sinds 29 april 2022 onder toezicht. De rechtbank heeft bij 	beschikking van 29 augustus 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] 	verlengd tot 25 juli 2025. Bij beschikking van 18 februari 2025 is de machtiging tot 	uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 25 juli 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 25 november 2024 is de volgende 	voorlopige begeleide contactregeling vastgesteld: eenmaal per week vijf uur bij de 	ouders thuis, waarbij de regeling van ommekomst van een aantal maanden dient te 	worden uitgebreid naar acht uur per week, indien de huidige reactie van de kinderen 	niet wijzigt, dat wil zeggen gelijk blijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben op dit moment elke week acht uur (van 10.00 uur tot 18.00 	uur) begeleide omgang met hun ouders bij de ouders thuis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder vordert, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: </para>
        <para>a. LJ&amp;R primair te veroordelen tot naleving van de omgangsregeling uit de beschikking van 25 november 2024, ook tijdens de zomervakantie, zo nodig op straffe van een dwangsom;</para>
        <para>b. LJ&amp;R subsidiair te veroordelen tot naleving van de omgangsregeling uit de beschikking van 25 november 2024, en indien de pleegouders met zomervakantie gaan de gemiste omgang met ouders nog tijdens de zomervakantie 1 op 1 te compenseren, zo nodig op straffe van een dwangsom;</para>
        <para>c. voorts te bepalen in aanvulling op de omgangsregeling dat de kinderen gedurende de zomervakantie een dag extra bij de ouders zijn (dus twee dagen per week), de eerste drie keer zonder overnachting en de laatste drie keer met overnachting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>LJ&amp;R voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>LJ&amp;R heeft de pleegouders toestemming gegeven voor een vakantie met [minderjarige 1] en 	[minderjarige 2] van 24 juli tot en met 19 augustus 2025. Dit betekent dat de begeleide omgang 	tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun ouders in de weken 31, 32 en 33 niet door kan gaan. De 	ouders hebben voorgesteld of de gemiste omgangsmomenten kunnen worden 	ingehaald en of tweemaal per week videobellen met de kinderen tijdens de vakantie 	mogelijk is. LJ&amp;R heeft het besluit genomen om geen videobelmomenten met de 	ouders te organiseren tijdens deze vakantie en LJ&amp;R ziet ook geen ruimte om – ter 	compensatie – meer omgangsmomenten in de overige vakantieweken te organiseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De moeder wil dat de vastgestelde omgangsregeling ook in de vakantie wordt 	nageleefd. Als de pleegouders wel met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op vakantie gaan, dan wil zij 	graag tijdens de zomervakantie compensatie voor de gemiste omgangsmomenten. 	Volgens de moeder moet voorkomen worden dat er een lange contactbreuk ontstaat 	tussen de ouders en de kinderen, vooral gelet op de komende gezinsopname. 	LJ&amp;R moet ervoor zorgen dat de omgangsregeling tussen de ouders en de kinderen 	wordt nageleefd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>LJ&amp;R vindt het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij met de pleegouders op 	vakantie gaan. LJ&amp;R geeft aan dat zij geen videobelmomenten zal organiseren 	tijdens de vakantie, omdat zij het belangrijk vindt om tegemoet te komen aan de 	behoefte van de pleegouders om drie weken tot rust te komen. Het plannen van extra 	omgang in de zomervakantie als inhaalmomenten levert volgens LJ&amp;R een te groot 	risico op voor de continuïteit van de plaatsing en de stabiliteit die het pleeggezin biedt 	aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Pleegouders en pleegzorg zien dat de wekelijkse omgang veel van 	de kinderen vraagt en de kinderen een paar dagen moeten bijkomen van de omgang. 	Het risico op toenemende spanningen rond de omgang door inhaalmomenten af te 	dwingen is te groot en niet goed voor de kinderen. Het is daarom niet in het belang 	van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als zij de andere vakantieweken buiten de vakantie om nog meer 	uren omgang in één week dan de vastgestelde acht uur per week met de ouders 	hebben. Het is belangrijk dat de structuur die er normaliter is rond de omgang, zoveel 	mogelijk dezelfde blijft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de moeder een spoedeisend belang heeft 	bij haar vordering. De zomervakantie begint op 19 juli 2025 en de pleegouders willen 	vanaf 24 juli 2025 met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op vakantie. 	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het geschil kan – zoals LJ&amp;R stelt – ook op grond van artikel 1:262b BW aan de 	rechtbank worden voorgelegd. De moeder heeft echter gekozen voor het aanhangig 	maken van een kort geding procedure. Gelet op de korte termijn voordat de 	vakantie begint, vindt de voorzieningenrechter het gerechtvaardigd dat de moeder 	deze keuze heeft gemaakt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Het contact in de zomervakantie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter vindt het belangrijk dat de vakantie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met 	hun pleegouders door kan gaan. De kinderen, de ouders en de pleegouders hebben al 	veel meegemaakt. Op 22 juli 2025 staat de zitting gepland die gaat over de verlenging 	van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing. Verder zijn de ouders 	in afwachting van het starten van een gezinsopname (met de kinderen). Dit zorgt bij 	iedereen voor onzekerheid en spanning. De voorzieningenrechter is van oordeel dat 	het in het belang van de kinderen is om gedurende de geplande vakantie onafgebroken 	bij de pleegouders te zijn en dat de rust die een vakantie kan geven, wordt 	gerespecteerd. Daarom zal LJ&amp;R niet worden veroordeeld tot naleving van de 	omgangsregeling tijdens de zomervakantie van de pleegouders. Hierbij wordt 	opgemerkt dat – hoewel dit niet wordt gevorderd – de voorzieningenrechter ook geen 	videobelmomenten zal vastleggen voor die periode. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat de primaire vordering van de moeder (onder ‘a’) wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemiste omgang tijdens de vakantie 	wel moet worden gecompenseerd. Het contact tussen de ouders en de kinderen is in 	stapjes opgebouwd. Sinds 21 mei 2025 is dit elke week 8 uur. De 	voorzieningenrechter vindt het niet in het belang van de opbouw van het contact en 	de relatie van de kinderen met hun ouders, als deze momenten nu drie weken niet 	doorgaan zonder een vorm van compensatie. De voorzieningenrechter acht 	inhaalmomenten in de andere vakantieweken van de zomervakantie niet te belastend 	voor de kinderen. De situatie op zichzelf is belastend voor de kinderen. Zij wonen al 	drie jaar bij de pleegouders, hebben wekelijks contact met hun ouders, maar het 	toekomstperspectief is nog niet duidelijk. Dat de kinderen daar last van hebben is 	begrijpelijk. De 	voorzieningenrechter vindt het echter een te vergaande conclusie om 	te stellen dat de spanning (alleen) komt door het contact met de ouders en daardoor 	inhaalmomenten niet goed zouden zijn voor de kinderen. Op dit punt gaat de 	voorzieningenrechter dus voorbij aan het standpunt van LJ&amp;R.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het feit dat de pleegouders ruim drie weken op vakantie gaan (24 juli tot en met 19 augustus 2025) en de zomervakantie in totaal zes weken duurt (19 juli tot 	en met 31 augustus 2025), vindt de voorzieningenrechter twee inhaalmomenten van acht uur redelijk. De voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat het eerste inhaalmoment wordt ingepland vóór de vakantie van de pleegouders en het tweede inhaalmoment ná de vakantie van de pleegouders. Het is 	echter aan LJ&amp;R om – rekening houdend met de agenda’s van de ouders, de pleegouders en de beschikbaarheid van het [instelling] – te kijken welke planning het meest in het belang van de kinderen is.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter bepalen dat er in de zomervakantie 2025 twee inhaalmomenten van acht uur moeten plaatsvinden. Het kiezen van de data voor de inhaalmomenten zal onder regie van LJ&amp;R zijn, omdat de inhaalmomenten moeten worden begeleid door het [instelling] en dus in samenspraak met het [instelling] moet worden gepland. De vordering van de moeder wordt voor het overige afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Geen dwangsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een dwangsom aan deze beslissing 	te verbinden. Zij gaat er vanuit dat de LJ&amp;R uitvoering zal geven aan deze beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Geen uitbreiding omgangsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering om de huidige 	omgangsregeling uit te breiden zich niet leent voor behandeling in kort geding. Gelet 	op de voorgeschiedenis is sprake van een te complexe situatie om in een kort 	gedingprocedure een beslissing te nemen over uitbreiding van het contact tussen de 	kinderen en hun ouders. De vordering van de moeder onder ‘c’ wordt daarom 	afgewezen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat er in de zomervakantie 2025 twee inhaalmomenten van acht uur moeten plaatsvinden, waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] begeleid contact hebben met hun ouders; de data van deze inhaalmomenten worden vastgesteld onder regie van LJ&amp;R in samenspraak met het [instelling] ; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong-Kwestro en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>15 juli 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>MV</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>