<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T13:24:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.24384 en NL25.24385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13590">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T13:24:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13590 Rechtbank Den Haag , 24-07-2025 / NL25.24384 en NL25.24385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13590:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bnt asiel, gegrond beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13590:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.24384 en NL25.24385</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] , </title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] , </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gezamenlijk: eisers, </para>
      <para>(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In een eerdere procedure (NL25.115 en NL25.119) heeft deze rechtbank en zittingsplaats de beroepen van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest  binnen zes weken alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, hij een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Deze uitspraak gaat over het derde beroep dat eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 9 november 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_30e66b6d-856c-4ad2-86ca-f3a955c55ec9" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zijn de beroepen ontvankelijk en gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moeten eisers de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat hij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen.<footnote-ref linkend="_b160c5ab-2f93-4761-8c99-054407131bd4" /> Bij een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig.<footnote-ref linkend="_ca410120-ba46-411d-9098-3ae8895c1a4c" /></para>
    <para />
    <para>3. In de uitspraak van 21 januari 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister binnen zes weken een besluit op de aanvragen moest nemen. De minister heeft dit niet gedaan. </para>
    <para />
    <para>4. De beroepen zijn ontvankelijk en kennelijk gegrond. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen.<footnote-ref linkend="_3f4f2b08-33c1-452e-8477-4eb13ac5b01b" /> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.<footnote-ref linkend="_dc9e7c15-7d19-47d6-87b0-4d8745b4f511" /></para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden<footnote-ref linkend="_9f18e771-8997-4fb3-9f9f-eb5dce7bde54" /> is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Als uitgangspunt geldt dat de minister binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. In dit geval is sprake van een herhaald beroep omdat niet op tijd is beslist. Gelet op het tijdsverloop acht de rechtbank het niet onmogelijk voor de minister om binnen vier weken een besluit te nemen. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van vier weken een besluit moet nemen, die begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke dwangsom legt de rechtbank op? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.<footnote-ref linkend="_1045a3af-cb60-465a-ab4b-c0abbb180076" /></para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank bepaalt in beide zaken tezamen dat de minister een dwangsom van <?linebreak?>€ 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de door de rechtbank opgelegde beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.<footnote-ref linkend="_9026b092-3125-43fb-b217-5eaf1d1f9f2a" /> De rechtbank overweegt dat deze dwangsom redelijk is. De dwangsom is bedoeld als prikkel om het bestuursorgaan te bewegen een besluit te nemen. In de meeste gevallen is een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- daarvoor voldoende. Als het bestuursorgaan een weigerachtige houding heeft, kan de rechtbank het bedrag van de dwangsom verhogen. In dit geval doet de rechtbank dat niet. Er is geen sprake van een weigerachtige houding bij de minister, maar van – algemeen bekende – capaciteitsproblemen. Toch is het belangrijk dat de minister spoedig een beslissing neemt op de aanvraag van eiser. Daarom overweegt de rechtbank dat een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- redelijk is.<?linebreak?></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>9. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister vier weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd.  </para>
    <para />
    <para>10. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_900ea53d-b212-4601-9b74-21376a655f5f" /> De rechtbank is van oordeel dat een redelijke uitleg van artikel 4:17 van de Awb meebrengt dat de minister slechts éénmaal een veroordeling in de proceskosten verbeurt, omdat sprake is van een meervoudige aanvraag waarbij samenhang kan worden aangenomen. In het geval van eisers is er sprake van aanvragen die op dezelfde dag zijn ingediend. Daarnaast zijn eisers gezinsleden van elkaar. De rechtbank oordeelt daarom dat er sprake is van samenhang en dat in feite sprake is van één beslissing op de aanvragen die genomen moet worden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eisers gezamenlijk een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers gezamenlijk tot een bedrag van € 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_30e66b6d-856c-4ad2-86ca-f3a955c55ec9" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b160c5ab-2f93-4761-8c99-054407131bd4" label="2">
    <para> Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca410120-ba46-411d-9098-3ae8895c1a4c" label="3">
    <para> Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:673. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f4f2b08-33c1-452e-8477-4eb13ac5b01b" label="4">
    <para> Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc9e7c15-7d19-47d6-87b0-4d8745b4f511" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:1560. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f18e771-8997-4fb3-9f9f-eb5dce7bde54" label="6">
    <para> Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1045a3af-cb60-465a-ab4b-c0abbb180076" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9026b092-3125-43fb-b217-5eaf1d1f9f2a" label="8">
    <para> Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_900ea53d-b212-4601-9b74-21376a655f5f" label="9">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>