<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T10:13:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/680358 / KG ZA 25-142</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13580">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T10:13:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13580 Rechtbank Den Haag , 03-04-2025 / C/09/680358 / KG ZA 25-142</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13580:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding. Afwikkeling van het vermogen van informele samenlevers door team Handel. Afspraken over voorlopige zorgregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13580:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/680358 / KG ZA 25-142</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 3 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis> te [woonplaats] , </para>
      <para>eiser, tevens de vader, </para>
      <para>advocaat mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] te [woonplaats] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gedaagde, tevens de moeder, </para>
      <para>advocaat mr. R. Poyraz te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als de vader en de moeder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig is mr. M.F. Baaij, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de moeder, bijgestaan door haar advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Vaststaat dat partijen een affectieve relatie met elkaar hebben gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015. De vader heeft de kinderen erkend. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 2 augustus 2017. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader vordert – zakelijk weergegeven – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. <emphasis role="italic">Primair:</emphasis> het vaststellen van een zorg- en contactregeling waarbij de kinderen om de week van vrijdag tot vrijdag bij de vader zullen verblijven, naast twee weekenden per maand aansluitend aan de week van de zorgregeling, waarbij de vader de kinderen ophaalt en naar school brengt en de overdracht van de kinderen via school zal plaatsvinden;</para>
        <para>II. <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>: het vaststellen van een weekendregeling waarbij de kinderen elke vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven;</para>
        <para>III. te bepalen dat de kinderen de helft van de vakanties bij de vader zullen verblijven;</para>
        <para>IV. de moeder te veroordelen in de kosten dezes. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. De moeder heeft op 6 juli 2024 zonder overleg en samen met de kinderen de woning verlaten. Sindsdien is er alleen sprake geweest van sporadisch contact en sinds januari 2025 heeft hij ze helemaal niet meer gezien. Dit is niet in hun belang. De vader wil graag dat op korte termijn het contact hersteld wordt zodat er duidelijkheid komt voor de kinderen en dat hij zijn vaderrol kan vervullen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder vordert – zakelijk weergegeven – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. het vaststellen van een zorgregeling zoals omschreven in productie 8 bij deze conclusie van antwoord, </para>
        <para>II. de vader te veroordelen een voorschot te betalen aan de moeder voor de bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de twee minderjarige kinderen van primair € 1.009,23 en subsidiair € 594,- per maand met ingang van 1 juli 2024, bij vooruitbetaling te voldoen tot partijen wat anders afspreken of in een bodemprocedure anders wordt beslist;</para>
        <para>III. de vader te veroordelen om binnen een week na betekening van dit vonnis, zijn medewerking te verlenen aan het berekenen van kinderalimentatie door het LBIO door de relevante financiële gegevens te verschaffen aan de moeder;</para>
        <para>IV. te bepalen dat de moeder samen met de kinderen met uitsluiting van de vader gerechtigd is tot het gebruik van de gemeenschappelijke koopwoning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met bevel dat de vader de woning binnen twee dagen na betekening van dit vonnis dient te verlaten en niet verder mag betreden, onder afgifte van de sleutels, met machtiging de sterke arm van politie en justitie;</para>
        <para>V. de vader te veroordelen om gedurende een termijn van drie maanden na de uitspraak van dit vonnis mee te werken aan de overname door de moeder van het aandeel van de vader in de woning, onder voorwaarde van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, voor zover mogelijk, conform pagina 40 van deze conclusie van antwoord;</para>
        <para>VI. te bepalen dat de vader na betekening van dit vonnis niet aan de veroordeling onder punt vijf voldoet, dit vonnis in de plaats van treedt van de toestemming en/of handtekening van de vader tot levering van zijn aandeel aan de moeder ten behoeve van de notariële leveringsakte;</para>
        <para>VII. de vader te veroordelen in conventie en in reconventie in de buitengerechtelijke kosten en de kosten van het geding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. Zij stelt dat de ouders een moeizame relatie hebben gehad waarbij sprake is geweest van meerdere escalaties. Het verlaten van de woning met de kinderen was daardoor noodzakelijk. De moeder is altijd de hoofdopvoeder geweest van de kinderen. De kinderen zijn nu toe aan rust en stabiliteit waardoor het van groot belang is dat er goede afspraken worden gemaakt en worden nagekomen. Volgens de moeder heeft de vader nagenoeg geen financiële bijdrage geleverd waardoor zij een voorschot wil ontvangen op de vast te stellen kinderalimentatie. Daarnaast wil zij graag terugkeren met de kinderen naar de woning en heeft daartoe meerdere voorstellen gedaan om de vader uit te kopen, maar iedere reactie van de vader blijft uit. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.<?linebreak?></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Partijen hebben op de zitting en onder regie van de voorzieningenrechter afspraken gemaakt over een voorlopige zorgregeling. Beide kinderen zullen iedere donderdag uit school tot 20:00 uur bij de vader zijn, waarbij de kinderen uit school haalt en ze weer terugbrengt naar de moeder. De vader zal ervoor zorgen dat de kinderen naar hun sport- en andere activiteiten gaan en zal ervoor zorgen dat de kinderen gegeten hebben voordat ze bij moeder worden teruggebracht. Partijen hebben afgesproken dat deze regeling gaat lopen vanaf donderdag 10 april 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>De vordering ten aanzien van de verdeling van de vakanties zal de voorzieningenrechter afwijzen. Er is sprake van een situatie waarbij de verhoudingen tussen partijen al jarenlang ernstig verstoord en de kinderen hebben al meer dan een half jaar weinig tot geen contact hebben gehad met de vader. Daarnaast communiceren de ouders niet tot nauwelijks met elkaar. Partijen hebben ter zitting een beperkte zorgregeling afgesproken. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de zaak zo complex is dat deze vordering zich niet leent voor beoordeling in kort geding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn niet gehuwd en hebben geen geregistreerd partnerschap gesloten, wat ze voor de wet ‘informele samenwoners’ maakt. Daardoor moet er een onderscheid worden gemaakt in de scheidingsgevolgen voor de kinderen en tussen de ouders onderling. Procedures over de kinderen kennen de grondslag in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en zijn daarmee verzoekschriftprocedures en worden gevoerd bij de familierechter. De afwikkeling van het vermogen van informele samenlevers kent geen plek in Boek 1 BW en daardoor wordt teruggevallen op het algemene vermogensrecht. Op grond van artikel 78 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden de procedures over het algemene vermogensrecht ingeleid met een dagvaarding. Per gerecht kan verschillen waar de dagvaardingsprocedures tussen informele samenlevers zijn belegd: bij familierechters of handel/civiele rechters. Bij de rechtbank Den Haag worden de procedures over de vermogensrechtelijke afwikkeling en partneralimentatie voor samenlevers behandeld door de rechters bij team Handel. De voorzieningenrechter, in deze een familierechter, is daarmee niet bevoegd om te oordelen over de vorderingen ten aanzien van de medewerking van het verkoop van de woning aan woning aan de [adres] te ( [postcode] ) in [plaats] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Ten aanzien van de vorderingen over het voorschot van de kinderalimentatie en het uitsluitend gebruik van de woning is de voorzieningenrechter van oordeel, gelet op het voorlopige karakter van een voorziening in kort geding en hetgeen partijen over en weer naar voren hebben gebracht, niet aannemelijk is geworden dat deze zo spoedeisend zijn dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.  In dat verband vindt de voorzieningenrechter met name van belang dat de moeder en de kinderen al in juli 2024 de gezamenlijke woning verlaten hebben en sindsdien een stabiele woonomgeving hebben bij een geode familievriend die al sinds 2016 bij het gezin is betrokken. Dat die woonomgeving (op den duur) minder geschikt is voor de moeder en de kinderen dan de woning van de vader is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10</nr>
      <para>Omdat het in deze zaak gaat over een procedure van familierechtelijke aard, is de voorzieningenrechter van oordeel dat iedere partij de eigen proceskosten moet dragen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , bij de vader zullen zijn:</para>
        <para>- iedere donderdag uit school tot 20:00 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit school haalt en s ’avonds terugbrengt naar de moeder;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>WAARVAN PROCES-VERBAAL,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>………………………………….			…………………………………</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>mr. A.I. Knops						mr. M.F. Baaij</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>