<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-23T13:40:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.7764 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13451">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-23T13:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13451 Rechtbank Den Haag , 21-07-2025 / NL25.7764 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13451:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet, terugkeerbesluit en inreisverbod, rechtmatig verblijf in Portugal, verzet ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13451:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.7764 V</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [opposante]
        </emphasis>, opposante<footnote-ref linkend="_aa315a0d-5139-4ba8-b6b4-d44920d05188" /></para>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: R.W. Koevoets),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 juni 2025 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 12 juni 2025<footnote-ref linkend="_081100be-6026-43ed-a960-4e1e2f71e7e1" /> heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van opposante tegen het uitgevaardigde terugkeerbesluit en inreisverbod ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposante heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Opposante stelt te zijn geboren op [datum] 1986 en de Chinese nationaliteit te hebben. De minister van Asiel en Migratie heeft opposante bij het besluit van 27 januari 2025 een terugkeerbesluit opgelegd, omdat opposante niet rechtmatig in Nederland verblijft en gebleken is dat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 12 juni 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep ongegrond is.<footnote-ref linkend="_b1ed3d22-555d-445a-a991-1eabd1a6f7a0" /> Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    <para>3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat in het geval van opposante geen sprake is van een geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. Voor zover uit de stukken kan worden afgeleid dat opposante toestemming heeft van de Portugese autoriteiten om de uitkomst van haar verblijfsaanvraag in Portugal af te wachten, is volgens vaste rechtspraak sprake van een onzeker en kortdurend verblijf dat niet op één lijn kan worden gesteld met een toestemming zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. In een dergelijk geval behoort dan ook niet van het opleggen van een terugkeerbesluit te worden afgezien. </para>
    <para />
    <para>4. Wat opposante hiertegen aanvoert leidt niet tot redelijke twijfel aan het oordeel van de rechtbank. De enkele omstandigheid dat de minister van Asiel en Migratie ervan af heeft gezien om aan opposante een maatregel van bewaring op te leggen doet aan de geldigheid en de werking van het terugkeerbesluit niet af. Voor zover opposante stelt dat zij belang heeft bij vernietiging van het tegen haar uitgevaardigde terugkeerbesluit en inreisverbod opdat zij haar verblijfsaanvraag in Portugal kan afwikkelen, betekent dat niet dat in dit geval redelijkerwijs van het uitvaardigen van een terugkeerbesluit had moeten worden afgezien. Opposante heeft in het gehoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel verklaard dat zij kan terugkeren naar China. Daarnaast kan zij verzoeken om opheffing van het terugkeerbesluit en het inreisverbod zodra de Portugese autoriteiten haar aanvraag om verblijfsvergunning hebben ingewilligd.</para>
    <para />
    <para>5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 21 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_aa315a0d-5139-4ba8-b6b4-d44920d05188" label="1">
    <para> Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_081100be-6026-43ed-a960-4e1e2f71e7e1" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:10309.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1ed3d22-555d-445a-a991-1eabd1a6f7a0" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:54 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>