<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T15:05:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.29751</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T15:04:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13129 Rechtbank Den Haag , 18-07-2025 / NL25.29751</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring. Eerste beroep. Algerijnse. Voortvarend handelen. Inspanningsverplichting. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.29751</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.<footnote-ref linkend="_63dcfbe8-ccab-4694-9f29-b6c859c8e2cb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. S.A.M. Fikken, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1977 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_9dac0e09-e6e2-4b1a-b923-ca4b48a2e80a" /> en een significant risico bestaat dat eiser zal onderduiken. Als zware gronden<footnote-ref linkend="_2c885018-53b9-4769-89b2-051265404b9a" /> zijn in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>En als lichte gronden<footnote-ref linkend="_bc7cbf78-e5cf-45ba-9ec0-e739ac1c70b8" /> zijn in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>3. Eiser betwist zware grond 3d. Hiertoe voert hij aan dat deze grond niet relevant is bij een overdracht in het kader van de Dublinverordening. België heeft immers het terugnameverzoek geaccepteerd, zodat het meewerken aan de vaststelling van de identiteit en nationaliteit geen rol meer speelt.</para>
    <para />
    <para>4. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling<footnote-ref linkend="_f49057f9-b956-4848-87c5-91586705168c" /> volgt dat voor het opleggen van onder meer de zware gronden 3a en 3b alleen is vereist dat deze gronden feitelijk juist zijn en dat verweerder daarop – als dat het geval is – geen nadere toelichting hoeft te geven.<footnote-ref linkend="_ed280158-314c-48d2-bf0e-3904d8c49774" /> De rechtbank is van oordeel dat verweerder in ieder geval terecht de zware gronden 3a en 3b aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd. Eiser beschikt immers niet over een paspoort of visum. Verder heeft hij nimmer melding gemaakt van zijn onrechtmatig verblijf. Deze zware gronden zijn feitelijk juist en voldoende om aan te nemen dat sprake is van een significant risico dat eiser zal onderduiken. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voortvarend handelen en inspanningsverplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Verder voert hij aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Eiser heeft voorafgaand aan de oplegging van de maatregel van bewaring in strafdetentie gezeten. Verweerder had tijdens de strafdetentie uitzettingshandelingen moeten verrichten. Nu dat niet is gebeurd, handelt verweerder onvoldoende voortvarend. </para>
    <para />
    <para>6. Uit paragraaf A5/6.12 van de Vc<footnote-ref linkend="_63ba34fb-363b-4f77-941a-d3c877b6a989" /> volgt dat voorkomen moet worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Hieruit volgt dat verweerder zich, in beginsel, gedurende de strafrechtelijke detentie van een vreemdeling moet inspannen om een vreemdeling aansluitend aan het einde van zijn detentie uit te zetten.</para>
    <para />
    <para>7. Niet in geschil is dat verweerder tijdens het strafrechtelijke traject geen inspanningen heeft geleverd. De rechtbank stelt daarom vast dat verweerder zijn inspanningsplicht heeft geschonden. In deze concrete procedure is de rechtbank van oordeel dat dit niet tot de conclusie leidt dat de daaropvolgende maatregel van bewaring van aanvang af onrechtmatig moet worden geacht. Hierbij acht de rechtbank van belang dat verweerder na de oplegging van de maatregel van bewaring sneller heeft gehandeld dan doorgaans het geval is. Zo heeft verweerder op 1 juli 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Belgische autoriteiten en is dit op 4 juli 2025 aanvaard. Op 7 juli 2025 is een overdrachtsbesluit genomen en is op 9 juli 2025 de overdracht ingepland voor 16 juli 2025. Verder zijn op 3 juli 2025 en 10 juli 2025 vertrekgesprekken gevoerd met eiser. Hiermee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende voortvarend gehandeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toets</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_63dcfbe8-ccab-4694-9f29-b6c859c8e2cb" label="1">
    <para> Op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9dac0e09-e6e2-4b1a-b923-ca4b48a2e80a" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c885018-53b9-4769-89b2-051265404b9a" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc7cbf78-e5cf-45ba-9ec0-e739ac1c70b8" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f49057f9-b956-4848-87c5-91586705168c" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed280158-314c-48d2-bf0e-3904d8c49774" label="6">
    <para> ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63ba34fb-363b-4f77-941a-d3c877b6a989" label="7">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>