<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T13:30:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.6440</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13093">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T13:29:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13093 Rechtbank Den Haag , 18-07-2025 / NL25.6440</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13093:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bnt nareis, gegrond beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13093:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.6440 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gezamenlijk: eisers, </para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eisers hebben op 10 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 9 juli 2024.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 30 mei 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eisers niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Eisers hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Bij uitspraak van 27 juni 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het verzet gegrond verklaard. De rechtbank heeft daarom het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat de buiten-zittinguitspraak werd gedaan. </para>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.<footnote-ref linkend="_064c8d32-2414-420e-b3eb-34f905929dff" /></para>
      <para />
      <para>3. Eisers hebben gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na het ontvangen van de aanvraag beslissen.<footnote-ref linkend="_879efea3-484b-4312-8fa7-ce8a951b1560" /> De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken.<footnote-ref linkend="_3886f6e0-24d1-4423-ac8a-a9b3b0b147f2" /> Eisers hebben de minister, na het verstrijken van deze termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan. Eisers hebben vervolgens beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_84869578-201c-42c2-8b66-59ad7dd0908b" /></para>
    <para />
    <para>2. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats sluit in de uitspraken van 9 juli 2025<footnote-ref linkend="_b5c9c897-b9b3-44f5-8b96-797692591769" /> aan bij uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem<footnote-ref linkend="_f9021f5d-186d-43f7-a274-ef4cbd43361e" />, en de Afdeling<footnote-ref linkend="_1e514c99-6084-4c06-b42e-344efd9647a7" />. In die uitspraken is geoordeeld dat sprake is van een bijzonder geval bij de overschrijding van de beslistermijn bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning<footnote-ref linkend="_afa511e5-d3b5-4ff4-84dd-c33ca666f876" />, waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op volgens het zogenoemd ‘sporenmodel’<footnote-ref linkend="_4404eefc-b4f4-4801-bd69-65822ad3ecc6" />. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuimbrief te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen acht weken een beslissing op de aanvraag moet nemen. Dit is anders wanneer de minister binnen deze termijn van acht weken daadwerkelijk besluit tot nader onderzoek. In dat geval moet de minister binnen twintig weken een beslissing op de aanvraag nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eisers hebben gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, hij een dwangsom van </para>
    <para>€ 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.<footnote-ref linkend="_4855c1e2-ca9a-4997-ab91-ebb3c4c61135" /></para>
    <para />
    <para>6. Eisers hebben gevraagd de bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Als de minister niet binnen twee weken na de ingebrekestelling alsnog een besluit neemt, moet de minister een bestuurlijke dwangsom aan eisers betalen. Omdat vanaf dat moment meer dan 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442,-.<footnote-ref linkend="_e1ec362f-de17-4e40-ab4c-8164b75b9e27" /> Dat is het maximale bedrag.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister binnen <?linebreak?>acht weken een besluit moet nemen op de aanvraag, tenzij de minister binnen deze termijn besluit tot nader onderzoek. In dat geval moet de minister binnen twintig weken een besluit nemen op de aanvraag. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd. De minister moet ook de maximale bestuurlijke dwangsom aan eisers betalen.  </para>
    <para />
    <para>8. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_15dbfd13-a87e-4186-83b4-336e4f64ed76" /></para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken, tenzij de minister binnen deze termijn besluit tot nader onderzoek. In dat geval moet de minister binnen twintig weken na bekendmaking van deze uitspraak een beslissing op de aanvraag bekend maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de hoogte van de door de minister aan eisers verschuldigde dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb vast op € 1.442,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van <?linebreak?>€ 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_064c8d32-2414-420e-b3eb-34f905929dff" label="1">
    <para> Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_879efea3-484b-4312-8fa7-ce8a951b1560" label="2">
    <para> Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3886f6e0-24d1-4423-ac8a-a9b3b0b147f2" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_84869578-201c-42c2-8b66-59ad7dd0908b" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5c9c897-b9b3-44f5-8b96-797692591769" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:12613, ECLI:NL:RBDHA:2025:12615 en ECLI:NL:RBDHA:2025:12140.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9021f5d-186d-43f7-a274-ef4cbd43361e" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:3590.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e514c99-6084-4c06-b42e-344efd9647a7" label="7">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, ECLI:NL:RVS:2025:2337. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_afa511e5-d3b5-4ff4-84dd-c33ca666f876" label="8">
    <para> Als bedoeld in artikel 8:55d van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4404eefc-b4f4-4801-bd69-65822ad3ecc6" label="9">
    <para> Zie voor een toelichting op dit sporenmodel de genoemde uitspraken van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 9 juli 2025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4855c1e2-ca9a-4997-ab91-ebb3c4c61135" label="10">
    <para> Artikel 8:55d. tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e1ec362f-de17-4e40-ab4c-8164b75b9e27" label="11">
    <para> Artikel 4:17 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_15dbfd13-a87e-4186-83b4-336e4f64ed76" label="12">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>