<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:13058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T11:07:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.23346</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13058">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T11:06:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13058 Rechtbank Den Haag , 18-07-2025 / NL25.23346</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13058:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bnt regulier, gegrond beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:13058:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.23346</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] , eiser, </title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.G. Brands),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Minister van Asiel en Migratie, de minister. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag van 9 september 2024 tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER in verband met verblijf bij minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_81219f3f-4c9f-4b17-a935-f769dab8d885" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. Eiser heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Voordat eiser een beroep kan indienen tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag, moet eiser schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat er binnen twee weken alsnog moet worden beslist (de ingebrekestelling).<footnote-ref linkend="_da406a70-6f65-4b70-a279-e663700a1745" /> Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan eiser beroep indienen.</para>
    <para />
    <para>4. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen.<footnote-ref linkend="_ed9a546f-633c-4278-87cc-b89283e68d73" /> De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken.<footnote-ref linkend="_c44709d5-2fce-4e78-b86b-7a4e867cda10" /> Eiser heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiser heeft vervolgens beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_380f325c-1474-4339-a05c-3f37d8133649" /></para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>6. Als de minister niet op tijd heeft beslist, moet de rechtbank een termijn van twee weken opleggen. In bijzondere gevallen of als dat voor de naleving van andere wettelijke voorschriften nodig is, kan de rechtbank een andere termijn opleggen.<footnote-ref linkend="_7f02fa9f-57b4-4884-a1ad-4753683b0130" /> De rechtbank is niet van bijzondere omstandigheden gebleken. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen twee weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend moet maken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Eiser heeft gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen twee weken een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.<footnote-ref linkend="_c6e98a96-77c3-453d-8f8d-7cc46014cb67" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de minister een bestuurlijke dwangsom verschuldigd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Als de minister niet binnen twee weken na de ingebrekestelling alsnog een besluit neemt, moet de minister een bestuurlijke dwangsom aan eiser betalen. Omdat vanaf dat moment meer dan 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de dwangsom vast op <?linebreak?>€ 1.442,-.<footnote-ref linkend="_6dd54bd0-df5d-4987-8de6-aa90d2faf469" /> Dat is het maximale bedrag. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>9. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister binnen twee weken een besluit moet nemen op de aanvraag. Doet de minister dat niet, dan is zij aan eiser een dwangsom verschuldigd. De minister moet ook de maximale bestuurlijke dwangsom aan eiser betalen.  </para>
    <para />
    <para>10. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_72b1d00d-c5ff-4360-a90d-fc23ffb01ae4" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op binnen twee weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de hoogte van de door de minister aan eiser verschuldigde dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb vast op € 1.442,-; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_81219f3f-4c9f-4b17-a935-f769dab8d885" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da406a70-6f65-4b70-a279-e663700a1745" label="2">
    <para> Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed9a546f-633c-4278-87cc-b89283e68d73" label="3">
    <para> Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c44709d5-2fce-4e78-b86b-7a4e867cda10" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_380f325c-1474-4339-a05c-3f37d8133649" label="5">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f02fa9f-57b4-4884-a1ad-4753683b0130" label="6">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6e98a96-77c3-453d-8f8d-7cc46014cb67" label="7">
    <para> Artikel 8:55d. tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6dd54bd0-df5d-4987-8de6-aa90d2faf469" label="8">
    <para> Artikel 4:17 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_72b1d00d-c5ff-4360-a90d-fc23ffb01ae4" label="9">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde/advocaat verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>