<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:12654</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T15:36:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.50649</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12654">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12654</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T15:35:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12654 Rechtbank Den Haag , 14-02-2025 / NL24.50649</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:12654:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin, Zweden, gegrond, minderjarige broertje</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:12654:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.50649 en NL24.50650</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , V-nummer [v-nummer 1] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)<?linebreak?>(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heet de aanvraag met het bestreden besluit van 13 december 2024 niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de aanvraag.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiser op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen met zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Fawzy. Verweerder is niet op zitting verschenen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
        <?linebreak?>2.	Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995 en heeft de Syrische nationaliteit. Op 8 september 2024 heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat hij eerder in Zweden asiel heeft aangevraagd. Zweden is daarom volgens verweerder verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. <footnote-ref linkend="_adfec557-ae51-4dce-add2-7634b203137d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser voert aan dat hij samen met zijn minderjarige broertje ( [minderjarige] v-nummer: [v-nummer 2] ) heeft gereisd en dat zij tegen hun wil van elkaar zijn gescheiden. Om de familieband aannemelijk te maken, heeft eiser een gezinsregistratie-uittreksel uit het Burgerlijk Register voor Syrische Arabische burgers en een vertaling daarvan overgelegd.</para>
    <para>Verder geeft eiser aan dat zijn broertje getraumatiseerd is geraakt door de oorlog en hij hier verder niemand heeft, daarom is het voor eiser van groot belang dat ook eiser hier in Nederland zijn aanvraag kan doen. Eiser heeft ter staving hiervan een verklaring van de voogd/jeugdbeschermer van [instantie] van zijn broertje overgelegd. Eiser heeft betoogd dat verweerder de belangen van zijn niet begeleide minderjarige broertje diende te onderzoeken en dat verweerder dit heeft nagelaten. Verder stelt eiser dat verweerder tijdens het aanmeldgehoor en in het voornemen de gelegenheid had om aan eiser nader bewijs te vragen van de gestelde familiebanden indien verweerder daaraan twijfelde. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank geeft eiser gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.   </para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft in het bestreden besluit het beroep van eiser op de bepalingen in de Dublinverordening die zien op het bijeenhouden en het bijeenbrengen van het gezin verworpen met de enkele overweging dat de gestelde familieband niet met documenten is onderbouwd. Gelet op de in beroep overgelegde stukken uit het bevolkingsregister en gelet op de stukken ontvangen van het [instantie] kan zonder nader onderzoek niet worden volgehouden dat de belangen van [minderjarige] zich niet verzetten tegen de overdracht naar Zweden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>6. Het beroep is gelet op het voorgaande reeds gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen verdere bespreking. Het besluit van 13 december 2024 wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Nu er op het beroep is beslist, zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege een gebrek aan connexiteit.  </para>
    <para />
    <para>7. De rechter veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de (voorzieningen)rechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand vast op €2.721,00. (1 punt voor het verschijnen ter zitting en 1 punt voor het indienden van de voorlopige voorziening met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt het besluit van 13 december 2024;</para>
    <para>- draagt verweerder op een nieuw besluit op eisers asielaanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak; </para>
    <para>- veroordeelt vereerder tot betaling van € 2.721,00,- aan proceskosten aan eiser. <?linebreak?></para>
    <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. K. El Mahsini, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_adfec557-ae51-4dce-add2-7634b203137d" label="1">
    <para>Zie artikel 30, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>