<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:12603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-14T14:34:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.29114</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12603">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-14T14:33:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12603 Rechtbank Den Haag , 09-07-2025 / NL25.29114</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:12603:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring. Eerste beroep. Syrische. DV&amp;O vergeten eiser op te halen voor overdracht, is aan verweerder toe te rekenen. Onvoldoende voortvarend. Gegrond. PKV.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:12603:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.29114</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Matadien),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.<footnote-ref linkend="_190bd3b5-a9c6-4faa-8a9f-ec9e77a880ea" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Syrische nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Aan eiser is op 30 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd. Op 2 juli 2025 heeft verweerder een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Tijdens dit vertrekgesprek is aan eiser medegedeeld dat hij op 4 juli 2025 zal worden overgedragen aan de Duitse autoriteiten in het kader van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_bb8a8c76-89f4-4e79-9434-b4ed972e8d0a" /> De overdracht zou over land plaatsvinden.</para>
    <para />
    <para>3. Op 4 juli 2025 is de overdracht van eiser aan de Duitse autoriteiten niet doorgegaan. DV&amp;O<footnote-ref linkend="_68b8fa25-5fc3-42ec-9805-00e1f713cd04" /> is vergeten eiser op te halen om overgedragen te worden. Op dezelfde dag zijn de Duitse autoriteiten geïnformeerd over een nieuwe overdracht van eiser. Deze overdracht staat gepland op 10 juli 2025 en zal eveneens over land plaatsvinden.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Dat de overdracht op 4 juli 2025 niet is doorgegaan, is niet aan eiser toe te rekenen. Eiser werkt mee en wil zo spoedig mogelijk worden overgedragen aan Duitsland.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank overweegt het navolgende over het voortvarend handelen.</para>
    <para />
    <para>6. Op grond van artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening duurt de bewaring zo kort mogelijk en niet langer dan de tijd die redelijkerwijs nodig is om de vereiste administratieve procedures zorgvuldig af te ronden totdat de overdracht uit hoofde van deze verordening is uitgevoerd.</para>
    <para />
    <para>7. Niet in geschil is dat DV&amp;O is vergeten eiser op te halen op 4 juli 2025, zodat het aan verweerder is toe te rekenen dat de overdracht op die datum niet is doorgegaan. Het is de rechtbank verder niet gebleken waarom de overdracht van eiser niet eerder, dan de nu gepland overdracht van 10 juli 2025, kan plaatsvinden. Hierbij acht de rechtbank van belang dat uit de stukken in het dossier blijkt dat eiser sinds de oplegging van de maatregel van bewaring meewerkt aan zijn overdracht.<footnote-ref linkend="_01713fd2-07a3-4639-8b94-7dd3d4859775" /> Op zitting heeft hij dit nogmaals bevestigd. Verder betrekt de rechtbank de feitelijke situatie van de overdracht bij dit oordeel. Eiser wordt per auto getransporteerd naar [plaats 1] – [plaats 2] . Gelet daarop valt niet in te zien welke praktische of organisatorische problemen eraan in de weg staan om de overdracht eerder dan 10 juli 2025 te laten plaatsvinden. Het standpunt van verweerder dat eiser eerder heeft verklaard niet naar Duitsland te willen gaan en eerder met onbekende bestemming is vertrokken, leidt, gelet op het voorgaande, niet tot een ander oordeel. Hierbij acht de rechtbank nog van belang te benadrukken dat elke bewaring een ernstige inmenging vormt op het recht op vrijheid.<footnote-ref linkend="_c55f5494-5755-4ab1-a40c-f3539f1b285f" /> Verweerder is gehouden om de bewaring zo kort mogelijk te houden en niet langer dan nodig is.</para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande handelt verweerder onvoldoende voortvarend aan eisers overdracht aan Duitsland. Om die reden is het beroep gegrond en de maatregel van bewaring met ingang van 4 juli 2025 onrechtmatig. De rechtbank komt gelet hierop niet meer toe aan bespreking van de overige beroepsgronden. </para>
    <para />
    <para>9. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt, aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank zal een schadevergoeding toekennen voor zes dagen onrechtmatige tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende maatregel, tot een bedrag van € 600: te weten 6 x € 100 (verblijf detentiecentrum).</para>
    <para />
    <para>10. De rechtbank ziet verder aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb<footnote-ref linkend="_13aaf9c2-8bcc-43a3-8e28-2349b00c35bc" /> voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 9 juli 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 600 (zeshonderd euro), te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814 (achttienhonderdveertien euro).<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, uitgesproken op 9 juli 2025 en openbaar gemaakt op 14 juli 2025 door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. Het dictum is telefonisch meegedeeld aan de gemachtigde van verweerder op 9 juli 2025 om 15:51 uur en aan de gemachtigde van eiser op 9 juli 2025 om 15:57 uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_190bd3b5-a9c6-4faa-8a9f-ec9e77a880ea" label="1">
    <para> Op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb8a8c76-89f4-4e79-9434-b4ed972e8d0a" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68b8fa25-5fc3-42ec-9805-00e1f713cd04" label="3">
    <para> Dienst Vervoer &amp; Ondersteuning.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01713fd2-07a3-4639-8b94-7dd3d4859775" label="4">
    <para> Verslag vertrekgesprek van 2 juli 2025, p. 1 van 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c55f5494-5755-4ab1-a40c-f3539f1b285f" label="5">
    <para> HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_13aaf9c2-8bcc-43a3-8e28-2349b00c35bc" label="6">
    <para> Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>