<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:12321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-10T15:39:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.17704</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-10T15:37:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12321 Rechtbank Den Haag , 10-07-2025 / NL25.17704</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:12321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugkeerbesluit, vrijwillig vertrokken. Geen procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:12321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.17704</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , V-nummer: [v-nummer], eiser,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Palanciyan),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, de minister,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. O. Sari).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Na de behandeling ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek in de zaak gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Op 22 maart 2025 is op grond van artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Hieraan heeft de minister ten grondslag gelegd dat eiser een gevaar oplevert voor de openbare orde omdat hij verdachte is van mishandeling, een strafbaar feit dat naar aard en strafmaat voldoende ernstig is om te rechtvaardigen dat het verblijf van eiser onmiddellijk wordt beëindigd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesbelang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft op 23 maart 2025 de lidstaten zelfstandig verlaten en de minister stelt zich daarom primair op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat er sprake is van procesbelang  als eiser met de behandeling van het beroep nog kan bereiken wat hij met het instellen van beroep wilde bereiken.<footnote-ref linkend="_26a0d27e-e6f6-4e9f-9d96-2bdb5f77053f" /> Van procesbelang kan ook sprake zijn als er schade is geleden door het besluit. Dan is wel vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat de gestelde schade daadwerkelijk het gevolg is van het besluit.<footnote-ref linkend="_53cdfb7d-65a7-4934-8f6f-a97c3a002275" /> In alle gevallen moet het gaan om een actueel en reëel belang bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat eiser reeds gevolg heeft gegeven aan de aan hem opgelegde terugkeerverplichting. Eiser is immers zelfstandig vertrokken uit Nederland. De rechtbank is niet gebleken dat eiser nog belang heeft bij het aanvechten van het terugkeerbesluit, nu hij al is vertrokken. Door eiser is evenmin aangevoerd dat, en zo ja welk belang hij nog heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. Verder is niet gesteld of gebleken dat eiser schade heeft geleden als gevolg van het besluit. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <para>5. Het beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_26a0d27e-e6f6-4e9f-9d96-2bdb5f77053f" label="1">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 20 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3557, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 28 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1145.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53cdfb7d-65a7-4934-8f6f-a97c3a002275" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad, 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1332, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad, 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:497.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>