<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11659</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-25T12:23:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11619979 \ RP VERZ  25-50235</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-1039</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1039</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11659">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11659</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-18T10:43:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11659 Rechtbank Den Haag , 29-04-2025 / 11619979 \ RP VERZ  25-50235</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11659:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontbinding arbeidsovereenkomst, ernstig verwijtbaar handelen werkgever, billijke- en transitievergoeding, habe nichts verweer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11659:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EVV/B</para>
      <para>Zaaknummer: 11619979 \ RP VERZ  25-50235</para>
      <para>Uitspraakdatum: 29 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
        <?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de werknemer,<?linebreak?>gemachtigde: mr. P. van der Veld,<?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap<emphasis role="bold"> Best Time Personeelsdiensten B.V.,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Den Haag,<?linebreak?>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de werkgever,<?linebreak?>gemachtigde: mr. Z. Hoesein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De werknemer heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, bij de griffie ingekomen op 28 maart 2025 verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 24 april 2025 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Verschenen zijn de werknemer in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en [naam 1] , [naam 2] namens de werkgever, bijgestaan door haar gemachtigde. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Werknemer, geboren op [geboortedatum] 1976, is sinds 1 januari 2024 bij werkgever in dienst, laatstelijk in de functie van uitzendkracht. Werknemer heeft op 4 april 2024 een hartaanval gehad en is sindsdien arbeidsongeschikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij vonnis in kort geding van de kantonrechter te Den Haag van 3 oktober 2024 is werkgever op vordering van werknemer veroordeeld tot -verkort weergegeven- betaling van achterstallig loon over de maanden april 2024 tot en met juli 2024, en het maandelijkse salaris vanaf augustus 2024, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, alsmede de wettelijke verhoging ad 50% over de aan werknemer toekomende bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede afgifte van loonspecificaties op straffe van een dwangsom met veroordeling van werkgever in de kosten van de procedure.</para>
        <para>Werkgever heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De werknemer heeft verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, onder toekenning van een billijke vergoeding van € 75.000,00, of zoveel meer of minder als de kantonrechter in goede justitie bepaalt, en uitbetaling van het vakantiegeld en de dagen en de transitievergoeding, alsmede tot doorbetaling van het loon vanaf 1 augustus 2024, althans dat reeds toegekende en verschuldigde achterstallige loon te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging tot einde dienstverband, met veroordeling van werkgever in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan dit verzoek legt werknemer ten grondslag dat werkgever bij vonnis van 3 oktober 2024 is veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon en tot betaling van het loon zolang het dienstverband voortduurt, alsmede buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke verhoging en dwangsommen indien niet voldaan wordt aan het overleggen van de loonstroken. </para>
        <para>De loonstroken zijn niet overgelegd en er is geen loon betaald. Werkgever heeft éénmaal een bedrag van € 1.824,00 voldaan, op grond van een tot stand gekomen betalingsregeling. Toen verdere betalingen uitbleven is deze regeling komen te vervallen. Werknemer heeft al een jaar geen inkomsten </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Werkgever gedraagt zich als een slecht werkgever en voldoet niet aan haar wettelijke verplichtingen en laat een werknemer, die arbeidsongeschikt is, zonder inkomen zitten. Dit maakt dat het dienstverband door toedoen van werkgever niet langer kan voortduren. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld op grond waarvan werknemer tevens aanspraak maakt op een billijke vergoeding. Gezien de ernst van het verwijtbare handelen van werkgever moet die vergoeding minimaal € 75.000,00 bedragen en dient het salaris vanaf 1 augustus 2024 te worden verhoogd met de maximale wettelijke verhoging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Werkgever heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verweer gevoerd. Op dit verweer wordt, zover van belang, hierna nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft werkgever ingestemd met de door werknemer verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn. De kantonrechter zal het verzoek van de werknemer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dan ook toewijzen en de arbeidsovereenkomst ontbinden met ingang van 1 mei 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De werkgever zal worden veroordeeld tot doorbetaling van het overeengekomen loon. Werknemer heeft in kort geding aangevoerd dat het loon € 6.058,74 netto over vier maanden, en dus € 1.514,69 netto per maand bedraagt. De voorzieningenrechter is daar in het vonnis vanuit gegaan. Werkgever heeft de hoogte van het loon ter zitting weliswaar weersproken maar heeft geen stukken overgelegd waaruit kan blijken dat het bedrag onjuist is. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van het bedrag en neemt dit over. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Werknemer vordert de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over het achterstallige loon. Dit is toewijsbaar. Evenals de voorzieningenrechter ziet de kantonrechter geen reden tot matiging van het percentage. De wettelijke verhoging wordt dus bepaald op 50%. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De mede verzochte uitbetaling van vakantiegeld en vakantiedagen zal, nu werkgever de verschuldigdheid daarvan evenmin heeft weersproken, worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De werknemer heeft tevens recht op betaling van de transitievergoeding. Deze wordt dus ook toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op grond van de door werknemer aangevoerde stellingen, die door werkgever niet zijn weersproken, is de kantonrechter tevens van oordeel dat werkgever ernstig verwijtbaar jegens werknemer heeft gehandeld. Ondanks de arbeidsongeschiktheid van werknemer heeft werkgever geen bedrijfsarts ingeschakeld en, ondanks een veroordelend vonnis, niet aan werknemer betaald. Dit heeft tot gevolg dat werknemer al een jaar geen inkomen heeft. Op grond van deze omstandigheden acht de kantonrechter een billijke vergoeding van € 18.000,-- bruto (een maandsalaris van € 1.500,00 maal een jaar) redelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Werkgever heeft als enig verweer aangevoerd dat zij niet in staat is haar financiële verplichtingen jegens werknemer na te komen. Dit zogenaamde “habe nichts” verweer wordt verworpen nu werkgever dit verweer op geen enkele manier heeft onderbouwd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Werkgever is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen<emphasis role="italic">.</emphasis> De proceskosten van werknemer worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>90,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>768,00.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van:</para>
      <para>a. het overeengekomen salaris met 50% wettelijke verhoging vanaf 1 augustus 2024 tot 1 mei 2025;</para>
      <para>b. de transitie vergoeding op grond van de wet; </para>
      <para>c. een billijke vergoeding van € 18.000,00 bruto; </para>
      <para>d. het vakantiegeld;</para>
      <para>e. de niet genoten vakantiedagen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt werkgever in de proceskosten van € 768,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van de beschikking;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. D. Jongsma, kantonrechter en op 29 april 2025 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>