<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T16:31:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.6440 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T16:30:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11413 Rechtbank Den Haag , 27-06-2025 / NL25.6440 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bnt verzet</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
    <?linebreak?>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Groningen </para>
  <para>
    <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.6440 V</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] ,</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] .</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] .</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] ,</title>
    <para>V-nummer: [nummer] .</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] .</title>
    <para>V-nummer: [nummer] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gezamenlijk: opposanten, </para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad)<?linebreak?></para>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 mei 2025 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposanten, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, geopposeerde.<footnote-ref linkend="_dde0e035-efa2-42df-a385-c451410ab202" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Opposanten heeft op 10 februari 2025 beroep ingediend vanwege het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 9 juli 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij uitspraak van 30 mei 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld. In deze uitspraak beslist de rechtbank op dat verzet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_8ecb31ab-872e-467c-87ee-454db5f34667" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting.<footnote-ref linkend="_ba396f9e-afe0-4c4f-b204-bc94274abcc0" /> De Awb biedt deze mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank was in de beroepszaak van oordeel dat het beroep niet voldeed aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep, omdat het beroepschrift prematuur was ingediend. Dit leidde tot een niet-ontvankelijk beroep. </para>
    <para />
    <para>3. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittingsuitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel was dat het beroep gegrond is. Opposanten zijn van oordeel dat de rechtbank het beroep ten onrechte kennelijk gegrond heeft verklaard. Opposanten voeren tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat de rechtbank ten onrechte is uitgegaan van de datum van verzending, zoals genoteerd op de ingebrekestelling. Opposanten hebben abusievelijk 10 februari 2025 als dagtekening vermeld, wat 10 januari 2025 had moeten zijn. Daarnaast zijn opposanten van mening dat de rechtbank niet had moeten uitgaan van deze datum van verzending, maar uit had moeten gaan van de datum van ontvangst, zoals bevestigd door geopposeerde in het verweerschrift van 18 maart 2025. Opposanten zijn daarom van mening dat het beroep niet prematuur is ingediend. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat opposanten terecht aanvoeren dat het eindoordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel stond. Opposanten hebben de minister met de brief van 10 februari 2025 in gebreke gesteld. Echter, in het verweerschrift stelt verweerder de ingebrekestelling op 14 januari 2025 te hebben ontvangen. De ontvangstdatum ligt dus voor de datering van de ingebrekestelling. Omdat er geen duidelijkheid bestond over de daadwerkelijke datum van ontvangst van de ingebrekestelling door de minister, heeft de rechtbank niet buiten redelijke twijfel kunnen oordelen dat het beroep prematuur was ingediend. </para>
    <para />
    <para>5. De verzetsgrond slaagt. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>6. Het verzet is kennelijk gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 30 mei 2025 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan. </para>
    <para />
    <para>7. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_c34bfee3-30aa-4aec-8202-fe5c6473e434" /></para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzet gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_dde0e035-efa2-42df-a385-c451410ab202" label="1">
    <para> Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ecb31ab-872e-467c-87ee-454db5f34667" label="2">
    <para> Artikel 8:55, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba396f9e-afe0-4c4f-b204-bc94274abcc0" label="3">
    <para> Volgens artikel 8:54 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c34bfee3-30aa-4aec-8202-fe5c6473e434" label="4">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 0,5 punt is gerekend voor het indienen van het verzetschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>