<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-04T13:38:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/668394 / HA RK 24-393</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-04T13:38:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11407 Rechtbank Den Haag , 20-05-2025 / C/09/668394 / HA RK 24-393</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, verzoek toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: HA RK 24-393</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/668394</para>
    <para>Datum beschikking: 20 mei 2025 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vaststelling van staatloosheid</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 24 juni 2024 ingekomen verzoekschrift van: </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoekster] , </title>
    <parablock>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.M.J.M. Louwerse te Purmerend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE STAAT DER NEDERLANDEN, </title>
    <parablock>
      <para>(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,</para>
      <para>verder te noemen “de Staat”),</para>
      <para>zetelende te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: mr. [naam 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het verzoekschrift, met bijlagen;</para>
    <para>- de brief van 26 juli 2024 van de Staat;</para>
    <para>- het advies van de Staat van 1 oktober 2024, met bijlagen;</para>
    <para>- de brief van 9 oktober 2024 van verzoekster;</para>
    <para>- de brief van 16 februari 2025, met bijlage, van verzoekster.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 april 2025 is de zaak mondeling behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen: verzoekster bijgestaan door haar advocaat en een tolk (G. Ahmet) en mr. [naam 1] namens de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de mondelinge behandeling op zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen:</para>
    </parablock>
    <para>- de brief van 14 april 2025 van de Staat.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en het advies van de Staat</title>
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van de staatloosheid van verzoekster,</para>
      <para>een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Staat adviseerde in eerste instantie om het verzoek af te wijzen. <?linebreak?>Echter, zoals op de zitting van 1 april 2025 is besproken, heeft de advocaat van verzoekster de bijlage bij de brief van 16 februari 2025 (betreft een gelegaliseerde verklaring van de Libanese ambassade van 28 januari 2025) na de zitting op echtheid laten onderzoeken door Bureau Documenten. De echtheid van dit document is positief beoordeeld, waardoor de Staat in zijn laatste brief adviseert om het verzoek toe te wijzen. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten </emphasis>
      </para>
      <para>De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Op de geboorteakte van verzoekster is vermeld dat zij op [geboortedatum 1] 1978 is geboren te [geboorteplaats] , Saoedi-Arabië uit een vader en een moeder van Turkestaanse afkomst. In de Basisregistratie Personen (BRP) staat [geboortedatum 2] 1978 als geboortedatum vermeld.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster is gehuwd met de Libanees [naam 2] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster beschikt over een Libanees paspoort, afgegeven op 10 juli 2021.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de BRP staat verzoekster geregistreerd met de Libanese nationaliteit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij besluit van 12 december 2022 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken &amp; Gemeenten, Directoraat-Generaal van Burgerzaken, directeur-generaal van de burgerlijke stand is de goedkeuring betreffende de wijziging van verzoeksters registratie als vreemdeling naar ingezetene van Beiroet herroepen, met als gevolg dat het register en de registratie gerectificeerd moeten worden naar de oorspronkelijke weergave<emphasis role="italic">. </emphasis>Uit een verklaring van 16 december 2022 van de Libanese ambassade in Nederland volgt als reden voor deze herroeping dat verzoekster aan de Saoedische autoriteiten alleen een reisdocument heeft overgelegd zonder bewijs van haar Turkestaanse nationaliteit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In een verklaring van 28 januari 2025 van de Libanese ambassade in Nederland staat dat verzoekster, van Turkestaanse afkomst, niet de Libanese nationaliteit heeft. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verzoekster in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoekster onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat zij ontvankelijk is in haar verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Relevante landen</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoekster en de Staat zijn het erover eens dat Turkestan, de Volksrepubliek China, Saoedi-Arabië en Libanon in de beoordeling van de rechtbank betrokken moeten worden. De rechtbank sluit zich hierbij aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wordt verzoekster als onderdaan van Turkestan / China beschouwd?</emphasis>
        <?linebreak?>Verzoekster en de Staat concluderen beiden dat het niet aannemelijk is dat verzoekster ooit de nationaliteit van Turkestan of de Volksrepubliek China heeft verkregen. Zij baseren dit – samengevat – op de omstandigheid dat Turkestan niet meer bestond toen verzoekster werd geboren (het land is in 1955 ingelijfd door de Volksrepubliek China), op de nationaliteitswetgeving zoals die vanaf 1980 van kracht is in China én op de door verzoekster overgelegde schriftelijke verklaring van de consulaat-generaal van de Volksrepubliek China van 1 augustus 2005.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen, dus sluit zich bij deze conclusie aan.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wordt verzoekster als onderdaan van Saoedi-Arabië beschouwd?</emphasis>
      </para>
      <para>Hoewel verzoekster is geboren in [geboorteplaats] , Saoedi-Arabië concluderen verzoekster en de Staat beiden dat het niet aannemelijk is dat verzoekster ooit de nationaliteit van dit land heeft verkregen. Zij baseren dit – samengevat – op de omstandigheid dat de Saoedische autoriteiten verzoekster altijd hebben aangemerkt/zijn blijven aanmerken als persoon met de nationaliteit van Turkestan (ondanks dat dit land al lang niet meer bestaat). Er zijn daarnaast geen aanwijzingen dat verzoekster in Saoedi-Arabië om naturalisatie heeft gevraagd. </para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen, dus sluit zich bij deze conclusie aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wordt verzoekster als onderdaan van Libanon beschouwd?</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoekster en de Staat concluderen beiden, onder verwijzing naar de door Bureau Documenten op echtheid gecontroleerde gelegaliseerde verklaring van de Libanese ambassade van 28 januari 2025, dat verzoekster niet de Libanese nationaliteit heeft. In genoemde verklaring staat:<?linebreak?><emphasis role="underline italic">“To Whom It May Concern:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic"> 	The Consular section of the Embassy of the Republic of Lebanon to The</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic"> 	Kingdom of The Netherlands hereby certifies that according to the official records  </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic"> 	of the Lebanese Ministry of Interior and Municipalities, Ms. [verzoekster] , a </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic"> 	Turkistan national, does not hold Lebanese nationality.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)”</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen, dus sluit zich ook bij deze conclusie aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eindconclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoekster door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoekster kan worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een veroordeling van de Staat in de proceskosten van verzoekster en zal het verzoek daartoe daarom afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat verzoekster staatloos is;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, mr. C.L. Strop en mr. D. Biever, rechters, bijgestaan door mr. M.G.J. Konings als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>