<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11395</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-21T07:44:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.9067</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2025/252</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11395">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11395</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T15:31:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11395 Rechtbank Den Haag , 24-06-2025 / NL25.9067</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11395:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>einduitspraak na tussenuitspraak, procedurele waarborgen minderjarigen, aanwezigheid wettelijke vertegenwoordiger bij gehoren, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Nidos op de hoogte is gesteld van de gehoren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11395:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.9067</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], V-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E. Derksen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Minister van Asiel en Migratie,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P. Loijenga).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In de tussenuitspraak van 10 april 2025 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van de tussenuitspraak, een nadere motivering en onderbouwing te geven van haar standpunt dat zij heeft voldaan aan de procedurele waarborgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De minister heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiser heeft hierop een schriftelijke zienswijze gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De minister en eiser hebben laten weten geen behoefte te hebben aan een nadere zitting. De rechtbank heeft daarom bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Verdere beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De tussenuitspraak.</emphasis>
      </para>
      <para>2.	Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 24 augustus 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BR5704) en 15 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4694). </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen bij de vraag of de minister de procedurele waarborgen in acht heeft genomen, dat de enkele stelling van de minister dat Nidos dagelijks op de hoogte wordt gehouden van de gehoren van minderjarigen, niet betekent dat Nidos ook in deze zaak voldoende is betrokken in de fase van de gehoren. Dit punt moest de minister nader motiveren en onderbouwen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de minister.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. De minister heeft als motivering en nadere onderbouwing gesteld dat de medewerkers van Nidos van de minister dagelijks een lijst ontvangen met minderjarigen die een aanmeldgehoor zullen hebben. Het streven van Nidos is om ieder aanmeldgehoor bij te wonen, maar Nidos kon niet bij het gehoor van eiser aanwezig zijn vanwege capaciteitsproblemen. Ten aanzien van het opgeworpen punt dat eiser in diezelfde fase ook geen bijstand had gekregen van een advocaat, voert de minister aan dat een toewijzing van een advocaat voor bijstand gedurende de aanmeldfase niet wettelijk noodzakelijk is.<footnote-ref linkend="_51656542-0a84-4f83-94f0-63fb89ba1af2" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het betoog van eiser.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Eiser heeft aangevoerd dat capaciteitsproblemen bij Nidos niet rechtvaardigt dat onzorgvuldig en in strijd met het recht wordt gehandeld, temeer omdat sprake is van een minderjarige die aanspraak heeft op bijzondere waarborgen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Niet in geschil is dat de minister bij de gehoren van eiser moet voldoen aan wettelijke waarborgen die gelden voor minderjarigen,<footnote-ref linkend="_76cf3080-33cb-4b5e-afa5-61080857f9a4" /> zolang niet is komen vast te staan dat eiser niet minderjarig is en daarvan was nog geen sprake tijdens het aanmeldgehoor. Eén van die waarborgen is dat de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige aanwezig moet zijn bij alle gehoren.<footnote-ref linkend="_b1d49189-892b-415c-9100-8896387dac50" /> De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Nidos op de hoogte is gesteld van de gehoren met eiser. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak al overwogen dat de enkele stelling dat dit wel het geval was hiervoor onvoldoende is. Als de minister een lijst aan Nidos heeft aangeleverd, zoals de minister stelt, had het op de weg van de minister gelegen om die lijst te overleggen, zodat kan worden vastgesteld dat eiser ook op die lijst staat vermeld. Dat het de gangbare praktijk is om deze organisatie over gehoren te informeren betekent namelijk niet dat dit ook in het geval van eiser is gebeurd. Eiser betwist dit uitdrukkelijk. Daarnaast is het weliswaar juist dat juridische bijstand in de fase van de gehoren niet wettelijk verplicht is, zoals de minister heeft betoogd, toch weegt het feit of een advocaat wel of niet in beeld was voor de rechtbank wel mee in de beoordeling van de waarborgen, omdat de advocaat wellicht de rol van wettelijk vertegenwoordiger had kunnen vervullen, althans bijstand had kunnen verlenen bij afwezigheid van een medewerker van het Nidos. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Indien wel was komen vast te staan dat Nidos was geïnformeerd over de gehoren, maar niet kon aansluiten vanwege capaciteitsproblemen, dan was dit niet voldoende reden om de procedurele waarborgen opzij te schuiven. Het is aan de minister om in zo’n geval op een andere wijze te voldoen aan deze waarborgen of te wachten met de gehoren, om zo niet te handelen in strijd met het Europees recht. Daarvan is de rechtbank niet gebleken temeer de minister niet heeft weersproken dat in de fase van het aanmeldgehoor eiser ook geen juridische bijstand had. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het betoogt van eiser slaagt. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de overige beroepsgronden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de procedurele waarborgen, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.   </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van zes weken.</para>
    <para />
    <para>8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft eiser ter zitting vertegenwoordigd. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit 25 februari 2025;</para>
    <para>- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;</para>
    <para>- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Bruins, rechter, in aanwezigheid van A. Kanis, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_51656542-0a84-4f83-94f0-63fb89ba1af2" label="1">
    <para> Daarbij verwijst de minister naar artikel 3:109d lid 4 Vb, artikel 3:109 lid 4 Vb en C1/2.2 Vc.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76cf3080-33cb-4b5e-afa5-61080857f9a4" label="2">
    <para> Met name: artikel 25, zesde lid, van de Procedurerichtlijn, artikel 24, tweede lid, van het Handvest, en artikel 3, eerste en derde lid, en artikel 22, eerste lid, van het IVRK.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1d49189-892b-415c-9100-8896387dac50" label="3">
    <para> Zie: General Comment 6 van het Comité voor de Rechten van het Kind, CRC/GC/2005/6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>